'In de DDR ging geen talent verloren'

interview | Volleybalcoach Han Abbing werkte jaren in Duitsland. 'We moeten de scholen langs om talent te vinden.'

Eigenlijk wilde hij na jaren talenten te hebben getraind wel eens aan de slag met volwassenen. Maar toen volleybaltrainer Han Abbing na tien jaar in Duitsland terugkeerde in Nederland was hij zo blij verrast door de voorzieningen op Papendal dat hij besloot toch maar weer met 19- en 20-jarigen te gaan werken.

"In plaats van verschillende centra door het hele land is er nu één trainingscentrum waar alle talenten bij elkaar zitten. We trainden destijds in Zeist op zondag, maandag en dinsdagochtend. De rest van de week moesten ze naar school. Nu zit iedereen de hele week op Papendal en zijn de sporters verbonden aan scholen."

Han Abbing (53) is afgelopen maandag op het Arnhemse sportcomplex begonnen als talentcoach van de mannen van Jong Oranje. Hij volgt Ron Zwerver op, die achter Gido Vermeulen assistent-bondscoach is geworden van het vrouwenteam.

De Nederlandse volleyballers werken met een coachpool waarbij trainers multi-inzetbaar zijn. Ze hebben weliswaar een eigen team onder hun hoede, maar rouleren ook regelmatig om teams van zowel mannen als vrouwen van verschillende leeftijden iets bij te leren. Abbing kijkt er naar uit. "Het is heel spannend. Makkelijk zal het niet zijn, want iedere trainer heeft toch zijn eigen ideeën."

Na een weinig opzienbarende carrière als speler werd Abbing, geïnspireerd door trainers als Joop Alberda, Bert Goedkoop en Peter Murphy trainer bij de Nederlandse volleybalbond. Hij had hier de vrouwelijke jeugd en Jong Oranje onder zijn hoede en was vanaf 2001 drie jaar assistent-bondscoach van het vrouwenteam.

De afgelopen tien jaar werkte Abbing in Duitsland. Eerst bij Bundesligaclub Suhl in Thüringen, waar hij onder meer de beker won, later bij de Duitse bond in Berlijn. Daar werd hij in 2009 wereldkampioen met de vrouwen van Jong Duitsland, het grootste succes in zijn carrière.

De ervaring die Abbing opdeed in Duitsland komt in Nederland goed van pas. Vooral de DDR-sportcultuur, waarvan de relicten nog altijd zichtbaar zijn in de Duitse opleidingscentra, kan als voorbeeld dienen. "Los van de doping en de dwang die bij dat regime hoorden, zitten er qua methodiek en nadruk op fysieke kracht leerzame elementen in. In de DDR ging geen talent verloren. Ze gingen alle scholen langs om te kijken wie wat kon. Dat moeten wij ook doen."

Het Nederlandse volleybal maakt een donkere periode door. Nadat de mannen in 1996 Olympisch kampioen werden in Atlanta en een jaar later in eigen land het Europees kampioenschap wonnen, ging het bergafwaarts. In 2000 werd de ploeg nog vijfde op de Spelen, vier jaar later gedeeld negende. Sindsdien heeft de ploeg geen Olympische Spelen meer gehaald. Op het EK vorig jaar werd Oranje tiende. Talent dat het tij kan keren is - in elk geval bij de mannen - op het volleybalveld nauwelijks voorhanden.

"Het talent is er wel, je moet het alleen zien te vinden als het zichzelf niet aanbiedt. Als je door de stad loopt moet je vaak genoeg omhoog kijken naar al die lange jongens en meiden, dus ze zijn er wel. We moeten de scholen in en via regionale opleidingscentra talent opleiden. In een tijd dat je duizend dingen kunt kiezen die leuk zijn om te doen moeten we extra moeite doen om talent aan te trekken. We kunnen niet blijven zitten wachten."

Toch blijft Abbing optimistisch over de toekomst van de sport. "Ontwikkeling gaat altijd in golfbewegingen. Het is wachten op een succesje dat een omslag in gang kan zetten. Vergeleken met bijvoorbeeld Duitsland zijn veel dingen gemakkelijker in een klein land als Nederland. De lijnen zijn korter en ik heb het idee dat de sfeer op Papendal hechter is dan op het sportcentrum in Berlijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden