In de Berekuil van Martin Bril

De Berekuil in Utrecht is een van de beroemdste rotondes van Nederland, schreef Martin Bril. Alweer ruim drie jaar geleden stierf de columnist, maar de boekhandel houdt hem in leven: sinds zijn verscheiden in april 2009 verschenen inmiddels zestien bundels, waaronder dit voorjaar een tamelijk dikke. Vierhonderd pagina's 'Heimwee naar Nederland'.

Daarin vond ik de regel over de Berekuil. Hij wijdde er een stukje aan.

Met Bril heb ik gemeen dat ik ook stukjesschrijver ben. Hij deed het dagelijks, voor een grote landelijke krant; ik doe het bijna dagelijks voor een iets minder grote landelijke krant.

Dichterbij wil ik me in de vergelijking niet wagen. Ik bewonderde zijn idioom, het schijnbare gemak in zijn formuleringen, zijn bravoure om het lege en het ledige te beschrijven. In zijn stukken gebeurde zelden iets.

De techniek die hij toepaste was zo knap dat hij ondanks dat schijnbare gemak geen epigonen voortbracht. Ik herinner me dat de Volkskrant de lezers eens opriep een stukje in de trant van Bril te schrijven en dat lukte een enkeling redelijk. Maar de meesten niet.

Bril had dus een trant. Je herkende een stukje van Bril van grote afstand.

Als een klein eerbetoon (maar ook om nog eens te zien of ik de truc van de grote illusionist zou kunnen doorgronden), daalde ik af in de Berekuil.

Bril benoemde in zijn stukje eerst de vier wegen die in deze verhoogde rotonde samenkomen: het is eigenlijk een kuil waardoorheen fietspaden lopen, terwijl het autoverkeer een niveau hoger verkeert. Bril vertelde iets over de geschiedenis van de kuil (in 1944 in gebruik genomen) en de naam, en pas dan nam hij de lezer werkelijk mee naar beneden.

Hij noemde het een oase, met onkruid en hoog opgeschoten gras en liet het volgen door een lange opsomming van plantensoorten, zoals rode klaver en gele en paarse smeerwortel, akkerkool, weegbree en look zonder look. Droeg hij een determineergidsje bij zich? De bomen die er stonden, benoemde hij niet.

De Berekuil, schreef hij, is een 'soort stille groene navel in het stadsgeweld'. Hij wenste er een zwevende buizerd boven. Wie van de kuil wilde genieten, moest de fiets parkeren en op de rug in het gras gaan liggen.

Bril was geen fietser. Hij was een autorijder.

Als ik er sta, zijn de veldjes gemaaid. Ik herken alleen gras en distels. Ik tel een stuk of tien betrekkelijk jonge eiken en drie oudere lindebomen. Ik volg zijn raad. Ga tegen het talud liggen op de ruwe stoppels en staar naar de hemel. Stil is het niet, onder dat vlies van verkeerslawaai.

Geen banken zijn er, alleen twee bekladde schakelkasten. En enig zwerfafval. Dit is kennelijk geen oord om te verblijven. Fietsers slaan de man in het gras met argwaan gade. Terecht.

Bril had een andere kuil geschapen, als een kleine idylle, en nu ik hem herlas geloofde ik hem wéér.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden