Reconstructie

In de chaos na de Bijlmerramp namen deze twee vrouwen het voortouw

De flat in de Bijlmer die door de El Al Boeing werd doorboord. Beeld ANP

In de chaos na de Bijlmerramp hebben juist twee vrouwen het voortouw genomen. Noortje van Oostveen en Maureen Sarucco dalen 25 jaar later nog één keer af naar de crisisbunker onder het Amsterdamse stadhuis.

De lift pal naast de receptie aan de Zwanenburgwal snort naar -1, de deuren openen in de fietsenkelder. Onder het Amsterdamse stadhuis gaat vervolgens een betonnen gang naar rechts, richting een beveiligde draaideur. Daarachter weer wacht een zwaar stalen paneel: de brandwerende deur naar de bomvrije bunker. Aan de binnenkant zit een enorme hendel. Als die dicht schuift, komt niemand er meer in, hoe groot de paniek buiten ook is.

De bedompte stilte ver weg van de straatgeluiden wordt doorbroken door een enthousiaste begroeting. “Nóortje!” “Hallo Mauréén!” Twee dames vliegen elkaar om de hals. Noortje is Noortje van Oostveen (1944), bij het grote publiek bekend als presentator van het Journaal, maar daarna was zij jarenlang hoofd voorlichting van de gemeente Amsterdam en daarmee ook de persoonlijk woordvoerder van burgemeester Ed van Thijn. Maureen is Maureen Sarucco (1952) minder bekend, maar jarenlang zeer invloedrijk als directeur van ‘Openbare Orde en Veiligheid’ van Amsterdam. Ze was een van de belangrijkste adviseurs van diverse burgemeesters.

Voor één keer stappen ze nog eens de ruimte in waar ze 25 jaar geleden tijdens en na de Bijlmerramp weken verbleven. Korte nachten, lange dagen, zonder daglicht, vol adrenaline, op zoek naar structuur. Sarucco, na binnenkomst: “Ik zeg wel eens, in deze ruimte moet je ballen hebben, om steeds te kiezen tussen twee shitbesluiten.”

Noortje van Oostveen en Maureen Sarucco in de Bunker onder het stadhuis.

Kort nadat op zondagavond 4 oktober 1992 om zes over half zeven zich een Boeing in de Bijlmer boort, gaat bij Van Oostveen de telefoon. Ze zit te eten. “Ik kreeg Joe Simmons aan de lijn, een medewerker van mij die weekenddienst had”, zegt Van Oostveen. “Hij was weer gebeld door een portier van het stadhuis die in Zuid-Oost woont. Dat was dus helemaal geen officiële melding, maar afkomstig van een portier die thuis zit en denkt: ik moet bellen.”

Met enige schroom belt Van Oostveen vervolgens op haar beurt de burgemeester die net op televisie Ajax-Twente zit te kijken. Ze is de eerste. “Ik wist dat hij Studio Sport aanhad, want dat was altijd het geval rond deze tijd en dan mocht je hem vooral niet storen. Maar dat werkte ook in mijn voordeel. Hij wist dus dat het echt menens was toen ik hem wél stoorde.”

Maureen Sarucco staat onder de douche haar haren te wassen, vertelt ze, als daar de telefoon gaat. Het is haar collega Frans Kolmers, de rampbestrijdingsmedewerker. “Hij zei: Maureen, het ongelooflijke is gebeurd. Er is een vliegtuig op de flats van de Bijlmermeer gestort. We moeten aan de bak!” Druipend belt ze daarna Van Thijn, die inmiddels ook hoofdcommissaris Eric Nordholt heeft gesproken. Die wilde direct een crisiscentrum op het politiebureau inrichten. “Ik zei: geen sprake van. Ed, je moet een rampenverklaring afgeven, en daarmee heeft de burgemeester het opperbevel. Dat betekent dat we opereren vanuit de beleidsbunker onder het stadhuis.” Maar, vraagt Van Thijn, hoe doe ik dat, een rampenverklaring afleggen? “Ik zei: door nu gewoon ‘ja’ te zeggen. En dat deed ie.”

Maureen Sarucco tijdens het verhoor in 1999. Beeld Trouw

Het is chaos die eerste uren, vertellen ze terwijl ze weer door de ruimtes in de kelder dwalen. In elk vertrek hangt een grote kaart of luchtfoto van Amsterdam aan de wand, met magneetjes om de calamiteit aan te geven, of de positie van de hulpverleners. Chaos, maar hoe kan het ook anders. Terwijl de brandweer, politie en ambulances uitrukken naar de rampplek zelf, spoeden de leidinggevenden zich naar het stadhuis. Van Oostveen: “Hoofdcommissaris Nordholt woonde op de Keizersgracht en vond dat zijn chauffeur te lang op zich liet wachten. Die is toen hollend en struikelend naar het stadhuis gekomen, want hij moest tegelijkertijd zijn uniform aantrekken. Hij wist, ik kan niet in mijn zondagse bloesje aankomen. Wethouder Ernst Bakker heeft het lichtknopje in deze bunker aangedaan, die had weekenddienst. We kwamen in een toen splinternieuwe crisisruimte. Die was maar net af. State off the art. Het rook er nog naar verf.” 

Maureen Sarucco en Noortje van Oostveen keren terug naar De Bunker.

Maureen Sarucco pakt een taxi. “Ik zei, rijd door elk rood licht.” Als ze binnenkomt, rent Nordholt al van telefoon naar telefoon. Ik geloof dat ik de secretaris ben, zegt hij. Ga vooral zo door, antwoordt Sarucco. PTT’ers liggen op de grond om snel nog wat noodlijnen aan te leggen, hoofden van dienst en wethouders melden zich spontaan. Sarucco: “Maar je moet niet de illusie hebben dat je in de eerste uren van een ramp in een beleidscentrum ook maar iets kunt betekenen. Dat hoeft ook niet, iedereen ter plekke weet wat ie moet doen. Je hoeft de brandweer niet te vertellen hoe een brand moet worden geblust, dat weten die jongens veel beter. En de politie beslist zelf wel waar de afzettingen komen. Je moet wel zoveel mogelijk informatie verzamelen, zodat er een beeld van de ramp ontstaat.”

Ed van Thijn wijdt in zijn boek ‘BM’ uit 2003 een hoofdstuk aan de Bijlmerramp en schrijft dat het contrast tussen de situatie in deze bunker en die op de rampplek enkele kilometers verderop levensgroot moet zijn. ‘Met ons hart zijn we daar, maar we weten dat onze plaats hier is en dat er ook de komende dagen en nachten een groot beroep op ons organisatievermogen en onze teamgeest zal worden gedaan.’ 

Opvallend is dat Van Thijn in zijn boek twee namen noemt van mensen die een grote rol spelen in het beheersen van de ramp, en dat dit juist níet de mannen in uniform zijn. ‘Twee vrouwen in ons gezelschap drukken vanaf het eerste moment een duidelijk stempel op het beleidsproces. Maureen Sarucco neemt met groot natuurlijk gezag de sturing op zich’, schrijft hij. En: Noortje van Oostveen trekt op de avond het contact met de media naar zich toe en zal verantwoordelijk worden voor het ‘beeld van de ramp’. Zelf zijn ze te bescheiden: Van Oostveen en Sarucco vinden dat vooral Van Thijn een standvastig burgemeester was die uitstekend leiding gaf aan de operatie. Zijzelf waren als ambtenaren ‘dienend’.

Dat Sarucco zo’n grote rol krijgt in de bunker, beseft ze nog niet als ze dat telefoontje onder de douche krijgt, vertelt ze. Ze is op dat moment weliswaar hoofd van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid, maar die valt weer onder directeur Nico Gianotten. Maar hij blijkt tijdens de ramp met vakantie. Volgens het rampenplan heeft de burgemeester de leiding in de bunker. Sarucco: “Maar toen de eerste interne briefing moest plaatsvinden, kwam Ed van Thijn naar me toe en zei: Maureen, ik wil het niet doen. Ik wil mijn handen vrijhouden en me concentreren op de discussie. Ik wil hebben dat jíj het doet.” En daar staat Sarucco dan, net veertig, aan het roer van de bestrijding van een van Nederlands grootste rampen. Van Oostveen: “Maureen stond als een soort juf voor de klas, met een groot bord achter zich. Wat is jouw laatste info? En wat is die van jou? Die gegevens schreef ze met viltstift op grote vellen”

Die opstelling waarin ze opereerde bestaat nog steeds. De flap-over staat in de hoek. En een kwart eeuw na de ramp heeft Sarucco weer gewoon plaatsgenomen achter een van de katheders in het centrum van de tafelopstelling, waaromheen in een kwart cirkel de tafels zijn gedrapeerd, met ieder zijn eigen microfoon zodat alles wat wordt gezegd kan worden vastgelegd. Op elke tafel staat een bordje met de eigenaar. Links zit de politiecommissaris, de brandweercommandant en de directeur van de GGD. Rechts de burgemeester, de hoge ambtenaren en de wethouders. Daarachter weer het ondersteunende personeel. Allemaal hebben ze uitzicht op grote schermen, waarop de directe beelden van de rampplek te zien zijn.

Overzicht

Sarucco probeert die avond van de ramp vooral overzicht te creëren, maar wordt langzaam maar zeker steeds inhoudelijker. Ze zal op de dagen die volgen een persoonlijk stempel op het proces drukken dat 25 jaar later nog steeds zichtbaar is in het beleid van nu. Ze introduceert tijdens de Bijlmerramp namelijk het begrip caring goverment, de zorgzame overheid die een arm slaat om de slachtoffers. Inmiddels opgenomen in elke beleidsbundel en handleiding.

De Bunker na de Bijlmerramp in 1992. Beeld RV

Doordat Sarucco op haar bord alle gegevens van de ramp verzamelt, is ze rationeel volkomen op de hoogte van de ernst van de situatie in de Bijlmer. Maar de ramp kwam die avond emotioneel pas bij haar binnen als op die grote monitoren boven haar, het beeld verschijnt van een hele lange rij ambulances. “Oh mijn god, dacht ik. Dat beeld was voor mij sterker dan dat van het brandende gebouw. Zal ik nooit vergeten. Heel gek misschien, maar ik koppelde die rij ziekenauto’s aan een ander iconische beeld dat me altijd is bijgebleven.” 

Als kind zag ze ooit op televisie de colonne state troopers die de Amerikaanse minister van justitie Robert Kennedy naar het Zuiden stuurde. De gouverneur George Wallace van Alabama weigerde in 1963 twee zwarte studenten toe te laten op de witte universiteit, hoewel de federale rechter had uitgesproken dat dit wel degelijk moest. Kennedy stuurde de state troopers om dit af te dwingen. Het is haar altijd bijgebleven. “Fantastisch was dat. Die colonne state troopers illustreerde voor mij het verschil tussen goed en kwaad, en de rol van de overheid hierin. In een flits inspireerde dat eerste beeld van de rij ambulances met zwaailichten me bij de aanpak van de ramp op dat moment. Dit is zó groot, zó indrukwekkend, het gaat om leven en dood. Hier moet alles voor wijken. Hier is een caring government nodig. We moeten gaan werken met een koel hoofd, en een warm hart.”

Maar dat zal die week nog moeilijk worden, als niet eens de omvang van de ramp duidelijk is. Hoeveel doden zijn er nu precies gevallen, hoeveel mensen worden er vermist? Dat blijft dagenlang volstrekt onduidelijk. “In de eerste uren hebben we gewoon beredeneerd dat als er ongeveer tachtig woningen zijn getroffen”, zegt Van Oostveen, “het aantal doden daarvan een veelvoud moest zijn. Er gingen ook geruchten dat er in een kelderruimte een discofeest gaande was. Dan kom je al snel uit op 250 doden.”

Hoewel de eerste persbriefing pas na middernacht plaatsvindt, hebben de ochtendkranten hun eigen berekening al gemaakt: ‘Vrees voor paar honderd doden’, kopt Trouw. 

De voorpagina van Trouw van 5 oktober 1992 Beeld Trouw

Van Oostveen: “Ik heb in die eerste uren de fout gemaakt geen mededelingen te doen over de dingen die we gewoonweg niet wisten. Maar op een gegeven moment kreeg ik een telefoontje van een Rob Heukels, chef van Radio Noord-Holland. Hij zei: Noortje, we zijn wel de rámpenzender. We moeten informatie hebben, je moet ook communiceren als zaken nog ónduidelijk zijn. Daar had hij gelijk in. Ik heb Ed van Thijn bijna naar de eerste persconferentie moeten dúwen. Die had als standpunt dat hij niks ging zeggen als hij niks wist. Je móet Ed, zei ik, daar kom je niet mee weg. Deze ramp heeft een gezicht nodig, en dat is de burgemeester, geflankeerd door twee mannen in uniform: de hoofdcommissaris van politie en de brandweercommandant. We moeten laten zien dat de aanpak in goede handen is. En zo hebben we het gedaan. Iedere dag was er ’s morgens om half zeven een persconferentie voor de mensen die toen nog met de wekkerradio wakker werden, en om half zes ’s middag weer, vlak voor het journaal. Dat gaf ons ook een ritme voor de dag.”

Onduidelijkheid over het aantal doden

Ook op die persconferenties wordt het getal van 250 doden gehanteerd. “We wisten niet beter”, zegt Sarucco die het gedetailleerde logboek er maar eens heeft bij gepakt, waarin de afwikkeling van de ramp van minuut tot minuut heeft uitgetypt. “Op de eerste avond meldt de brandweer dat er 47 appartementen getroffen zijn, een uur later gaat het over twee keer 60 woningen. De woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam spreekt van minimaal 80. De volgende dag heeft de Sociale Dienst het over 230 woningen die buiten gebruik zijn. Op dinsdag 6 oktober is naast het aantal doden het aantal vermisten opgelopen tot maar liefst 1100.”

De gemeente ondervindt bij het onderzoek grote hinder van slechte staat van het bevolkingsregister. Dat is niet op orde. Bewoners uit de getroffen flats Groeneveen en Kruitberg zijn verhuisd zonder dit door te geven, of hebben juist zonder registratie een van de appartementen betrokken. En dan nog wemelt het in de flats van illegalen, die in geen enkele kaartenbak voorkomen.

Burgemeester Van Thijn kan het op een gegeven moment niet meer aanzien, en besluit op dinsdag tot een versnelde berging. “Een vreselijk besluit vond ie dat”, zegt Sarucco, “omdat er dan minder zorgvuldig met stoffelijke overschotten kan worden omgegaan.” Het Rampen Identificatie Team (RIT) mag niet langer ter plekke onderzoek doen waardoor de berging steeds komt stil te liggen, maar dient de in het puin aangetroffen stoffelijke overschotten elders te onderzoeken. Daar is kritiek op, maar het moet, vindt Van Thijn. Alleen op die manier kunnen mogelijke overlevenden in de discokelder worden bevrijd, besmettingen voorkomen en komt er een einde aan de verschrikkelijke onzekerheid bij de nabestaanden. Op vrijdagmiddag 6 uur moet wat hem betreft de bergingsoperatie beëindigd zijn.

Over het aantal doden begonnen ook de meest wilde speculaties te ontstaan, zegt Van Oostveen. “Journalisten telden gewoon het aantal lijkkisten dat van de rampplek werd vervoerd. Zij wisten niet dat elk gevonden lichaamsdeel, al was het maar een fragment, uit piëteit apart vervoerd werd.”

Voorpagina van de NRC Beeld Trouw

De versnelde berging, maar vooral het ingrijpen van toenmalig commissaris Bernard Welten (die later de hoofdstedelijke hoofdcommissaris zou worden) werpt op de woensdag na de ramp een geheel ander licht op het aantal slachtoffers. Hij wantrouwt de cijfers over slachtoffers al eerder, en laat zijn medewerkers ter plekke onderzoek doen naar het aantal ‘getroffen’ appartementen. Dat woord ‘getroffen’ blijkt een te breed begrip te zijn. Weltens mensen ontdekken dat er niet 80, maar slechts 31 woningen direct door de Boeing zijn vernield. De andere zijn daarna uitgebrand, maar de kans is groot dat de bewoners zich tijdig uit de voeten hebben weten te maken. Welten krijgt gelijk. Als aan het einde van de week de berging is voltooid, zijn er ‘slechts’ 43 lichamen aangetroffen en geïdentificeerd. De disco is nooit aangetroffen.

Illegalencrisis

Inmiddels worstelen de mensen in de beleidsbunker met heel andere cijfers. Sarucco: “Er ontvouwde zich een ramp na de ramp: de illegalencrisis. Al snel na de inslag van het vliegtuig kwamen er geluiden binnen dat er ook illegalen getroffen waren die zich vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning niet voor hulp durfden te melden. Als die ‘zorgzame overheid’ vonden wij dat totaal onacceptabel.” Van Thijn zegt publiekelijk dat hun status geen enkele rol speelt bij het verkrijgen van hulp, maar de indruk blijft dat illegalen geen hulp durven te vragen. “We hadden bij de aanpak van dit probleem echt het kabinet nodig”, zegt Sarucco. “In overleg met toenmalig staatssecretaris Aad Kosto is toen besloten dat illegalen die door de ramp getroffen waren, in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. Zij konden zich aanmelden voor een plek op de zogenaamde Kosto-lijst.”

Dat was en is een mooie gedachte, maar het effect is ook dat die week honderden kansloze illegalen claimen dat ook zij in Groeneveen en Kruitberg hebben gewoond. Van Oostveen: “Ze kwamen zelfs uit Brussel om zich hier te melden. Daar kon Van Thijn zich woest over maken.” Uiteindelijk doen er bijna 1800 illegalen een beroep op de regeling. “De afspraak was dat de meldingstermijn voor illegalen op zaterdagmiddag om zes uur zou aflopen”, zegt Sarucco, “maar op maandagochtend belde Van Thijn mij vanuit zijn ambtswoning, schuin tegenover het toenmalige pand van het bevolkingsregister. Maureen, zegt hij, ik weet niet wat ik zie! Ik zeg, ik weet het ook niet. Hij zegt: ik zie hier een hele rij vreemdelingen op de Herengracht staan en ik zie meerdere auto’s met buitenlandse kentekens. Hoe kan dat? Wat bleek: de directeur van het bevolkingsregister had eigenstandig de termijn verlengd. Daardoor ontstonden er voor ons bestuurlijke problemen. De publiciteit keerde zich tegen ons en het concept van de zorgzame overheid kwam onder druk.”

Dat is ook het geval bij de opvang van getroffen bewoners en de zoektocht naar vermisten. Aanvankelijk worden de slachtoffers ondergebracht in sporthallen. “Daar lag een enkele reguliere dakloze tussen, maar dat vonden we geen punt”, zegt Van Oostveen. Maar dat verandert als de herhuisvesting langer op zich laat wachten, en de slachtoffers in hotels worden ondergebracht. Dag na dag stijgt het aantal overnachtingen. Sarucco: “De slachtoffers hadden meelifters meegebracht, en die op hun beurt, hoe zal ik ze noemen: verstekelingen. Dat liep helemaal uit de hand. We hebben toen opnieuw moeten bepalen wie de échte slachtoffers waren.”

Hetzelfde ziet Van Oostveen gebeuren op de lijst van vermisten. “Een vrouw gaf haar man op als vermist, maar die bleek vijf jaar eerder al te zijn overleden. Anderen gaven een naam op in de hoop dat de politie die persoon zou opsporen. Want ze hadden nog geld van hem te goed.” Een ander voorbeeld is minder eenduidig. Van Oostveen: “Een man die zijn vrouw en twee kinderen bij de ramp was verloren, klaagde bij Het Parool dat de gemeente zijn begrafeniskosten niet vergoed had, terwijl dit wel was toegezegd. Dus die journalist belt mij weer. Wat bleek: de man kwam uit een land waar de cultuur voorschrijft dat je de doden gouden sieraden meegeeft. Die wilde hij declareren. Je denkt dat kán niet, maar die man is wel zijn vrouw en kind kwijt. Ik weet gelukkig niet hoe het is afgelopen.”

De voorpagina van Het Parool Beeld Trouw

Wat ze wel van de Bijlmerramp geleerd heeft, zegt Sarucco, en wat daarna ook staand beleid is geworden in Amsterdam, is dat de zorg van de overheid altijd van te voren begrensd wordt. Die caring government is een prachtig begrip, maar bepaal meteen wat de doelgroep is, de duur van de regeling, wat de voorwaarden zijn, het maximale bedrag. Dat ontbrak bij de afwikkeling van de Bijlmerramp volkomen, waardoor er uitwassen konden ontstaan. “Dat is niet alleen kostbaar”, zegt Sarucco, “maar als je te ver doorschiet creëer je als overheid ook een te grote afhankelijkheid, je hospitaliseert slachtoffers, terwijl je zo snel als mogelijk zelfstandigheid wil bieden.”

Gelukkig is de oprekking van de voorzieningen voor een groot deel te niet gedaan door het volgens beide dames uitstekende recherchewerk van de politie, die de lijsten met namen (soms op wel zeven verschillende manieren geschreven) in zeer korte tijd heeft weten te minimaliseren. De lijst van bijna 1600 vermisten is tot 0 gereduceerd, van de 1797 illegalen kwamen er slechts 91 op de Kosto-lijst van wie er 55 een definitieve verblijfsvergunning kregen. Sarucco: “Dat is echt vakmanschap.”

Koningin Beatrix bezoekt met onder meer premier Lubbers (m) de plaats van de ramp met het El Al-toestel. Beeld ANP

Opvallend genoeg hebben Van Oostveen noch Sarucco de rampplek zelf nooit bezocht, maar de operatie wekenlang vanaf deze plek aangestuurd. “Dat had ik emotioneel denk ik niet aangekund”, zegt Van Oostveen. “Ik ook niet. Ik wist wat ik moest weten om mijn werk te doen”, aldus Sarucco. Ze lopen nog een rondje, langs de grote tafel waaraan de dag- en de nachtploeg dagelijks samen het diner gebruikte. 

Op de spaarzame foto’s uit die tijd is te zien dat Ien Dales, destijds minister van Binnenlandse Zaken een vorkje meeprikt. Van Oostveen: “Glenn van de huishoudelijke dienst zorgde er altijd voor dat wij prima te eten hadden. Daar maakte hij echt een punt van. En overal lag crisissnoep, Marsjes, zakjes met nootjes, alles wat een mens in zijn zenuwen wil oppeuzelen. Vooral als het weer spannend werd, gingen die er in een rap tempo doorheen.” Sarucco: “Ik kan niet vertellen hoe belangrijk een gemeenschappelijke maaltijd is in een crisis. Een goede maaltijd dan. Aan tafel ontladen mensen zich, kun je even vragen: en hoe gaat het met jóu.”

Als op 23 oktober de mensen van het beleidscentrum weer naar hun eigen werkplekken verhuizen, en de zware stalen deur van de bunker sluit, is er een verschil ontstaan tussen de mensen die ‘lid’ zijn geweest van de crisisstaf in de kelder, en zij die daaraan niet hebben deelgenomen. “Deze bunker creëert een band onderling, en bij tijd en wijlen is ie zelfs gezellig”, zegt Sarucco. Van Oostveen: “Hoofdcommissaris Nordholt zei ooit tegen mij: ‘Noor, dit hebben wij meegemaakt met elkaar. Als je er níet bij bent geweest, leef je in een andere wereld.’ En zo is het.” Sarucco: “Ik kan dit gevoel niet verklaren.” Maar ze had het ‘geluk’ dat ze er bij mocht zijn, zegt ze.

Drie maanden na de Bijlmerramp stapt Maureen Sarucco ‘s avonds in bed, en doet haar ogen dicht. Plotseling wordt ze overvallen door allerlei willekeurige flitsen uit de Bijlmerramp, vooral van de plek waar ze nooit is geweest. Toch heeft ze de gruwelijke taferelen via de beeldverbinding met de bunker wel op de voet kunnen volgen. “Ik ben opgestaan, heb een pot thee gezet, en dacht: Dit is het moment voor mijn verwerking.” Ze zoekt een leeg cahier, schenkt de thee in en begint te schrijven, en te schrijven. Als ze klaar is, is de thee koud. Ze klap het schrift dicht, schuift het in de kast en gaat slapen. “Ik heb het nooit meer ingezien.”

Een rampvlucht van 7 minuten

Een Boeing 747 Cargo van El Al Beeld Flickr/Aero Icarus

Op zondagavond 4 oktober 1992, even voor half zeven, stijgt een vrachtvliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al op van luchthaven Schiphol. De Boeing 747-200 is geladen met 114 ton vracht, waaronder bloemen en parfum, en heeft zeventigduizend liter kerosine aan boord. De driekoppige bemanning onder aanvoering van de zeer ervaren gezagvoerder Fuchs, is samen met een vrouwelijke passagier op weg naar Tel Aviv. De eerste minuten van de vlucht verlopen ogenschijnlijk probleemloos. Kort na het opstijgen krijgt de bemanning van het vliegtuig echter te kampen met technische problemen. Het vliegtuig bevindt zich boven Naarden als de gezagvoerder een eerste noodsignaal uitzendt. De piloot meldt dat beide motoren aan de rechtervleugel zijn uitgevallen. De bemanning weet op dat moment waarschijnlijk niet dat de motoren drie en vier van de rechtervleugel zijn afgebroken en in het Gooimeer zijn gevallen. Op zakelijk toon vraagt de gezagvoerder toestemming aan de luchtverkeersleiding op Schiphol om terug te mogen keren naar de luchthaven. De situatie is ernstig, maar de ingezette noodlanding lijkt volgens de standaardprocedure te verlopen. Enkele minuten na half zeven, ter hoogte van Weesp, geeft de gezagvoerder plotseling door dat er problemen zijn met de bestuurbaarheid van het vliegtuig. Enige seconden later volgt de laatste mededeling vanuit de cockpit van de Boeing: ‘LY 1862, going down, going down’. Om 18.36 uur verdwijnt het vrachtvliegtuig van het radarscherm.

De Boeing stort neer op de woonwijk Bijlmermeer in Amsterdam-Zuidoost, op slechts enkele minuten vliegen van de luchthaven. Het vliegtuig heeft zich in de aangrenzende flatgebouwen Groeneveen en Kruitberg geboord, precies in de hoek waar beide flats aan elkaar zijn verbonden. De ravage door de inslag is enorm. In één klap worden 31 woningen weggevaagd. De appartementen in de galerijen naast de totaal ingestorte wooneenheden staan vrijwel onmiddellijk in lichterlaaie. De vuurzee, gevoed door de ontvlamming van de brandstof van het vliegtuig, legt nog eens 49 woningen in de as. De spookachtige aanblik van de rampplek wordt versterkt door de oranje gloed van de grondvuren, die overal in de wrakstukken en tussen het puin van de flats woeden. Aangewakkerd door een straffe wind, rijzen dikke rookkolommen op, die het rampterrein goeddeels aan het zicht onttrekken. In totaal raken 266 appartementen onbewoonbaar. Van de 43 dodelijke slachtoffers die uiteindelijk te betreuren zijn, was het overgrote deel aanwezig in de 31 wooneenheden die direct door de neerkomende Boeing waren getroffen. Om 22.40 uur die avond liggen 36 gewonden in omliggende ziekenhuizen.

Het dodental van 250 bleek na een week op 43 te liggen. Er waren 36 gewonden. De lijst met 1588 vermisten kon uiteindelijk tot 0 worden teruggebracht. Van de 1797 illegalen die zich als slachtoffer meldden, kwamen er maar 91 op de zogenaamde Kosto-lijst. Slechts 55 van hen kregen een verblijfsvergunning.

Het verhaal van de ramp in 1993 opgetekend door het Crisis Onderzoek Team (COT) onder leiding van prof U. Rosenthal

De Bunker

De eerste civiele crisisbunker De bomvrije beleidsbunker in het stadhuis van Amsterdam is de eerste civiele crisisruimte van Nederland. Hij is ingericht na een beleidswijziging onder burgemeester Wim Polak (1977-1983) die begin jaren tachtig steeds vaker te maken kreeg met grote ordeverstoringen bij de ontruiming van kraakpanden en de kroning van koningin Beatrix. 

De politie trad met regelmaat hard op, terwijl Polak dit beleid dan achteraf in een gemeenteraad moest verdedigen. Polak wilde als burgemeester en korpsbeheerder vooraf meer invloed op het politieoptreden, en verzamelde een groep jonge ambtenaren om zich heen die samen de innovatieve afdeling ‘Openbare Orde en Veiligheid’ vormden. Die hielp de burgemeester voortaan in grote mate te bepalen wat er op straat moest gebeuren. In die tijd werd ook een aanvang gemaakt met de bouw van het nieuwe stadhuis anex opera (Stopera) aan het Waterlooplein. 

De veiligheidsambtenaren vonden het logisch dan ook maar een crisisruimte te ontwerpen, die bomvrij was en geïsoleerd van de overige ruimten in het nieuwe stadhuis. De bunker heeft een eigen communicatienetwerk met noodlijnen en medewerkers kunnen op grote schermen meekijken naar beelden van de calamiteit. Door de indeling van de plaatsen in de zogenaamde crisishoek (operationele dienst links, bestuurders rechts) ontstaat er volgens het personeel een dwingende structuur, rust en orde. Inmiddels heeft de beleidsbunker dienst gedaan bij diverse grootschalige evenementen en crises. De troonswisseling (2013) werd van hieruit gecoördineerd, maar ook kwamen operationele diensten en bestuurders er samen na de moord op Theo Van Gogh (2004) en bij de zedenzaak van Robert M. (2011). Binnenkort wordt de 25-jarige bunker vernieuwd.

Bekijk hieronder een reconstructie van de Bijlmerramp

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden