In de Haarlemmer Kweektuin zijn ze zelden tegen

de stem van nederland Op een reis door Nederland peilt Trouw in aanloop naar de verkiezingen de stemming. In probleemloos Haarlem werken tevreden bewoners aan een nóg betere wereld.

Hè verdorie, wéér een hagelbui. Allemaal naar binnen! Karin Schot en Frans de Ruijte rennen de kas in. Samen met andere Haarlemmers strooien ze vandaag voor duizenden euro's ecologisch graszaad uit aan de oevers van de nieuw gegraven waterpartij. Maar de hagel dreigt het zaad weg te spoelen. Toch is deze onverwachte neerslag het enige onderwerp waarover hier in de Haarlemmer Kweektuin wordt gemopperd. Het gaat namelijk heel goed met deze stad, zeker in deze gewilde Kleverparkbuurt, en dat geldt al helemaal voor de groene oase die op dit terrein van de oude gemeentetuinen moet ontstaan.


Net als andere grote steden, had Haarlem een eigen kwekerij waar planten en bomen groeiden die voor de stad waren bestemd, vertelt de schuilende Schot. "Maar die functie is komen te vervallen, en langzaam maar zeker wordt het gebied omgetoverd tot een 'kweektuin van duurzame initiatieven'."


Utopia


Het terrein met een omtrek van 912 stappen zal een mooi park worden voor de omliggende buurten, en dat is niet moeilijk omdat op het terrein ook de restanten staan van kasteel Huis ter Kleef dat in 1573 nog door de Spanjaarden is opgeblazen. Maar de overgebleven gebouwen en kassencomplexen moeten óók worden omgetoverd tot een soort groen innovatiecentrum: een Utopia dat een voortrekkersrol gaat vervullen bij de ontwikkeling van de circulaire economie. Vanwege die doelstelling zijn in de Haarlemmer Kweektuin ook zo veel positieve vrijwilligers te vinden, en idealistische ondernemers. Boze blanke mannen zijn in dit broeinest een uitgestorven soort. Karin Schot kent ze in ieder geval niet. Ze kan weer naar buiten. De bui is voorbij.


Nu is er in Haarlem ook niet zoveel waarover burgers zich kwaad kunnen maken. Het gaat ronduit goed met de stad. In de Atlas voor Gemeenten (2016) waarin vijftig steden met elkaar worden vergeleken, staat Haarlem op de 'woonaantrekkelijkheidsindex' op de vierde plaats. De stad groeit, maar de bevolkingstoename is minder extreem dan in vergelijkbare steden. De huizenprijzen liggen per vierkante meter boven die van Utrecht.


Musea-, podia- en bioscoopbezoek nemen toe, ook het hotelbezoek. Haarlem scoort relatief hoog met het culturele aanbood. De leefsituatie van de Haarlemse jeugd is g unstig ten opzichte van die van jongeren in andere steden. Haarlemmers voelen zich 's avonds veiliger. De waardering voor de bereikbaarheid van de binnenstad neemt toe, en je kunt er nog parkeren ook. Het kan niet op. De werkloosheid groeit weliswaar, maar het niveau is nog steeds laag in vergelijking met andere steden.


Verkocht


Veel steden kijken al met enige jaloezie naar de statistiek van Haarlem, maar de cijfers van de Kleverparkbuurt, tussen het station en de kweektuin, zijn nóg beter. De inkomens, het opleidingsniveau, de waarde van de huizen, de gezondheid: allemaal bóvengemiddeld in vergelijking met de rest van gelukkig Haarlem. De straten zijn belijnd met prachtige jaren-twintig-woningen, voorzien van sierlijke details en namen als 'Josephine'. Af en toe verhuist er iemand, maar in deze wijk is geen bord met 'te koop' te vinden, wel met 'verkocht'.


In de oude Noorderkerk huist een Dental Centre en een dermatoloog, en het zo bepalende klooster van Joannes de Deo is nu een luxueuze residentie voor ouderen. En wat stemmen de bewoners van deze zo gewilde buurt? Pvda, VVD en D66 zijn hier samen ver in de meerderheid. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 kregen ze 73,2 procent van de stemmen (zie kader).


Toch kun je hier niet spreken van een 'elite', die woont in de villadorpen buiten Haarlem. Volgens de definitie die het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport 'Verschil in Nederland' (2014) hanteerde, is de Kleverparkbuurt van de 'werkende middengroep', die 27 procent uitmaakt van de Nederlandse bevolking. Verdient bovengemiddeld, heeft vaak een goede baan, bezit een koophuis: met beperkte overwaarde. Het past precies, laat het rondje door de buurt zien.


"Ik voel me een bofkont", zegt ICT-expert Karin Schot als ze haar zaaigoed weer in handen heeft. "Ik heb een fijn gezin, een mooi huis." Maar dat is voor haar geen reden achterover te leunen. Volgens onderzoekers van de Radbouduniversiteit Nijmegen zijn het vooral de tevreden hoogopgeleiden die zich in Nederland op het vrijwilligerswerk storten. En dat geldt ook voor Schot en De Ruijte. Schot: "Ik kan tijdelijk niet werken omdat ik last heb van RSI. De gemeente heeft geen geld om het Kweektuingebied te ontwikkelen, maar ik heb wél tijd om me voor dit gebied in te zetten. Je kunt natuurlijk wachten totdat de overheid iets doet, maar ik geef liever zelf vorm aan mijn omgeving." Hetzelfde geldt voor oud-ambtenaar De Ruijte, vandaag met hark. "Ik wil samen met anderen iets realiseren, me verdienstelijk maken. Door ons werk houden we Haarlem groen, en maken we de wereld een beetje schoner." Naast Schot en De Ruijte zijn hier inmiddels 55 vrijwilligers actief.


Circulaire economie


De komende tijd zijn ze bezig met 'laaghangend fruit', zegt De Ruijte. "De gebouwen worden geïsoleerd, er komt folie achter de radiators, maar we zijn al bezig met plannen voor zonnepanelen op de daken van het grote kassencomplex." En intussen richt Schot zich op de parkontwikkeling. Met het Natuur en Milieu Educatiecentrum als spil, moeten hier de komende jaren zich allerlei bedrijfjes vestigen die zich met de circulaire economie bezighouden.


Aan het gejank te horen, is Bart Hogers daar al enthousiast mee begonnen. Hij haalt een enorme reep hout door de zaagmachine, waaruit straks een tafelblad moet ontstaan van echt Haarlems hout, afkomstig van de zomerstorm van vorig jaar. Hogers richt zich in het nieuwe bedrijf 'Nederlands Hout' op de bewerking, zijn vrouw Isabelle Wisse met alles wat níet met houtbewerking te maken heeft: het management.


Zes jaar geleden was ze nog advocaat en hadden Wisse en haar man een prachtige eigen woning, alle reden voor tevredenheid. Maar dat was ze op een gegeven moment niet meer. "Ik stuitte op onlogica", zegt ze. "Bestaat dat woord eigenlijk wel? In ieder geval: ik vroeg me af waarom we onze eigen stadsbomen versnipperen, en we vervolgens naar de houthandel gaan om trópisch hout te kopen." Ze had natuurlijk met een protestbord bij de gemeente kunnen gaan staan, of bij de houthandel. Maar zo zit Wisse niet in elkaar. "Ik ben altijd ergens vóór. Ik kan ook niet begrijpen dat andere mensen niet actiever zijn in het vormen van de samenleving die ze graag zouden willen zien."


Dus voegden Hogers en Wisse de daad bij het woord en verkochten hun mooie koopwoning, trokken naar een iets minder groot huurhuis, en staken hun overwaarde in het nieuwe houtbedrijf in de Kweektuin. Dat verzaagt voor 90 procent Haarlems hout, 5 procent Rotterdams hout, en de overige bomen komen uit de rest van Nederland. Al het hout is afkomstig van de gemeenten en elk product krijgt een brandmerk waarin de afkomst staat vermeld. Want dat is het succes achter dit concept, zegt Wisse. Mensen willen natuurlijke materialen, uit eigen omgeving. Ze zitten soms letterlijk op een bank van een boom uit de eigen straat. "Pure emotie", volgens Wisse, maar daar gaat het háár niet om. "Ik ga voor het milieu en de circulaire economie. En wat is er dan mooier om van een boom die gekapt is, voorwerpen te maken die je weer aan de stad kunt teruggeven?"


Heilzaam hout


Toch kan het nog veel efficiënter. Wat zou het mooi zijn om de houtbewerking ook een therapeutische functie te geven, door bijvoorbeeld mensen met burn-out of zonder arbeidsritme via de werkplaats van Hogers te laten re-integreren. "Op dit moment werkt bij ons een ex-bankier die volledig was vastgelopen." Geweldig vindt hij het werk met 'heilzaam hout'. De geur alleen al. "Maar die reïntegratie zou eigenlijk binnen een formele regeling moeten vallen." Dat krijgt ze vooralsnog niet voor elkaar.


Waarop Wisse vooral ook wacht, is schaalvergroting. Pas dan gaat haar circulaire manier van werken echt iets opleveren. "De gemeenten in Groot-Amsterdam zouden voor de verwerking van de eigen bomen één gezamenlijke zagerij moeten hebben die continu bezet is, en één droogkamer, het liefst op zonne-energie. Maar daar heb ik toch echt de politiek voor nodig." Alleen ambtenaren en politici kunnen samenwerking tussen overheden bewerkstelligen. "Maar vooral die ambtenaren gaan er niet voor. Ze vinden dat burgers dit zelf maar moeten oplossen." In al haar positivisme voelt ze zich, omringd door zoveel hout, bestuurlijk in de kou staan.


Eigenlijk hebben Schot en De Ruijte precies dezelfde ervaring. "Een beetje méér waardering zou fijn zijn", zegt Schot. "Iets meer hulp en ondersteuning. Burgers kunnen niet álles." "Burgerparticipatie is prima, maar kan nooit op zichzelf staan", gaat Wisse verder. Bestuurders moeten aansluiten, ook, of misschien zéker, als de vrijwilligers hoogopgeleide burgers zijn die stappen vooruit kunnen zetten. Want ook al gaat in de Haarlemse Kweektuin hartstikke goed, het kan nóg beter.


Volgende week: de oma's uit Ommoord vrezen de dag dat ze afhankelijk worden.

Diplomademocratie

Vrijwilliger Karin Schot uit deze reportage stemt op 15 maart de Piratenpartij, Frans de Ruijte zweeft nog, en Isabelle Wisse van Nederlands Hout stemt in ieder geval 'links'. Daarmee zijn ze niet representatief voor de Haarlemse Kleverparkbuurt: die is een bastion van PvdA, VVD en D66, typisch partijen waarin hoogopgeleiden zijn oververtegenwoordigd.


Bestuurskundige Mark Bovens beschreef in zijn boek 'De Diplomademocratie' (2010) dat hooggeschoolden andere politieke voorkeuren hebben dan laaggeschoolden. Kon je vroeger op basis van iemands geloof zijn politieke standpunten uittekenen, nu is het opleidingsniveau een 'sociale marker'. Hij sprak in dit kader van een nieuwe verzuiling. Maar daar zijn ook kanttekeningen bij te plaatsen.


Uit een analyse van de verkiezingsuitslagen op stembusniveau door René Schulenberg in 2013 bleek dat ook andere factoren een rol kunnen spelen. Vooral bij de VVD-aanhang blijkt dat een hoger inkomen en de leefbaarheid van het gebied veel bepalender te zijn. Bij PvdA-kiezers speelt stedelijkheid een grote rol.

tevreden hoogopgeleiden zijn groene vrijwilligers

Hoogopgeleide burgers zijn volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gelukkiger, hebben meer vertrouwen in de politiek en de democratie, zijn zelfredzamer en participeren meer. Dat laatste is onder andere op te maken uit hun inzet voor vrijwilligerswerk. Uit de cijfers van 2012 en 2013 blijkt dat gemiddeld 50 procent van de Nederlanders zich als vrijwilliger inzet. Bij mensen met alleen basisonderwijs of vmbo ligt die deelname tussen de 30 en 40 procent, bij hoogopgeleiden (HBO, WO) tussen de 50 en 60 procent. Volgens natuur- en milieuorganisaties zijn in 'het groen' in totaal tussen de 100.000 en 150.000 vrijwilligers actief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden