In de hal van het stadhuis wordt het intieme openbaar

Wat hangt er bij de Rotterdamse wethouder voor cultuur Hans Kombrink aan de muur? En wat is het favoriete kunstwerk van burgemeester Opstelten? Het PvdA-raadslid Ronald Motta, zelf beeldend kunstenaar, stelde als bijdrage aan Rotterdam Culturele Hoofdstad een expositie samen van kunstwerken uit het privébezit van gemeenteraadsleden.

door Henny de Lange

Het huilende zigeunerjongetje was er niet bij. Maar als een raadslid dat als z'n favoriete 'kunstwerk' had ingeleverd, had Ronald Motta het zonder meer geaccepteerd. ,,Het gaat bij deze expositie om de persoonlijke keuze van gemeenteraadsleden, niet om wat ik mooi vind.''

Motta (44) viel van de ene verrassing in de andere, toen de Rotterdamse raadsleden met hun kunstwerken op de proppen kwamen. ,,Er zat een Van Warmerdam bij, een Lucebert, werk van Co Westerik, Erik van Lieshout en Peter Struycken.'' Maar ook kwamen raadsleden aanzetten met geliefde werken van onbekende kunstenaars, of met een schilderij gemaakt door zus of echtgenote. Het resultaat is te zien op de expositie die Motta heeft ingericht in de stadhuishal.

Het idee om uit het privébezit van gemeenteraadsleden een expositie samen te stellen ontstond eind vorig jaar, toen Motta aan de beurt was om een gedicht voor te dragen, een gebruik dat twee jaar daarvoor was ingesteld. Het zou ook het allerlaatste gedicht zijn. Motta: ,,Het was natuurlijk een ongelukkig moment om met deze mooie gewoonte te stoppen op de drempel van het jaar waarin Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa zou zijn. De raad heeft toen besloten er in 2001 mee door te gaan. Maar ik vond dat de gemeenteraadsleden daarnaast ook een meer persoonlijke bijdrage zouden moeten leveren aan Culturele Hoofdstad.''

Aanvankelijk overheersten de negatieve reacties. ,,Veel raadsleden vonden dat de buitenwereld niets te maken had met hun persoonlijke voorkeuren op kunstgebied. 'We zitten hier toch om de stad te besturen', zeiden ze. Maar toen het balletje eenmaal ging rollen, werd het enthousiasme steeds groter.'' Cultuurwethouder Hans Kombrink kwam met een Lucebert aanzetten, wethouder Sandra Korthuis met een Van Warmerdam. Burgemeester Opstelten nam Delftsblauwe tegeltjes mee met afbeeldingen van kinderen op stelten. Wethouder Herman Meijer van Groenlinks wist niks te bedenken, waarop Motta de suggestie deed desnoods een van z'n fraaie kostuums te exposeren. Helaas liet hij zich niet overhalen. VVD-raadslid Theo Woudenberg nam een schilderij mee dat zijn echtgenote heeft gemaakt.

Een opvallende bijdrage leverde CDA'er Lucas Bolsius: twee meetlatten. In zijn familie wordt al generaties lang van elk kind op een bepaalde leeftijd de lengte ingekerfd in een houten meetlat. 'Milieufreak' Matthijs van Muijen bracht een foto van de Waddenzee mee. Een echte Van Motta mocht uiteraard niet ontbreken: de kunstenaar koos een van zijn bronzen sculpturen uit. Twaalf van de 45 raadsleden hebben niet meegedaan. Ze wilden niet met hun privéleven te koop lopen. Een enkeling 'had' niks om mee te nemen of kon niets verzinnen.

Afgelopen zomer richtte Motta de eerste expositie in, maar het aanbod was toen zo groot, dat deze week een deel van de stadhuishal opnieuw is ingericht als expositieruimte. Motta is zelf vooral onder de indruk van een koperreliëf van de kunstenaar Aad Uithol, dat in bezit is van het CDA-raadslid Els Hellwig. Het verbeeldt twee handen die een gezicht bedekken. Daarmee wilde Uithol het verdriet zichtbaar maken dat hij in de oorlog heeft geleden. Motta: ,,Het lijkt of het nu is gemaakt naar aanleiding van de terreuraanslagen in Amerika. Dat is het mooie van kunst, het onverwachte.''

Manuel Kneepkens van de Stadspartij kwam met drie tekeningen aan, onder de titel 'Vergaderen aan zee', ontstaan uit een krabbel tijdens de laatste zitting van de raad voor de zomervakantie. ,,Dat was weer zwaar vergaderen, ongeveer 12 uur'', schrijft hij in een toelichting. In de tekeningen laat hij zien hoe een verlangen naar de zee, naar vakantie, toeneemt. Het aantal raadsleden vermindert zienderogen per afbeelding, hun benen worden vissenstaarten, de raadsstukken schelpen.

Mea van Ravesteyn, die landelijke bekendheid kreeg als voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de declaraties van oud-burgemeester Peper, nam een beeld mee uit Indonesië. Dergelijke beelden worden daar geplaatst bij overledenen om hun graven te bewaken en hun (klein)kinderen zegeningen te verschaffen. Het geeft Van Ravesteyn de illusie dat haar overleden vader door dit beeld, dat in haar studeerkamer staat, meevibreert in wat hij zo graag had willen beleven: een actieve rol in de politiek van een van zijn kinderen.

De kunstwerken zeggen meer over de raadsleden dan ze zichzelf misschien vooraf hebben gerealiseerd. Of, zoals burgemeester Opstelten het omschrijft: ,,Het intieme wordt openbaar. Een bijzondere ervaring, die past in een bijzonder jaar.''

Motta maakt nog niet zo lang deel uit van de Rotterdamse gemeenteraad. Hij werd geïnstalleerd in de vergadering van 21 maart 2000, die geheel gewijd was aan het rapport over de declaraties van Peper en andere (oud)bestuurders. Onder het oog van alle landelijke media verscheen hij in een opvallend, zelf ontworpen kostuum. Hij kan zich voorstellen dat menigeen zich toen afvroeg wat deze kunstenaar bewoog om de politiek in te gaan.

,,Aanvankelijk werd ik ook niet serieus genomen. Collega-raadsleden, maar ook ambtenaren gingen er van uit dat ik een warhoofd was en dat ik niets moest hebben van orde en discipline. Dat was snel over, toen ze merkten dat ik wel zinnige dingen had te melden.'' Maar hij heeft wel erg moeten wennen aan de regels en procedures, geeft hij toe. ,,Als kunstenaar ben je gewend zelfstandig en vrij te functioneren. Je hebt in je atelier met niemand iets te maken. In de raadzaal heb je je aan allerlei regels te houden.''

Het raadslidmaatschap slorpt hem inmiddels zo op, dat het kunstenaarschap er af en toe bij inschiet. ,,Het is zwaar en heel hard werken. Maar ook erg boeiend.'' Jarenlang was Motta actief in de Beroepsvereniging voor Beeldende Kunstenaars (BBK). ,,Ik vind het belangrijk om me in te zetten voor de samenleving. Niet alleen op cultureel gebied, maar ook breder. Ik wil ook graag iets doen voor ouderen en gehandicapten, voor junks en prostituees, kortom voor de zwakkeren. Dan kun je, vind ik, niet vanaf de zijlijn blijven roepen dat het anders moet, maar moet je ook zelf je nek durven uitsteken.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden