In de Grote Kerk van Naarden!

'Albertina Soepboer bekijkt mijn enthousiaste 'De Matthüus Passion! In de Grote Kerk van Naarden!' met kalme verbazing. Zij heeft een Fries-socialistische achtergrond. Ik begrijp ineens dat niet heel Nederland op de hoogte is van wat in mijn gereformeerde, Noord-Hollandse jeugd hét evenement van het jaar was.'

'We zingen de Lamentaties van Lassus', zeggen de zangers van het Egidiuskwartet, als ik met ze aan het repeteren ben voor ons gezamenlijke programma over de kerktoonsoorten. 'Is een oude traditie, die Lamentaties. Voorafgaand aan de Matthüus Passion op Goede Vrijdag. In de Grote Kerk van Naarden.' Mijn gezicht drukt alles tegelijk uit, bewondering en ontroering en een ik-wou-dat-ik-erbij-was, en dat herkennen ze allevier meteen. 'Zullen we kijken of er nog een kaartje voor je is?'

Dat zou fijn zijn. Maar eenmaal thuis loop ik onrustig rond. Nu ik het weet, wil ik liefst de hele dag meemaken. Eerst Lassus en dan Bach. Van kwart over negen 's morgens tot halfvijf 's middags. Hoelang is het geleden dat ik in die kerk zat met mijn vader, bij de Matthüus Passion, toen nog onder leiding van Charles de Wolff - 1967? 1965? De uitvoering op Goede Vrijdag is natuurlijk uitverkocht. Toch even bellen?

Sinds ik ben gaan geloven dat de werkelijkheid magisch is, gebeuren er regelmatig wonderen. 'Mevrouw, ik heb nog één eersterangs kaartje voor u. Wel op een wat vreemde plaats' In een van de ronde banken. Daarvan zijn er drie, van eikenhout, rondom drie forse pilaren. Ik zit in de bank dichtbij het podium in het centrum van de kerk. Als we ervan uitgaan dat de oorspronkelijk katholieke, veertiende-eeuwse kerk gebouwd is in de vorm van het kruishout, zit ik ongeveer in de rechteroksel van Jezus.

Nu nog een partituur, dan kan ik meebladeren. Dat hoort er voor mijn gevoel bij. Albertina Soepboer, die langskomt, bekijkt mijn enthousiaste 'De Matthüus Passion! In de Grote Kerk van Naarden!' met kalme verbazing. Zij, vriendin en dichteres, heeft een niet-kerkelijke, Fries-socialistische achtergrond. Ik begrijp ineens dat niet heel Nederland (en Friesland) op de hoogte is van wat in mijn gereformeerde, Noord-Hollandse jeugd hét evenement van het jaar was. Ik leg het uit, dat het oratorium wordt uitgevoerd sedert Goede Vrijdag 1922, en de imposante rij dirigenten ervan, en ze knikt ernstig. 'Juist. Net zoiets als Skûtsjesilen.' Een geheiligde traditie.

En dan is het vrijdag 14 april. In plaats van lekker uit te slapen, reis ik met trein en bus van Almere naar de vesting Naarden. Alsof ik onderweg ben naar het verleden. Ik kijk rond met eenzelfde blik als waarmee ik door verre landen reis. Oude en nieuwe namen komen voorbij, Hakkelaarsbrug, Tesselschadelaan. O ja, P.C. Hooft, dichter, en Drost te Muiden, en zijn 'Nederlandsche Historiën', waarin hij het uitmoorden van Naarden door de Spanjaarden beschrijft, 1572, alsof het gisteren gebeurd is.

Lopend ga ik de vesting in. Het is er stil. Veel geparkeerde auto's - ik hoop dat dat alleen voor de uitvoering is. In de kerk staan honderden stoelen opgesteld voor Bachs oratorium; ongeveer tachtig mensen wonen de uitvoering van de Lamentaties bij.

Peter de Groot, Marco van de Klundert, Hans Wijers en Donald Bentvelsen - altus, tenor, bariton, bas -- zingen een adembenemende drie kwartier als één man, als één grote stem. Klaagliederen I:1-16 zijn als de 'Lamentations Jeremiah Prophetae' door Lassus in drie delen op muziek gezet. Latijnse verzen worden voorafgegaan door een 'nummering' in letters, de eerste zestien van het Hebreeuwse alfabet, die worden gezongen met een andere intensiteit dan de tekst. Na afloop houdt het publiek de adem in, applaudisseert dan toch. Applaus is na de Matthüus Passion volstrekt not done, maar vanmorgen mag het.

Hierna is een ruime pauze en iedereen gaat koffiedrinken. Ik begroet de zangers, die met rooie ogen en betraande wangen staan bij te komen in de geïmproviseerde kleedkamer. De ontroering, om deel uit te mogen maken van dat geheimzinnige proces waarbij een vijfde stem ontstaat uit de vier. En kijk, daar komen de zangers en solisten voor Bach binnen, en Jos van Veldhoven, die deze geruchtmakende 'uitgeklede' versie van de Matthüus dirigeert. Achter de schermen mengt de ene uitvoering zich met de andere.

Ik dwaal de kerk weer in, en zie hoog boven mijn hoofd de schilderingen die met de restauratie (1965-1978) tevoorschijn zijn gekomen. Twee reeksen voorstellingen naast elkaar, een oudtestamentische en een nieuwtestamentische, misschien van de schilder Jacob Cornelisz van Oostsanen, welven zich over de kerkganger. Merkwaardig dat ze het passieverhaal tot onderwerp hebben. Alsof men bij het begin van de Matthüus Passion-traditie in deze kerk wist, dat dit achter het pleisterwerk wachtte.

Eindelijk begint de kerk vol te lopen. Ik ga vast in mijn ronde bankje zitten, en leg mijn partituur voor me op de eikenhouten rand die voor kerkboeken bedoeld is. Wat mij betreft bestel ik deze plek voor de rest van mijn leven, ik zit hier prima. De bank is hoger dan de stoelen rondom, er is goed zicht op de musici (linksvoor) en op honderden toehoorders (rechtsvoor).

Het publiek is beschaafd feestelijk gekleed. Ik ken de kerk nog uit de tijd dat het zo koud was, dat je laarzen aan moest, en dekens mee. Nu zie ik dames in stemmige zwarte zijde, of zelfs iets uitbundiger kleuren. Bijna niemand heeft een partituur. Vanwaar ik zit, tel ik er uiteindelijk vier. Dat was vroeger ook anders. Wie leest er nog muziek?

Ik kijk nog eens rond. Wij gingen vroeger op donderdagavond, naar de generale repetitie, want die kaartjes waren niet zo duur. Goede Vrijdag is de dag waarop het lijden van Christus herdacht wordt, en dus de mooiste dag om de uitvoering van Bachs Matthüus Passion bij te wonen. Het is ook de première, als je van zoiets mag spreken. Net als ik dit bedenk, komen er hoogwaardigheidsbekleders en politici binnen. De burgemeester van Naarden, Peter Rehwinkel, laat zijn zilveren ambtsketting achteloos in de zak van zijn colbert glijden voordat hij gaat zitten, een simpele handeling van respect voor wat er komen gaat. Ik zie Piet Hein Donner, en jawel, minister-president Balkenende.

Balkenende heb ik nog nooit in het echt gezien. Hij lijkt niet op de tovenaarsleerling uit de boeken van Rowling, maar op iemand die iets uit te vechten heeft - spanning die vermindert in de uren waarin de muziek de kerk vult. In het korte muziekmoment wanneer het 'Eli, Eli, lama asabthani' klinkt, ('Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?'), wordt zijn oor aan deze kant knalrood. Ontroering, denk ik.

Intussen zijn de instrumentalisten binnengekomen, en de zangers en solisten, met Jos van Veldhoven. Stilte. En inzet.

Ik heb het met aarzeling afgewacht, want zo juichend waren de recensies nu ook weer niet. Maar wat ik te horen krijg, verdient de beschrijving perspicu-itas, 'doorzicht', 'helderheid'. De kleine groepen zangers rechts en links, de kleine groep jongens daartegenover, de subtiele dirigeerstijl van Van Veldhoven, en bovenal, de snelheid en soepelheid waarmee het werk wordt uitgevoerd, zorgen voor heldere melodielijnen. En voor een notie van onderliggende dansmelodieën.

Dans is in vele andere godsdiensten dan de protestantse godsdienst een vorm van gebed. David danste voor de ark. Het lichaam is diep verbonden met het heilige. Ik kijk de kerk rond, en zie hoe de honderden ernstig kijkende aanwezigen heel licht zijn gaan deinen op de bekende melodieën. Heeft iemand het in de gaten? Ik denk het niet, we zitten met weinigen op zo'n mooi uitzichtspunt.

De klare muziektaal die ik nu hoor, geeft mij een ander zicht op het lijdensverhaal. In het Judas-evangelie is Judas de uitverkorene. Jezus zegt tegen hem: 'Maar jij zult ze allemaal overtreffen. Want jij zult de mens opofferen die mij bekleedt.'. Nu hoor ik ineens het 'Herr, bin ich's?' als een echo van een situatie waarin iedereen, die toen aan die tafel zat, graag die uitverkorene had willen zijn, zonder zich daarvan de consequenties te realiseren. In zo'n lezing is Jezus in de nacht van het verraad geen slachtoffer, maar orkestreert hij zijn eigen dood door iemand tot verrader te 'benoemen'. Het aanwijzen zou dan betekenen: jij moet het doen. Niet: jij hebt het al gedaan. Zonder de handeling van een Judas kan het niet, die kruisdood. Zelfmoord is uitgesloten, die zou het echte offer ontheiligen.

Het echte offer blijft vandaag zichtbaar in het centrum waar de muziek omheen wordt getekend. Deze uitvoering vertelt, en blijft vertellen, cirkelend om de kruisdood heen. Als we om halfvijf in stilte opstaan als eerbetoon aan de uitvoerenden, valt de middagzon stralend naar binnen.

De melodieën in het hoofd, zie ik de toehoorders naar buiten toe uitwaaieren. Op station Naarden-Bussum, in de warme middag, fluit iemand argeloos de stem uit het laatste koor. 'Wir setzen uns mit Trünen nieder'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden