In de ban van de geur

In Djedda kocht een Arabier in één keer alle honderd fresia's van bloemist Jacques Coolen. Voor zo'n vijf gulden per fresia en inpakken hoefde niet. Eenmaal buiten de deur trok de Arabier alle stelen van de bloemen en strooide de bloemhoofden in zijn auto. ,,Voor de geur'', legde hij de verbijsterde Coolen uit. ,,Heerlijk.''

Wat Coolen van deze Arabier leerde, is dat Nederlanders misschien wel mooie bloemen kweken, maar een belangrijke markt verliezen, als ze de geur eruit halen. En dat gebeurt. Vooral bij rozen is geur geheel ondergeschikt gemaakt aan het transport. In de knop vervoeren scheelt namelijk zeeën aan ruimte. Dat de roos zich daardoor nooit meer helemaal opent en dus niet of vagelijk geurt, is een consequentie die we kennelijk voor lief nemen. Liever hebben we een goedkoop bosje dat een week staat.

In Duitsland, waar Coolen sinds 1995 doceert aan een beroepsopleiding, ligt dat anders. Daar betalen ze volgens hem graag voor geur. ,,Zo'n 80 tot 85 procent van de Nederlandse snijbloemen wordt naar Duitsland geëxporteerd'', vertelt hij, ,,Dus we moeten oppassen dat we onszelf niet in de vingers snijden met het wegkweken van de geur. Hier in Keulen komen al veel lokale kwekers op de veiling. Die leveren rozen zonder kaarsrechte stelen, maar mét geur, en daar gaat het de Duitse consument om. Bij de tomaten hebben de Duitsers zich ook van het Hollandse product afgekeerd. Met de bloemen gaat hetzelfde gebeuren.''

Coolen is zelf helemaal in de ban van de geur. Om erkend bloemsierkunstenaar te worden gaf hij onlangs in Keulen een geurpresentatie. Naast diverse kruiden en vruchten liet hij daar geurspiezen zien - zelfgemaakte creaties van allerlei geurende producten zoals gedroogde sinaasappelschijven, boomschors, kruiden, die in een warme winterse kamer hun luchten afgeven. En natuurlijk waren er rozen. Helemaal open, zoals je ze alleen nog aan struiken ziet. ,,Mensen denken dat het oude bloemen zijn, maar zo horen ze eruit te zien en zo geuren ze het sterkst.''

De vakhandel zal zich moeten inspannen om de consument weer geurbewust te maken. Uitleggen dat een bos geurende rozen maar drie dagen mooi blijft, maar dat je dan wel een geparfumeerd huis hebt. Coolen: ,,De bloemenhandel geeft de lekkere luchtjes weg aan de parfumindustrie en verkoopt steeds vaker kastjes en antiek. Maar die omzet in geurtjes, in bloemen, moeten we zelf houden.''

Hoe? Door een geurtaal voor bloemen te ontwikkelen, net zoals de wijnindustrie die heeft. ,,Als er een taal is, kan er ook marketing mee bedreven worden'', denkt Coolen. ,,Geur is emotie, illusie. Dat moeten we verkopen.'' Zelf denkt hij bruggetjes te kunnen slaan van kruidenluchten naar bloemengeuren. Maar makkelijk is het niet. Gevraagd naar de geur van de lelies die op tafel staan, zegt hij in eerste instantie 'een zware bloemige geur'. Na enig nadenken komt hij op 'jasmijn, een oriëntaalse geur'.

Geur blijft heel persoonlijk, vertelt Coolen. ,,Sommigen vinden hyacinten heerlijk ruiken, terwijl er mensen zijn die de lucht niet kunnen harden. Bij het huwelijk van Willem-Alexander en M xima zijn duizenden hyacinten weer afgevoerd, omdat de lucht onaangenaam ging overheersen.''

De introductie in Nederland van winkels die geurende bloemen verkopen, is mislukt. De zogenaamde Parfleurwinkel uit 1995 bestaat niet meer. ,,Dat was ook te gecompliceerd'', denkt Coolen. ,,De bloemist moest zelf naar de veiling om daar boeketten samen te stellen. Daarvoor moest hij bloemen in een koelcel beoordelen, terwijl de geur juist bij warmte vrijkomt. En vaak waren de boeketten gemengd, dat is natuurlijk lastig bij geur.''

Volgens Coolen kan de bloemisterij beter klein beginnen. Geen speciale winkels, maar de introductie van een of twee geurende rozen. De gele Dr. Verhage roos bijvoorbeeld. Daarnaast moet er in bloemenwinkels meer nadruk worden gelegd op geur. Dat kan door bloemen als fresia's, lelies, hyacinten en lelietjes der dalen als geurend te presenteren, maar ook door in het algemeen op geur in te spelen. Met de door hem gemaakte geurspiezen bijvoorbeeld. Of door kruiden op een andere manier tot geurende decoratie te verwerken. Op den duur zal dit volgens hem vanzelf leiden tot geurspeciaalzaken. ,,De ene groep consumenten koopt dan gemanipuleerde, geurloze boeketjes bij de supermarkt, de andere haalt geurende, duurdere bloemen bij de speciaalzaak.''

Opvoeding van de consument en de aankomende bloemist is daarbij cruciaal. Want het ruiken zijn we verleerd, vindt Coolen. Dat bleek ook uit de reactie van de uit Nederland overgekomen commissieleden, die zijn geurpresentatie in Keulen moesten beoordelen. Mooi gedaan, vonden ze, maar had Coolen nou wel 'meesterlijk' genoeg gewerkt om zich bloemsierkunstenaar te mogen noemen? ,,De presentatie was perfect, maar ik moet waarschijnlijk toch nog een bloemstuk maken. Dat bewijst, denk ik, dat geur nog niet echt is ingeburgerd in het bloemenvak. Toch hebben geurende bloemen de toekomst. Kwekers zeggen wel dat de Nederlander op de prijs let en een lang houdbare bos bloemen wil, dat komt doordat de mensen niet weten wat ze missen. Ik denk dat het rad in beweging moet worden gebracht. Dat de consument weer op geur moet worden geattendeerd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden