’In de dans lijkt alles wel oké’

(Trouw)

Een atleet voor wie de lat te hoog ligt, komt niet in de selectie. „In de kunst ligt die lat er ook en aan die lat hoor je je als kunstenaar te meten”, zegt Hans van Manen. „Ik zie dat in de dans te weinig.”

’Mijn grote voorbeeld George Balanchine zei altijd: ’ritme is de bodem van de danskunst’. En dat klopt. Daarom ben ik dol op pianomuziek; ritme en melodie in de meest simpele vorm.

„Voor mijn nieuwe werk bij Het Nationale Ballet choreografeer ik op vier Goethe-liederen van de laatromantische componist Hugo Wolf. Daar attendeerde Reinbert de Leeuw mij op. Hij belde op een zondagochtend en zei ’je moet nú komen luisteren’. Dus ik ernaartoe. Als een opgewonden sprinkhaan deed hij open, ging achter de piano zitten en speelde een aantal liederen voor. Normaal gaat de aandacht uit naar de vocalen. Maar nu, sec op piano gespeeld, bleken die liederen zó fantastisch gecomponeerd.

„Muziek luisteren, afstand ervan nemen, weer luisteren, en plotseling loopt er iets in de groef. Ik heb voor de meer dan 150 balletten die ik sinds 1951 heb gecreëerd, nooit in de muziek gesneden. Als composities lastige stukken bevatten, dan heeft dat een reden. Dat los je als choreograaf dan maar op.

„Vroeger luisterde ik heel vaak naar de muziek die ik had uitgekozen voordat ik met mijn dansers de studio inging. Opnieuw en opnieuw – ik kende de muziek via mijn oren als de dirigent via zijn partituur. Ik kon de muziek dan ook geweldig goed volgen, zo nu en dan een beetje té.

„Ik merkte dat volgzaamheid mijn autonomie aantaste. Nu ga ik heel anders te werk. Naar de liederen van Wolf heb ik hooguit vijf keer geluisterd, genoeg om ervan te gaan houden. Hoe het ballet begint, heb ik van tevoren uitgedacht. De rest ontstaat in vrijheid, in de studio met de dansers.

„Laatst gaf ik een lezing voor het COC in Den Haag en ik trof bepaald geen dom publiek. Aan een stuk of vijftig mannen, allemaal wat ouder, vertelde ik over dit nieuwe ballet. Iemand stelde me de vraag: ’Die Goethe-liederen, die gaan toch over verlangen? Wat gaat u daarmee doen?’ Ik antwoordde: ’Dat is heel eenvoudig, meneer. Zodra er sprake is van verlangen, is er eerder iets niet doorgegaan’. Al die mannen gíeren van de lach! Maar het is wel zo. Op toneel ben ik niet geïnteresseerd in verlangen op zich, maar hoe dat verlangen is ontstaan: dat maakt het spannend.

„Ik maak geen abstracte balletten. Het gaat altijd ergens over. Maar van anekdotiek houd ik niet. Je moet voelen wat er aan de hand is en dat niet in hapklare brokken aangereikt krijgen. Ik kan intens genieten van de rechtbankserie ’Law and order’. Alles klopt daarin. Soms zijn de gezichten van de acteurs amper uitgelicht, dan zie je slechts hun silhouet. Dat mag en kan omdat je wéét om wie het gaat. Er is niet vóór iemand nagedacht, maar er goed óver nagedacht. Reuze knap is dat.

„De Mondriaan van de dans word ik genoemd. Ik heb de naam dat ik steeds meer weglaat in mijn werk en dat klopt ook wel. Te vaak zie ik dans waarin maar wordt doorgezeurd. Heel knap gedaan hoor, dat wel. Dan denk ik: hoe verzinnen ze het, dat zou ik nooit kunnen. De danstechniek is adembenemend, zelfs verbazingwekkend goed als je het met vroeger vergelijkt. Maar ik vraag me bijna altijd af: wanneer komen ze nou to the point? Waar gáát dit over?

„Ik ben een man van het beeld. Als ik televisie kijk kan ik me rot ergeren. Er wordt maar wat gedaan; dat klópt niet, denk ik constant. Met fotograferen ben ik gestopt toen ik zag dat mijn vriend Erwin Olaf steeds weer een stapje vooruitkwam en ik me realiseerde dat ik choreograferen zou moeten opgeven om eenzelfde ontwikkeling te kunnen doormaken. Dus bleef ik trouw aan de dans.

„Waarom? Omdat ik van dansers hou. Ze fascineren me enorm en dat is een voorwaarde om te werken. Inspiratie haal ik uit vrienden; vormgevers Benno Premsela en Jean-Paul Vroom, galeriehoudster Riekje Swart niet te vergeten. Zij hebben me veel laten zien, me met van alles in aanraking gebracht. Nu zij zijn weggevallen, zijn er andere mensen: schrijver Willem Melchior, Erwin Olaf, mijn partner Henk van Dijk. Cruciaal is dat er ontwikkeling is. Stilstand is funest.

„Dat is momenteel de grote makke bij een aantal Nederlandse dansgezelschappen: men doet daar te lang dezelfde dingen. Dan is de koek op een gegeven moment op. Mijn eigen gezelschap Het Nationale Ballet is ervan doordrongen dat het prikkelend moet blijven. Introdans in Arnhem doet het ook goed, hun repertoire is heel dynamisch: vroeg werk van mij en Jirí Kylián, afgewisseld met balletten van een minimal choreografe als Lucinda Childs en een Amerikaanse nieuwkomer als Robert Battle, de nieuwe artistiek directeur van Alvin Ailey American Dance Theatre.

„Ik vind dat je als choreograaf aan een gezelschap verbonden hoort te zijn. Tegenwoordig is dat niet meer de praktijk. Choreografen komen en gaan en dat is te zien. Het werk staat niet meer in een traditie, terwijl je samen als groep juist naar iets consistents moet streven.

„Er zijn wetten waar iedere kunstenaar zich aan dient te houden. De rek zit ’m in de mazen van de wet. Als je de mazen opzoekt, ga je vanzelf vooruit. Daar hoef je niet iets nieuws voor te verzinnen. In de sport ligt er een heel duidelijke lat, zo van: die 2 meter 55 moet je halen. In de kunst ligt die lat er ook en aan die lat hoor je je als kunstenaar te meten. Ik zie dat in de dans te weinig, alles lijkt wel oké. In mijn ogen kan dat niet. Oké is decoratie.

„Soms moet Henk mij een beetje duwen als de straat helt, want ik heb een etalagebeen. Maar in de studio heb ik daar totaal geen last van, dan ren ik zo van hot naar her. Ik ben zo ijdel als de klere. Ik probeer op gewicht te blijven om niet te erg bij de dansers uit de toon te vallen. Dat doe ik uit respect voor hén: ze zijn zo fantastisch gedisciplineerd en zien er zo fantastisch uit; als ik met mijn kleren aan een béétje op ze lijk, ben ik tevreden.

„Tip: als je dun wilt blijven, eet vaak buiten de deur. Als je dan ’s avonds laat trek krijgt, zit er toch niets in je koelkast.

„Aan stoppen denk ik niet, ook al ben ik met mijn 78 jaar de pensioengerechtigde leeftijd ruim gepasseerd. Of ik moet ziek worden en die ziekte is zo erg dat ik niet meer kan. Maar dan is het sowieso tijd me aan te melden bij een euthanasievereniging. Werk houdt mij geaard en geïnteresseerd in wat er om me heen gebeurt.

„Ik bezoek veel tentoonstellingen, internationaal ook. Beeldende kunst, mode: vroeg of laat kom je ontwikkelingen die je daar ziet, ook tegen in het theater. Buiten de kunst ben ik dól op snooker. Uren zit ik voor de buis, zie alle grote wedstrijden. Snookeren is als schaken, je moet vooruitdenken, die keu raken waar die geraakt dient te worden. Daar komen ook hersens aan te pas, hoor. Zo makkelijk is het niet.

„Ik heb niets te klagen. Maar Balkenendenorm? Ha! Ik kom nog niet aan de helft, maar je hoeft geen medelijden met me te hebben, ik verdien mijn geld in het buitenland. Zojuist heeft mijn werk in verschillende programma’s in Hongkong gestaan – alles uitverkocht. In Moskou danste de grootste Russische danseres van dit moment, Uliyana Lopatkina, in mijn balletten. Daar wordt in de Nederlandse media met geen woord over gerept, zo van: ’die Van Manen, dat weten we nu wel’. Terwijl er Nederlandse cultuur voor het internationale voetlicht wordt gebracht!

„Zoals iedere kunstenaar twijfel ik geregeld aan mijn eigen kunnen, dat slijt niet met de jaren. Ik kom thuis van repetities en dan is er altijd dat moment: kan ik het nog wel? Uit alle prijzen die ik in de loop van mijn carrière heb gekregen, put ik geen zekerheid. De toekenning van de Erasmusprijs in 2000 is de naam van de danskunst ten goede gekomen, maar ik heb bij het maken van een nieuwe choreografie nooit gedacht: goh, wat fijn nou dat ik die prijs heb. Het begint altijd gewoon opnieuw.”

Van Manens nieuwe werk gaat op 15/10 bij Het Nationale Ballet in première en is t/m 5/11 in het Amsterdamse Muziektheater te zien in het programma ’Strong Voices’. Volgend voorjaar toert HNB met een Van Manen-programma. Ook Introdans en Nederlands Dans Theater hebben komend seizoen werken van Van Manen op het programma, zie dans 2010-2011.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden