In de aderen van Istanbul vloeit nog steeds het bloed van de Byzantijnen en de Ottomanen.

In vroeger eeuwen kwamen bezoekers van Istanbul per boot in de stad aan. Onder hen waren ook veel schrijvers en dichters. Schrijver Albert Smith maakte zijn eerste kennismaking met de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk in een stoomboot. Hij schreef in zijn in 1850 verschenen boek: 'Ik had zoveel gelezen en gehoord over de stad dat toen de boot eenmaal op de Bosporus voer ik dacht: Is dit alles?'.

De eerste indruk die de oude stad maakt is sinds 1850 allerminst veranderd. De bezoeker die de stad voor het eerst ziet, is vaak diep teleurgesteld. Maar Istanbul is als een dienstmaagd in het paradijs van de Ottomaanse Sultan. De schoonheid van haar gezicht zit verborgen achter een dunne sluier. Na een eerste teleurstelling laat de voormalige hoofdstad van de Byzantijnen en de Ottomanen langzaam haar mooie gezicht zien.

Schrijfster Julia Pardoe schrijft in haar boek, dat in 1838 is verschenen, hoe de teleurstelling langzaam omslaat in een grote bewondering: '... Maar wanneer de boot langzaam de Gouden Hoorn (een binnenzee) invaart, word ik overrompeld door de indrukwekkende schoonheid. De paleizen, de moskeeën en de kerken zijn als een schilderij waarbij de blauwe lucht als het doek dient...''

De Byzantijnen hebben 1123 jaar de scepter gezwaaid over toenmalige Constantinopel. Sinds 1453 is de stad in Turkse handen. De vele beschavingen en de godsdiensten die de stad in al die eeuwen heeft gekend, maakten de stad een ontmoetingsplaats van talen en culturen. Toen de Turken echter het in het Westen verrezen nationalisme overnamen, kwam in de twintigste eeuw een einde aan het multi-culturele karakter van de stad.

De meeste niet-Turken en de niet-moslims trokken door de jaren heen weg, door het verharde nationalisme van de Turkse staat. Hun wijken, hun kerken en hun winkels bleven echter achter.De wijk Beyoglu (een wijk waar vroeger de christenen en de joden woonden) is als een huis dat zijn nieuwe bewoners nooit heeft geaccepteerd. Vervallen woningen en winkels kunnen nergens zo mooi zijn als hier, omdat de wijk als het ware op deze manier protesteert tegen de verdrijving van haar mensen.

De zee snijdt de stad in tweeën. De ene helft is Europa, de overkant is Azië. Terwijl de mensen per veerpont vroeg in de ochtend van het ene werelddeel naar het andere reizen, drinken ze thee en nemen hapjes van hun sesambrood. Het is, zoals Geert Mak schreef, altijd 1945 op deze ponten. Het is alsof de tijd stilstaat in Istanbul. De bazaar met honderden soorten kruiden uit de hele wereld moet er tweehonderd jaar geleden hetzelfde uitgezien hebben.

De muren van Aya Sophia, de minaretten van de Blauwe Moskee, mannen die broodjes vis verkopen op kleine bootjes, de viezigheid bij de kleine haventjes aan de Bosporus en het water dat van de Zwarte Zee via Istanbul naar de Middellandse Zee stroomt. Er niets veranderd.

Istanbul is niet de stad van het 'moderne' Turkije. Tien miljoen inwoners, het chaotische verkeer, de metro, en de wolkenkrabbers: het is allemaal schijn. In de aderen van de stad vloeit nog steeds het bloed van de Byzantijnen en de Ottomanen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden