In de ban van de grote verhalen

Watkins overtuigt met haar impressionistische schets van de genadeloze natuur

Waren dystopische romans vroeger vooral iets voor liefhebbers van sciencefiction, de laatste jaren overspoelen ze de literaire markt. Denk aan Michel Houellebecq ('Onderworpen'), David Mitchell ('Tijdmeters'), Michel Faber ('Het boek van wonderlijke nieuwe dingen'), en onlangs 'onze' Wytske Versteeg ('Quarantaine') - allemaal beschrijven ze een toekomst waarin het leven op aarde ernstig verstoord is door natuurrampen, epidemieën, religieus extremisme of ander kwaad. De opkomst van dit soort romans houdt zonder twijfel verband met de nogal sombere tijdgeest.

In 'Goud, roem, citrus', de eerste roman van Claire Vaye Watkins (1984), is genadeloze droogte de boosdoener. Jaren van wanbeleid hebben ervoor gezorgd dat rivieren en meren zijn verdampt, watervoorraden uitgeput, grondwaterlagen leeggezogen. Los Angeles is veranderd in een onvruchtbare woestenij. De meeste bewoners zijn vertrokken, geëvacueerd naar opvangkampen in het oosten. En dan is er nog de duinenzee, een gigantische zandmassa die over het land voortkruipt en alles verzwelgt wat hij op zijn weg tegenkomt.

Zand en hitte waren er ook al in Watkins' verhalenbundel 'Battleborn' (2012), waarin het Nevada uit haar jeugd het decor vormt. Met deze bundel sleepte ze talloze prijzen in de wacht. In een klap gold ze als groot literair talent. In 'Goud, roem, citrus' krijgt Watkins' woestijnlandschap een surrealistisch jasje.

De vijfentwintigjarige Luz Dunn en haar vriend Ray hebben hun intrek genomen in de verlaten villa van een B-actrice, ergens in de Hollywood Hills. Ze behoren tot het handjevol achterblijvers in Los Angeles dat weigert te evacueren nu de 'droogte aller droogten' heeft toegeslagen. Uit verzet tegen de overheid, of misschien wel gewoon uit lamlendigheid. "Jullie kwamen hier op zoek naar iets beters. Goud, roem, citrus. Droombeelden. Slappelingen waren het. Intriganten. Daarom moet niemand ze nog", zegt Ray. Ooit op zoek naar de American Dream, nu doelloos, gestrand in een onvruchtbaar niemandsland.

Op een van hun uitstapjes naar het vervuilde centrum wordt Luz aangeklampt door een verwaarloosde peuter, een vlasharig kind met een vuile luier. Schijnbaar hoort ze bij een groep jonge mensen, feestgangers met lege drugsogen die zich maar weinig om het meisje bekommeren. Van de echte ouders geen spoor. In een opwelling besluiten Luz en Ray het kind mee naar huis te nemen. Maar wat als de groep haar komt zoeken? Ze moeten weg uit Los Angeles, er zit niets anders op.

Met de peuter rijden ze richting het vruchtbare oosten, maar ze raken verdwaald in de verzengende hitte, ergens aan de voet van de duinenzee. "Dag, nacht, weer een dag. Dag. Dag. Dag. Waarom was er zoveel dag?" vraagt Luz zich af.

En dan begint het feest pas echt. Luz raakt verzeild in een kolonie van 'geroepenen' die aan de voet van de duinenzee leeft. Hun leider is een charismatische griezel die de krachten van het duin zegt te kennen en verborgen waterstromen opspoort. Luz tuint er met open ogen in. Ze sluit zich aan bij de groep, raakt in de ban van de leider en zijn complottheorieën. Eindelijk een nieuwe luchtspiegeling om zich aan vast te klampen.

Het is een akelig bekend thema voor Watkins: haar vader Paul was de rechterhand van sekteleider Charles Manson, onder meer verantwoordelijk voor de moord op actrice Sharon Tate in 1969 (waar Watkins' vader trouwens niets mee te maken had). Paul Watkins stierf toen Claire zes jaar oud was. Haar familiegeschiedenis verwerkte ze in 'Spoken, cowboys', het openingsverhaal van 'Battleborn', opgebouwd als een kunstig mozaïek van levens en tijden.

Ook in 'Goud, roem, citrus' is Watkins niet bang om te experimenteren met vertelvormen en perspectieven. In de loop van de roman raakt de verhaallijn steeds meer doorvlochten met geruchten, nieuwsberichten, rapporten, verhalen over mensen en plaatsen in de duinenzee. Zo ontstaat er een zorgvuldig gecomponeerd, meerstemmig geheel, waarin het lang niet altijd duidelijk is wat de lezer moet geloven. Dit alles doet ze in een beheerste stijl, met veel oog voor details. Vooral Watkins' impressionistische beschrijvingen van verschroeiende droogte, doodse schoonheid en de genadeloze kracht van de natuur maken indruk.

Zo laat Watkins zien hoezeer mensen bereid zijn te geloven in grote verhalen. Hoeveel behoefte ze hebben aan duiding. Hoe ze zichzelf telkens weer voor de gek weten te houden. En hoe anderen daar - ook in een postapocalyptische toekomst - uitstekend bij gedijen.

Claire Vaye Watkins: Goud, roem, citrus (Gold, Fame, Citrus) Vert. Gerda Baardman, Arjaan en Thijs van Nimwegen. De Arbeiderspers; 383 blz. euro 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden