Review

In de architectuur speelt Nederlandeen hoofdrol op het wereldtoneel.

Al tijden zijn ze populair: de toptienlijstjes. De tien best verkochte boeken van de afgelopen maand, de tien best bezochte films van de week, de tien cd’s die het vaakst over de toonbank gingen, en ga zo maar door. Als consument ga je je soms haast schuldig voelen als je al weer tot de conclusie moet komen dat zelfs de topdrie nog niet in je boekenkast staat. En dat is uiteraard ook een van de belangrijkste redenen voor uitgevers en andere producenten om door te gaan met deze lijstjes.

Het is ook een handzame formule, waarop eindeloos kan worden gevarieerd. Zo kwam uitgeverij Phaidon Press vijf jaar geleden met het boek ’10 x 10’ waarin tien achitecten en architectuurcritici hun persoonlijke toptien presenteerden van invloedrijke en veelbelovende architecten, van wie we de komende jaren nog veel zouden horen. Het loodzware rijkelijk geïllustreerde boek, ideaal voor op de salontafel, bleek een gat in de markt. De belangstelling was veel groter dan verwacht, zegt de uitgever, die uit concurrentie-overwegingen geen oplagecijfers wil geven. Maar de dure uitgave (75 euro) moest drie keer worden bijgedrukt, de 15 euro goedkopere uitvoering met slappe kaft twee keer. Zoiets smaakt uiteraard naar meer, vandaar dat nu ’10 x 10’ nummer 2 is uitgekomen. Daarin presenteren tien nieuwe prominenten uit de architectuurwereld hun tien toppers.

Architectuur is geen competitie, maar natuurlijk is wel de eerste vraag die opkomt hoe Nederland het doet als het gaat om vernieuwende en invloedrijke architectuur. Alle negatieve verhalen over de opmars van de retro-architectuur ten spijt, blijkt Nederland internationaal nog steeds mee te tellen. Van de honderd geselecteerde architectenbureaus komen er vijf uit Nederland: NL Architects, ONL, Claus en Kaan, Elastik en UFO. Van de laatste twee geldt overigens wel dat het van origine geen Nederlandse bureaus zijn. Ze werken wel vanuit Nederland, maar Elastik beschouwt Slovenië ook als thuisbasis. UFO noemt zich een transnationaal netwerk (Griekenland, Engeland, Italië en Nederland). Vijf vertegenwoordigers op honderd lijkt niet veel, maar is geen slechte score in een deelnemersveld waarin de Verenigde Staten (14 keer genoemd), Engeland (12) en Australië (10) de boventoon voeren. Maar vergeleken met België (1 keer genoemd), Oostenrijk (5), Duitsland (2), Frankrijk (4) en Spanje (6) doet Nederland het niet slecht. Opmerkelijk goed doet Slovenië (3) het en Zwitserland (6) blijft ook een sterk architectuurland.

Onder de tien critici bevinden zich geen Nederlanders. Het gaat om architectuurkenners en architecten uit alle hoeken van de wereld, onder wie de architecte Zaha Hadid, net zo beroemd als Rem Koolhaas en voormalig partner in diens bureau OMA, en de Mexicaan Miquel Adrià. Diens deelname verklaart wellicht dat Mexico met vijf geselecteerden opvallend hotog scoort. Maar al te zwaar moet je daar niet aan tillen. Het gaat per slot van rekening om de persoonlijke voorkeur van de critici, die bovendien zo’n breed veld bestrijken en zo verschillend zijn, dat hun keuzes toch een redelijke dwarsdoorsnede representeren. Kurt Forster mocht ook een toptien samenstellen. Hij was vorig jaar de directeur van de architectuurbiënnale in Venetië, waar veel aandacht was voor de zogenaamde computerarchitectuur, die wars is van rechte lijnen en hoeken. Alles golft en vloeit. Een mooi voorbeeld van deze architectuur is het golvende geluidsscherm langs de A2 bij Utrecht, ontworpen door Kas Oosterhuis van ONL, ook een van de 100 geselecteerden. Zaha Hadid zette Oosterhuis op haar lijst, waarop ook NL Architects prijkt. Deze jonge architecten braken door met hun Basketbar op de Uithof in Utrecht: een combinatie van boekhandel, eetcafé, basketbalplein, skatebaan en hangplek en een speels en luchtig element te midden van de kolossale universiteitsgebouwen. Omdat het café deels in de grond werd aangelegd, was een hellingbaan voor rolstoelers nodig, maar daarin zagen de architecten ook meteen mogelijkheden voor een skatebaan en hangplek. Zo tonen ze met Basketbar aan dat infrastructuur ook nieuwe openbare ruimte kan opleveren.

De critici geven weliswaar een korte verantwoording van hun keuze, maar de nadruk in dit boek ligt toch vooral op de plaatjes. Naar duidelijke uitspraken over de toekomst van de architectuur zoek je ook tevergeefs in dit bladerboek. Van alle critici staat helemaal achterin weliswaar een superkort ’essay’ van een halve pagina, maar daaruit valt hooguit hun persoonlijke voorkeur te destilleren. Maar wat wel weer verfrissend is van dit lijvige boekwerk met zijn prachtige fotografie is dat de geijkte namen ontbreken. Coryfeeën als Rem Koolkaas, Ben van Berkel en Norman Forster worden nu eens niet genoemd. De critici hebben duidelijk gezocht naar architecten die het experiment durven aangaan en zoeken naar antwoorden op de veranderingen in de samenleving, zowel op technologisch als sociaal gebied. Aron Betsky, directeur van het Nederlands Architectuurinstituut behoorde vijf jaar geleden tot de tien mensen die een lijst mochten samenstellen. Het boek ontstijgt volgens hem wel degelijk het salontafelniveau. ,,Er wordt ook aangegeven wat het belang is van de architectuur van de genomineerden. Het is niet zomaar een lijst van architecten die de meest hippe gebouwen maken of het hardst aan de weg timmeren. Het gaat om architecten die op een expliciete manier bezig zijn. Ik zou het een geopinieerde dwarsdoorsnede willen noemen. Er zit dus wel een visie achter dit boek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden