In de ban van de Adelaar

Het is maar een schamel boeketje op het massieve grafmonument. Tijd om ergens bloemen te kopen was er niet; dus blijft het bij een handvol madeliefjes, geplukt op het gazon van de Noorderbegraafplaats in Stockholm. Het geeft niet; de confrontatie met de enorme zuil, de drie eenvoudige achternamen - Andrée, Strindberg en Fraenkel - en hun gebeeldhouwde levensverhaal zijn ruim voldoende voor een emotionele overpeinzing. 'Nu vilar har de tre mannens stoft': hier rust nu het stof van de drie mannen.

Het bezoek aan het immense kerkhof in de Zweedse hoofdstad is het slotstuk van een verhaal dat vijftien jaar eerder is begonnen op Deens-eiland, in het noordwesten van Spitsbergen. Op expeditie naar de sporen van de 17de Nederlandse walvisvaart wordt een uitstapje gemaakt naar dit Dansköya, even guur en onherbergzaam als andere eilanden. Tot veler verbazing ligt de zompige bodem bezaaid met vaten, potten, planken en andere rommel. Het zijn herinneringen aan de roemruchte ballonvaart van drie Zweedse mannen naar de Noordpool, die hier op zondag 11 juli 1897 begon. Hier stond de hangar waar de immense ballon in een aantal weken werd opgeblazen en waar Salomon Andrée met zijn beide metgezellen aan de reis van hun leven (en hun dood) begonnen. Er ligt een stukje hout voor het oprapen, zomaar een snipper die een band geeft met een bijna onwaarschijnlijke geschiedenis. Een souveniertje dat niet meer 'loslaat'.

De onderneming van Andrée c. s. is niet meer of minder spectaculair dan vele andere Noordpoolexpedities. 'Een! Twee! Doorsnijden!' roept de ingenieur en wethouder van Stockholm (42) op die bewuste zondagmiddag en daar zeilt de ürnen (de Adelaar) het luchtschip boven zee. Op de grond klinken juich- en angstkreten, want het mandje van de ballon dipt al vrij snel op het ijskoude water, maar vaart uiteindelijk toch weg in de richting van de pool. Vier dagen en ruim 300 kilometer blijft het trio in de lucht, dan maken ze noodgedwongen een landing op het pakijs en volgt een afschuwelijke voettocht. Ze schransen zich eerst ongans om de lading te verminderen, ze zetten het Koningsbier aan de mond en dineren met Potage Hutspot, Chateau briand en chocola met biscuits. Maar dan zeulen ze nog ze ieder met sleeën van meer dan honderd kilo achter zich aan door een hoogst onaangenaam landschap van ijsschotsen en sneeuwbergen.

Als je de onbarmhartigheid van de poolstreek hebt geproefd, vormt zich een beeld op je netvlies van die moeizame sleurpartij die eindigt in een nog groter drama. 'De Poolstreken zijn zeker de geboorteplaats van het principe der grootste struikelblokken', schrijft Andrée in zijn dagboek, maar voor de rest lijkt het humeur van de Zweden ongebroken. Van het eten maken ze een feest, ze schieten vogels en ijsberen bij de vleet en noteren berenmenu's met vers vlees, hart, hersenen (anderhalve kilo), korte ribben en berensoep met berenvlees. Ze raken daar overigens ontzettend van aan de diarree en slikken opium- en morfinetabletten alsof het pepermuntjes zijn - 'We zullen zien of hij weer een man kan worden', noteert Andrée over de zwaarbelabberde Fraenkel. Maar ze houden de moed erin, blijven foto's maken en hun dagboek bijhouden en doen zich te goed aan berenbloed-pannekoeken en andere culinaire hoogstandjes.

Op 17 september schrijft Andrée (ze dolen dan al twee maanden rond over het ijs): 'Onze positie is niet bijzonder goed.' Dat is geen eufemisme, de Zweed rekende nog steeds op een goede afloop. Begin oktober kruipen ze bij het Witte Eiland het land op en bouwen een tent in de hoop te kunnen overwinteren. Door de consumptie van ijsberenvlees is echter hun spierweefsel aangetast (trichinose). Strindberg overlijdt als eerste en wordt nog door zijn makkers begraven, de anderen sterven naast elkaar, uitgeteerd in hun slaap.

Tot zover een tragisch verhaal, waarvan de wereld op dat moment (eind 1897) nog geen weet heeft - al is de hoop op een veilige terugkeer in Zweden dan al opgegeven. De grote schok komt 33 jaar later, op 6 augustus 1930, als de bemanning van de Noorse robbenjager 'Bratvaag' een verbijsterende ontdekking op het Witte Eiland doet. In het oosten van de archipel van Spitsbergen treffen ze half onder de sneeuw de resten aan van de Noordpoolexpeditie, inclusief de geraamtes van de drie Zweedse deelnemers.

De vondst is wereldnieuws, 'Stora fynd' melden de kranten in Zweden. Uit alle hoeken en gaten spoeden journalisten zich naar het noorden van Noorwegen, waar de stoffelijke resten van het drietal en hun uitrusting per schip arriveren. De schipper van de 'Bratvaag' loopt met een druipend boek in zijn handen, de dagnotities van Andrée. In de uitrusting van Strindberg zitten diens brieven aan zijn verloofde en Fraenkels aantekeningen in het logboek liggen ook nog leesbaar tussen de spullen. De slee met de boot van zeildoek is nog vrij gaaf, er zijn kledingstukken waaronder een paar ongebruikte kousen aangetroffen. De primuskachel is nog vrijwel geheel gevuld met paraffine. En zelfs de filmrollen hebben die poolwinters overleefd en geven na een speciale behandeling die aangrijpende beelden prijs die het netvlies zich al gevormd had.

De houtsnipper die als herinnering aan Deens-eiland is meegenomen, gaat mee op een tocht in het spoor van Andrée. Mee naar het Noorse Tromsö, dat in 1930 even de navel van de wereld leek toen de lijken van de ballonvaarders werden overgedragen aan de Zweedse autoriteiten; het is nu een verstild havenstadje in een uithoek van Europa. Mee naar de kade van Gothenburg, waar Andrée in het voorjaar van 1897 afscheid nam van zijn vaderland en nu de veerboot zijn lading vakantiegangers aan wal zet. Mee naar Grünna aan het Vüttermeer, waar Andrée als apothekerszoon werd geboren en een prachtig museum het verhaal van de poolexpeditie vertelt - met de hele uitrusting, de ballonmand, de dagboeken en de foto's. En mee naar Stockholm, waar destijds duizenden op de kant stonden toen het drietal per schip arriveerde en vliegtuigen ererondjes maakten voor deze beroemde Zweedse zonen. 'Welkom thuis' werd er geroepen, toen de kisten voor de voeten van koning Gustaaf werden neergezet. En er volgde een staatsherdenking in een stampvolle kerk, voordat Andrée, Strindberg en Fraenkel werden gecremeerd. Toen een stad in rouw, nu een Op de Noorderbegraafplaats aan de Solna Kyrkvag is het verhaal compleet. Het is eerst zoeken geweest, tevergeefs. Veel konijnen en herten maar geen 'Andrée' in het fraai aangelegde park, waar een fietsroute naar het noordelijk stadsdeel doorheen loopt. Bij een tweede poging is het kantoor van het kerkhof nog net open en wordt een plattegrond meegegeven. Eérste pad links, derde rechts: de zuil is dan al op afstand zichtbaar, omringd door natuursteen en veel groen. Nu vilar har de tre mannens stoft.

Op 11 juli wordt in Andrée's geboorteplats Grünna herdacht dat zijn reis met de Adelaar precies honderd jaar geleden op Spitsbergen begon. Ter gelegenheid van het jubileumjaar wordt een ballonfestival georganiseerd. Er is een opera 'Expeditionen' in voorbereiding, die volgend jaar onder meer op het Holland Festival wordt uitgeoerd. Het Andréemuseum in Grünna besteedt extra aandacht aan de ballonreis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden