In de ban van het schroot

In Irak neemt het aantal kankergevallen toe. Cijfers zijn er nauwelijks, maar er wordt gesproken van een verdubbeling of zelfs verdrievoudiging. De oorzaken zijn onbekend. Menigeen wijst naar de oorlog van de afgelopen jaren.

Het verwrongen schroot ligt hoog opgetast in de bak van de vrachtwagen. Die rijdt in een konvooi met vijf andere via de oliestad Kirkoek Iraaks Koerdistan binnen. Meerdere keren per week wordt allerlei afvalmetaal uit het zuiden van Irak naar opkopers in het buitenland vervoerd. Schroot van gebouwen, tanks, voertuigen – vaak het gevolg nog van oorlogsschade en meer recent van bomaanslagen.

De konvooien rijden al sinds 2003 met hun vracht door Iraaks Koerdistan. Na een rit van honderden kilometers komt een groot deel ervan terecht op een enorme schroothoop bij Zakho, nabij de grens met Turkije. Momenteel ligt er nog zo’n 2000 ton, vertelt de zoon van de eigenaar, en dat is al veel minder dan voorheen. Het meeste schroot is naar Turkije verkocht om te worden gerecycled, en wat er nu binnenkomt, wordt in zijn nieuwe fabriek in Duhok verwerkt.

Er staat nog een kapotte Iraakse tank tussen het verwrongen metaal, een herinnering aan de strijd van maart/april 2003, toen de Amerikanen het Iraakse leger en gebouwen bombardeerden om Saddam Hoessein op de knieën te dwingen. Veel van de Amerikaanse bommen waren verzwaard met verarmd uranium.

„De Amerikanen zijn hier geweest”, vertelt de jongen dan. „Ze kwamen de straling meten. Ze hebben het meeste van hun tanks en het gevaarlijkste spul daar begraven”. Hij wijst naar de heuvel verderop, waarachter de Tigris in de felle zon ligt te glinsteren. „Je ziet er niets meer van. De boeren bebouwen de grond weer.”

Radioactief afval dat door heel Irak wordt gereden, dat jarenlang op een schroothoop ligt en begraven is in grond waarop gewassen worden bebouwd en waarvan het grondwater wegloopt naar de Tigris. Het is maar een van de voorbeelden van milieuvervuiling in Irak als gevolg van de oorlogen die hier zijn gevoerd. Probleem is dat niemand zich ermee bezighoudt; dat geen overheid heeft geprotesteerd toen radioactief afval nabij de Tigris werd begraven.

„We hebben geen documenten, er is geen onderzoek gedaan”, zegt professor Dilshad Gango van het College of Sciences aan de Universiteit van Salahadin in Erbil. Hij verwijst naar onderzoek van enkele van zijn studenten, die de gevolgen van afvalbelten hebben onderzocht. In Sulaymaniya sijpelen zware metalen en chemicaliën daardoor naar de rivier, en komt er rondom de belt meer kanker voor. Maar over radioactiviteit heeft niemand het.

Gango’s collega aan de universiteit van Duhok, doctor Hassan Al-Mezori, bezoekt na contact met de Trouw-verslaggever zelf de schroothoop bij het naburige Zakho. „Ik heb een rapport gestuurd aan de autoriteiten in Duhok en gevraagd de materialen ter plekke te controleren op radioactiviteit of uranium”, laat hij daarna weten. „Ze antwoordden me dat ze zullen proberen een stralingsmeter te kopen.”

„Het ontbreekt ons aan data”, is bijna een standaardantwoord in Irak. Ook als het gaat over kanker. Dokter Abut, oncoloog in het Azadi-ziekenhuis in Duhok zucht diep. „Het lijkt wel een infectie. We krijgen nu dagelijks nieuwe gevallen van kanker. Voorheen was dat maandelijks, misschien meer.”

Het ziekenhuis schat dat het aantal kankerpatiënten sinds 2003 is verdubbeld. Alle kankers zijn toegenomen, maar vooral borstkanker en lymfomen bij de vrouwen en long- en darmziekten bij de mannen. Bovendien hebben meer mensen nu een chronische vorm van leukemie.

„We hebben ook veel meer meervoudige kankers, mensen die aan meerdere soorten kanker tegelijk lijden”, vertelt Abut. Hij heeft geen zekerheid over de oorzaken van de enorme groei van het aantal kankergevallen. Cijfers zijn er niet, statistiek wordt niet bijgehouden, onderzoek is er niet gedaan. „Nieuw is dat onze patiënten niet alleen uit Duhok komen, en de toename kan daarmee verband houden. Ze komen ook uit Mosul en de provincie Nineveh. En behalve met de vervuiling van het milieu kan de toename ook verband houden met meer welvaart: meer roken, meer rood vlees eten.”

Abut klaagt over het gebrek aan medicatie en behandelingsmethoden. Dokter Ahmed in het Kinderziekenhuis naast het Azadi herhaalt die klacht. „We hebben lang niet alle medicijnen en apparatuur. We kunnen leukemiepatiënten niet isoleren.” Volgens het Iraakse ministerie van gezondheid is dat nog een gevolg van de sancties die de VN in 1990 tegen Saddam Hoessein afkondigden, en waardoor veel apparatuur nog steeds niet naar Irak mag worden geëxporteerd.

Veel medicijnen zijn bovendien erg duur. „Hier in het ziekenhuis zijn medicijnen gratis, maar daarbuiten moeten patiënten ze zelf kopen en veel mensen hebben daar het geld niet voor”, vertelt dokter Ahmed. Anders dan in Nederland bieden ziekenhuizen in Irak alleen de noodzakelijke hulp; heel veel waarvoor in Nederland opname nodig is, geschiedt in Irak poliklinisch. Vaak uit noodzaak: Abut heeft in het Azadi maar twaalf bedden tot zijn beschikking voor kankerpatiënten.

Op de kankerafdeling van kinderarts Ahmed hangen doodzieke kinderen tegen hun moeders aan, kaal van de chemotherapie. Een moeder maakt haar kind wakker om het wat rechterop te zetten voor de foto. Een peuter die aan een infuus ligt, kijkt met sombere ogen naar de camera.

De kinderarts meldt een verdubbeling van het aantal leukemiegevallen onder kinderen, en zelfs een verdrievoudiging in de afgelopen drie jaar. „De oorlogen kunnen de oorzaak zijn, wellicht het fruit en de groenten die hier naartoe komen uit de rest van Irak.” Maar ook hij heeft daarover geen zekerheid.

Rapporten uit de Iraakse havenstad Basra melden dat groenten en fruit die in de regio worden verbouwd, sterk vervuild zijn met radioactiviteit als gevolg van het gebruik van Amerikaanse en Britse bommen met verarmd uranium. Al jaren doen er berichten de ronde over extreem grote tomaten en groenten met vreemde vormen. De gezondheidsautoriteiten in Basra waarschuwen dat de situatie het ernstigst is in Safwan, Um Qasr en Zabair die in 1991 en 2003 zwaar gebombardeerd zijn omdat het Iraakse leger zich er verschanst had. Het uranium dat daarbij vrijkwam, blijft miljoenen jaren in de grond aanwezig, en verspreidt zich bovendien sneller in hete en vochtige omstandigheden zoals in Basra, zeggen de autoriteiten. Volgens wetenschapper Munjid Abdelbakhi van het Iraakse ministerie van wetenschappen en technologie is er in totaal zeker 2000 ton verarmd uranium met de bommen in Irak terechtgekomen.

Buurlanden Iran en Koeweit melden bovendien dat de vis die gevangen wordt in de grensrivier tussen Iran en Irak, de Shat al Arab die langs Basra loopt, besmet is met radioactiviteit. Niet alleen zijn veel bommen in de rivier terechtgekomen, in de winter voert het regenwater de radioactiviteit uit de grond af naar de rivier.

Basra kampt al sinds 1996 met een enorme toename van kanker, meervoudige kankers, misgeboorten en onvruchtbaarheid. Artsen brengen dat in verband met het uranium in de wapens die in 1991 en 2003 zijn gebruikt. Algemeen geldt een incubatietijd van vijf tot zes jaar, voor de gevolgen voor de gezondheid zich openbaren. Dat klopt met 1996, en 2008 heeft opnieuw een toename te zien gegeven.

Probleem is ook hier dat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek is gedaan, en dat het niveau van wetenschappers in Irak momenteel laag is. Het verband tussen verarmd uranium en kanker is niet aangetoond, en in Irak al evenmin. Toch zijn er inmiddels zoveel berichten over kanker in gebieden die door de Amerikanen zijn gebombardeerd, dat het verband erg voor de hand ligt.

Deze zomer werd de wereld opgeschrikt door berichten dat het aantal kankergevallen in Falluja sterk is toegenomen – zes jaar na de Amerikaanse aanvallen op Al-Kaida dat zich in de stad had verschanst. Een onderzoek onder 4800 burgers door Europese onderzoekers toonde een 38-voudige toename voor leukemie, een tienvoudige voor borstkanker en opmerkelijke toenames van hersentumoren. Bovendien zouden, net als in Basra, heel veel kinderen geboren worden die misvormd zijn.

Chris Busby, een professor aan de Universiteit van Ulster en een van de auteurs van het onderzoek, erkende dat het moeilijk is de exacte oorzaak aan te wijzen. Maar „om een resultaat te bereiken als dit, moet er in 2004 toen de aanvallen plaatsvonden een enorme mutagene (waarbij genetisch materiaal verandert, red.) blootstelling hebben plaatsgevonden”. Een blootstelling die dan groter moet zijn geweest dan die van de atoombommen van 1945 op Hiroshima en Nagasaki.

Noord-Irak lijkt het afvoerputje te zijn voor ziekten als gevolg van de oorlogen van de afgelopen jaren. Op zoek naar cijfers blijkt zelfs het Algemeen bureau voor de Gezondheid in de Koerdische hoofdstad Erbil niet over statistieken te beschikken. Er wordt wat rondgebeld, maar de cijfers die daaruit komen, tonen alleen een sterke toename.

En zelfs als er cijfers waren, dan zouden die geen betrouwbaar beeld geven, blijkt uit de woorden van dokter Khalid Ali Abdullah, het hoofd van het bureau. „We krijgen veel patiënten van buiten Erbil”, zegt hij. „Ze komen zelfs uit Basra en Bagdad. Omdat daar geen behandeling is, of vanwege de veiligheid hier. We weten niet hoeveel van de toename daardoor wordt veroorzaakt. Zeker is wel, dat ook zonder die patiënten, het aantal kankergevallen is gestegen.”

De Iraakse minister van gezondheid Saleh Hasnawi illustreerde onlangs hoe groot de onwetendheid is. Hij kondigde aan dat er de komende tijd in Irak zeventien moderne kankercentra worden gebouwd. Niet omdat kanker een toenemend Iraaks probleem is, maar „omdat wetenschappelijk onderzoek aangeeft dat kanker in 2017 de belangrijkste doodsoorzaak ter wereld zal zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden