In de Engelenbak broedt het ware liefhebberstoneel

AMSTERDAM - Vanavond staat het publiek - zoals elke dinsdag - in de rij voor een kaartje voor de Open Bak van theater De Engelenbak. “Het is de langst lopende voorstelling” zegt directeur Pia van den Berg trots. Maar vanavond staat die rij voor de Stadsschouwburg en niet in de Nes. De Engelenbak bestaat 20 jaar en viert dat met een speciale Open Bak aan het Leidseplein.

De bezoekers kopen hun kaartje bij de oud-directeuren Arthur van Schendel en Theo Ruyter, en bij voormalig bedrijfsleider Ben van Noort. Zestig artiesten werken mee aan het vierde lustrum. Oudgedienden, die in De Engelenbak hun eerste schreden zetten op het pad van artistieke faam, zoals de presentatoren Brigitte Kaandorp en Marijke Boon. Maar ook nieuwelingen, die volgens Van den Berg zenuwachtig en trots zijn dat zij voor een zoveel groter publiek dan anders zullen optreden.

Twee nieuwelingen openen het feest: de Amsterdamse wethouder van cultuur Ernst Bakker en Eerste-Kamerlid Annemarie Grewel, die tevens voorzitter is van de Amsterdamse cultuurcommissie, spelen Beckett. Van den Berg kan het in haar kantoor niet laten nòg een tipje van de sluier te lichten. Ze wijst naar twee attributen die Bakker en Grewel zullen gebruiken en vraagt of het me ergens aan doet denken. Als het goede antwoord klinkt, grijnst ze tevreden. “Maar dat mag je niet opschrijven. het moet een verrassing blijven.”

Van den Berg is inmiddels vijf jaar directeur van het theater dat sinds de opening in 1975 consequent een professioneel podium biedt voor amateurtoneel en amateurdans en voor eenieder die ook eens op de planken wil staan.

“De Engelenbak moet de artistieke, theatrale en experimentele kwaliteiten van het amateurtheater een podium geven. Ik zoek de parels en presenteer die voor een algemener publiek, dat ook kritischer is. De voorstelling moet uitstijgen boven het niveau van de rechtstreekse achterban, die veel subjectiever kijkt.”

Voor het contracteren van toneelgroepen gelden kwalitatieve normen; bij de Open Bak daarentegen kan iedereen zich aanmelden en bijna alles kan. “Maar wij willen geen propagandistische, pamflettistische man of vrouw op een zeepkist.” Bij haar weten is er één keer een standup comedian over de schreef gegaan met discriminerende opmerkingen. “Men wéét dat het een theater is, daar gelden bepaalde wetten en daarbinnen vinden de voorstellingen plaats.”

De koningin

“De Open Bak is vooral een broedplaats, geen talentenjacht.” Ook al hebben er in die twintig jaar heel wat talenten dáár hun eerste staaltjes vertoond. Zoals de kleinkunstenaars Brigitte Kaandorp - “Zij is de koningin van de Engelenbak” - Lenette van Dongen en Paul de Leeuw, de acteur Thom Hofmann - “Hij begon hier als barhulp en zong in de Open bak bijvoorbeeld liedjes van de Stones” - of de fluitiste Leonore Pameijer.

“De meesten die verder zijn gegaan als artiest dragen De Engelenbak nog steeds een warm hart toe.” Een aantal van hen komt er nog steeds zijn of haar nieuwe programma toetsen.

Daarnaast speelde De Engelenbak een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het allochtone en multiculturele theater. De eerste Turkse en Marokkaanse voorstellingen stonden in de Nes op de planken. Daar stonden de theatermakers Rufus Collins en Henk Tjon aan de wieg van het Surinaams getinte gezelschap De Nieuw Amsterdam (DNA). “Het multiculturele theater is inmiddels verschillende kanten opgegaan. Het is professioneler geworden en minder sectarisch; het is ook uitgewaaierd naar andere plekken.”

Van den Berg vindt dat De Engelenbak ook een taak heeft de amateurs in contact te brengen met professionele theatermakers. Zo maakte choreograaf Hans Tuerlings in opdracht van het theater voorstellingen met dansamateurs voor de themaprodukties 'Beweegreden'. En produceerde Karina Holla vanuit háár discipline, mime, 'De louteringsberg' naar de 'Divina Commedia' van Dante.

Maar onverkort blijft voor Van den Berg gelden dat het moet gaan om 'liefhebberstoneel'. “Voor andere vormen van theater zijn genoeg andere podia.” Zij voelt ook geen behoefte om ingrijpend te sleutelen aan de formule zoals die vooral onder Theo Ruyter vorm en inhoud kreeg. “Ik kwam hier in een gespreid bed.”

Ruyter - sinds 1990 directeur van het Rotterdamse theater Lantaren/Venster - vat de belangrijkste poten telefonisch nog eens samen: “Theater De Engelenbak is het Carré van de amateurpodiumkunst, een nationale toetssteen voor amateurdans en -toneel. Dáár staan, dat is het hoogst bereikbare. Het is een broedplaats voor talent. En het is plek waar ontwikkelingen in de samenleving een theatrale vorm krijgen.”

“Een van mijn mooiste herinneringen is de 'ontdekking' van Dirk Tanghe.” Het was 1986 en het Vlaams Cultureel Centrum in de Nes wilde zijn tienjarig bestaan vieren met de presentatie van Vlaams talent in alle Nestheaters. “Ik kreeg toen de tip dat de Toneelkring Sint Rembert ergens in Torhout Hamlet speelde onder leiding van ene Dirk Tanghe.”

Ruyter zag het niet zitten: Shakespeare door amateurs, het verre reizen naar 'een dorpje van niets'. “Ik ben toch gegaan en ik heb daar een geniale voorstelling gezien.” Ruyter haalde het gezelschap naar Amsterdam en belde alle toneelrecensenten. Op één na lieten zij verstek gaan, want juist dàt weekeinde stond 'Going to the dogs' van Wim T. Schippers in de Stadsschouwburg. “Hamlet was twee maal uitverkocht en eenmaal bijna. “Nu zeggen drie maal zoveel mensen dat ze erbij waren.”

Want ook dàt is De Engelenbak: weten dat je later misschien kunt zeggen dat je een artiest hebt zien optreden toen niemand hem of haar nog kende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden