Review

IN DE AARD GESLEPENETHOLOGIE

Hoe cognitief zijn apen in hun zorg en mededogen? Wat gaat er om in bavianen die een soortgenoot tijdens een epileptische aanval beschermen? Verzoening, liefde, haat en medelijden: het lijken hier zware begrippen, stelt de Frans de Waal in zijn jongste boek Good natured. Als je 'moreel gedrag' van dieren eenvoudiger kunt verklaren, moet je dat vooral niet laten. Tegelijkertijd vindt de primatenonderzoeker het volstrekt onzinnig om vergelijkbaar gedrag van mensen en apen totaal verschillend te bezien. Frans de Waal: Good Natured. Harvard university press, Cambridge, Massachusetts; gebonden, 296 blz. $ 24,95. Roodveldt import B.V., Amsterdam; ¿ 55,30.

Maar, betogen sommige sociobiologen, of dieren nu een grimas trekken of een zon op zetten, het is hun er toch altijd om te doen zelf aan het langste eind te trekken. Het individuele leven wil verder, heeft allereerst de zorg om te eten en daarnaast de zorg om nakomelingen. Het zijn de 'zelfzuchtige genen', uit de pen van Richard Dawkins, die daarbij de koers bepalen, geheel op het kompas van het eigen belang.

In die hebberigheid zit een inherente logica: genen die voor zichzelf opkomen, die er voor zorgen dat een dier goed eet, in de smaak valt bij het andere geslacht en veel kinderen krijgt, schoppen het immers eerder tot overovermorgen dan genen die het altijd goed op hebben met de ander. Een beetje altruïsme, een weggevertje hier en daar is niet bezwaarlijk, als de grote lijn maar wordt aangehouden, en die is per definitie egoïstisch.

In elke Mai schuilt dus een Georgia. En alleen de mens slaagde erin om dat brute egoïsme enigszins te beteugelen, al moet hij er wel dagelijks aan schaven. Zelfs voor de Mai's onder ons geldt dat de moraal niet meer is dan een vernisje op de immoraliteit, een dun glansje waar blijvend aan moet worden gepoetst.

Zou het? De etholoog Frans de Waal raakt treurig gestemd van zo'n kille, reductionistische visie. 'Genen' is al wat de klok slaat, ze zijn kennelijk zelfs de regisseurs achter de betere beurt die mens en dier toch geregeld proberen te maken. In zijn nieuwe boek Good natured stelt hij vast dat verdedigers van zo'n absoluut egoïsme eigenlijk beweren dat Moeder Theresa hetzelfde basale instinct volgt als elke dief of bedrieger.

De Waal, primatenonderzoeker en werkzaam aan het Yerkes regionaal primatenonderzoekscentrum van de Emory universiteit in Atlanta, ageert in zijn vaak ontroerende boek tegen zo'n beknellende, calvinistische inslag, tegen het beeld dat ons permanent achtervolgt van onze onvolmaaktheid die zich manifesteert in onze zonden, dag in dag uit. Maar ook tegen het beeld dat wíj anders dan de dieren zouden zweven tussen gewelddadige en engelachtige sferen. Alsof een zeker talent voor liefde, genegenheid, mededogen en zorg niet heel aards zou kunnen zijn, moppert De Waal. Loop met hem mee door zijn apenkolonies, desnoods met een cynische blik, uiteindelijk moet je volgens hem toegeven dat de basis voor een zorgzame houding die verder gaat dan het eigen lijfsbehoud op tal van plaatsen in de natuur is aan te wijzen.

Een apengemeenschap van louter egoïstische Georgia's is eenvoudigweg niet levensvatbaar. Er moet voor de goede orde geruzied en gevochten worden, maar ook gezorgd, gevlooid, gedeeld en verzoend. Zonder die verwevenheid van agressie, zorg en toeschietelijkheid redden wij het niet, netzomin als apen en andere dieren.

Zeker Mozu niet. Deze kreupele damesaap uit een berggebied in Japan figureerde in vele documentaires als het levend bewijs dat mededogen voor een dier zonder handen en voeten geen fabel hoeft te zijn. Toen De Waal haar voor het eerst zag, strompelde ze al achttien jaar op haar stompjes door sneeuw en ijs, om haar soortgenoten in de bomen bij te houden. Vijf kinderen grootgebracht, niet omgekomen van de honger, zou het komen doordat ze in een reservaat leefde waar de dieren wat werden bijgevoerd? Maar voor hetzelfde geld hadden haar stamgenoten geen spriet voor haar achtergelaten.

Moreel fatsoen? Het is ook voor De Waal een vraag of je het overleven van Mozu die (menselijke) lading kunt geven. Evenmin heeft hij een definitief oordeel over wat het dier een jaar later overkwam. De groep apen werd te groot, splitste zich in tweeën en manke Mozu, met haar lage status, kwam met haar kroost vanzelfsprekend in het onderliggende gezelschap terecht, ver van het betere voer.

Ze had het niet gered zonder de beslissing om haar kinderen achter te laten en te verhuizen naar de dominante kolonie, waar ze net zo lang aan de rand bleef hangen, alle aanvallen op haar voor lief nam en andere dieren vlooide en verwende tot ze uiteindelijk werd gedoogd. Mozu op haar stompjes haalde het, ze kon weer eten, al moest ze haar kinderen missen; er gebeurt wel eens iets wonderlijks in de natuur.

Met hulp aan anderen, zonder direct iets terug te krijgen, sla je toch de weg van de moraal in. De alarmschreeuw van gaaien, het gezelschap dolfijnen dat een gewonde flipper naar de oppervlakte geleidt om te voorkomen dat hij verdrinkt, de zich opofferende mier, de volgezogen vleermuis die zijn maag met bloed deelt met een hongerende maat. . . waarom?

Voor zulk altruïstisch gedrag zien biologen een paar gronden. De natuur 'gebiedt' om jezelf voort te planten, want anders houdt het leven op bij je eigen kist. Maar je kunt natuurlijk ook de overleving en voortplanting van verwanten, die jouw genen meedragen, bevorderen. Zo verzekert een opofferend dier zich soms via een verwante van quasi-kroost. En als die kinderen dan weer over dezelfde 'opofferingsgenen' beschikken, herhaalt het scenario zich. Verwantenselectie is het etiket voor dit sloofjesgedrag.

Een hand uitsteken voor een ander, al is het géén verwante, kan ook op termijn iets opleveren. Apen verzorgen elkaar - jij vandaag, morgen ik - en vleermuizen voeden zich uit een gemeenschappelijke maag - jij vandaag, morgen ik - om hun overlevingskansen te vergroten. Reciprook altruïsme heet dit stilzwijgende contract, waarvan in de afgelopen twintig jaar talloze voorbeelden in de dierenwereld zijn gevonden. Ook de handel is in de natuur ontdekt.

Dit gedrag lijkt een soort uitgesteld egoïsme, we vlooien elkaar vanwege de winst op termijn. Maar juist tegen die conclusie, het beeld van de calculerende chimpansee en de louter berekenende mens verzet De Waal zich in het vervolg van zijn boek. Laat de basis voor een invoelende, zorgzame houding ooit het eigen gewin zijn geweest, de noodzaak van zo'n instelling heeft die meelevendheid tenslotte toch in de aard van mens en dier geslepen.

Als de natuurlijke overlevingsdrang de grond van moreel gedrag is geweest, dan ging 'wie goed doet, goed ontmoet' dus al voor de mens uit. De natuur dwingt soms tot mededogen en oplettendheid voor de buurman. Zonder andermans ogen mis je het eten en het gevaar, zonder andermans nagels word je kaalgejeukt door het ongedierte. Nee, in een apensamenleving moet je weliswaar knokken om de verhoudingen duidelijk te krijgen, maar daarna is het tijd voor verzoening en verdraagzaamheid om de sociale fabriek draaiende te houden.

Zo doen primaten dat. Ruziën chimpansees en bonobo's, dan lijkt er net zo weinig rede in te zitten als bij ons, maar tegen de tijd dat ze het hebben bijgelegd verbeeld je je schaamte op hun gezicht te lezen. Ze hebben er nog eens goed over nagedacht.

Moraal? Als de natuur zo stuurde, moet je in elk geval erkennen dat ons moreel fatsoen niet louter een culturele vernislaag is op een van nature wrede inborst, maar een juist door die natuur ingegeven keerzijde van de gewelddadige inslag. Ruzie dwingt tot verzoening, tenzij elk dier alleen door het leven zou kunnen gaan.

Van moraliteit 'in het wild' zijn legio voorbeelden bekend. Zoals gezegd, primaten hebben elkaar nodig om de zoektocht naar voedsel te vergemakkelijken en voldoende ogen te hebben om tijdig alarm te kunnen schreeuwen. En ook al kunnen de vechtpartijen om de hiërarchie buitengewoon agressief zijn, het wordt weer bijgelegd, met alle trekjes van 'je niet laten kennen'. Maar dat niet alleen: primaten vertonen ook heel subtiele gedragingen om de lieve vrede te bewaren.

Zo leven sommige slankapen in groepen van honderden dieren, met erg veel vrouwtjes in vergelijking tot het aantal mannen. Juist onenigheden tussen de vrouwen ondermijnen de samenhang en daarom zijn de dominante mannen meesters in het sussen. Bij ruzies komt een mannetje letterlijk tussenbeide, keert zich om beurten naar de kemphanen, trekt naar beiden zijn vriendelijkste gezicht en frunnikt met de handen door de lange rugharen van beide ruziezoekers. Die sociale bemiddeling is nodig, bleek toen een zieke man eens tussen de vrouwen vandaan werd gehaald. Oorlog! En weer vrede toen hij terugkeerde. De Waal kent mannen die een einde aan het bakkeleien maken door simpelweg hun wenkbrauwen te fronsen.

Het groepsleven vereist nu eenmaal orde. En wie niet luisteren wil. . . Toen De Waal nog in Burgers dierenpark in Arnhem werkte, gold de huisregel dat de chimpansees pas te eten kregen als ze allemaal van het wooneiland in de slaapruimten waren gearriveerd. Te laat komen kostte je een snauw van de hongerige menigte. Twee jonge dames presteerden het eens om twee uur lang te treuzelen, waarop ze om herrie te voorkomen maar een aparte slaapplaats kregen. Helaas, het kwam het stel de volgende dag op het eiland toch op een massale achtervolging en een fikse afranseling te staan. Wie waren er die avond als eerste binnen?

Er staat, net als bij ons, straf op gedrag dat de groep schaadt. Apen leren zich schikken in gedrag dat de hele gemeenschap ten goede komt, een eigenschap die door de bioloog Richard Alexander werd aangeduid met indirecte reciprociteit. Anders gezegd, je krijgt niet voor al je goedgeefsheid en inzet op termijn een beloning terug. De morele gemeenschap die hiermee in zicht komt is niet gebaseerd op basis van het gelijke munt-principe maar beslaat een veel bredere arena van geven en nemen.

Daarmee pretendeert De Waal niet ons morele denken direct als het evolutionaire eindpunt uit de natuur te kunnen afleiden. Maar die natuur reikte ons wel de instrumenten ervoor aan. Er is tijdens de evolutie geschaafd aan het talent voor mededogen, invoelen, wederzijdse hulp, gevoelens van rechtvaardigheid en bedrevenheid in het oplossen van conflicten. De behoefte je verbonden te voelen met een groep van soortgenoten ontwikkelde zich daarmee gelijk op. Wie wil volhouden dat onze moraal een dictaat van boven is, moet dus erkennen dat daarboven leentjebuur is gespeeld in de natuur.

De Waal hangt bij zijn betoog zeker niet de zoetigheid op van Jeffrey Masson en Susan McCarthy die met het onlangs verschenen When elephants weep (importeur Van Ditmar, Amsterdam) een tearjerker van de eerste orde produceerden. Je wordt moe van de menselijke emoties die dieren in dit boek worden toegedicht. Het verwijt van antropomorfisme - de mens in het dier zien dus - werpen ze ver van zich, om vervolgens een portie dierlijk gegrien met menselijke tranen op de lezer los te laten.

Zo'n neiging hebben we sterk. We laten onze hond of kat nog net niet bijschrijven in het familieboekje, gezien de liefde én het verdriet die we erin projecteren, verdienen ze het. Maar een etholoog hoort zich natuurlijk wel sec aan het gedrag van dieren te houden. De Waal zit niet te snotteren als hij beschrijft hoe vijftien walvissen onder merkwaardig gefluit een gewonde leider naar de kust begeleiden en na diens dood met moeite nog de diepte weten te vinden. Wat een bijzondere gehechtheid, oordeelt hij, het waarom is voor de wetenschap van morgen. VERVOLG OP PAGINA 16

In de aard... VERVOLG VAN PAGINA 15

Maar geef wel toe dat die gehechtheid bestaat. Chimpansees kussen, bonobo's tongzoenen zelfs. De Waal maakt ook dagelijks kennis met de firma List en Bedrog. Apen kunnen bedriegen als de beste. Ze veinzen soms weken lang kreupelheid na een verloren gevecht, maar alleen als de overwinnaar kijkt. Er lijkt over nagedacht, maar dat is nu juist wat je niet weet.

Apen spelen beduidend voorzichtiger met het kleine grut dan met een volwassen maat, soms tonen ze zich heel zorgzaam voor aapjes die als gevolg van neurale afwijkingen ernstig achterblijven, maar soms ook helemaal niet. Gaat het hier nu om 'geleerd gedrag' of is er écht over nagedacht? Hoe cognitief zijn primaten in hun zorg en mededogen? Wat gaat er toch in die bavianen om als ze een van hen tijdens een epileptische aanval beschermen?

De etholoog moet het bij zijn verklaringen ook maar doen met de begrippen uit zijn eigen vocabulaire. Verzoening, liefde, haat, medelijden, het lijken nogal zware begrippen voor apen. Als je met een simpele verklaring voor sommig 'moreel gedrag' van dieren kunt volstaan, moet je dat vooral niet laten, meent De Waal. Maar tegelijkertijd vindt hij het uit evolutionair oogpunt volstrekt onzinnig om achter vergelijkbare gedragingen van mensen en andere primaten totaal verschillende mechanismen te veronderstellen, omdat wij al sinds Plato onszelf ervan lopen te overtuigen dat we uniek zijn.

Als verzoening en mededogen zekere cognitieve vaardigheden vereisen, kun je je op z'n minst afvragen of sommige apen daar ook over beschikken. Het je kunnen verplaatsen in een ander vereist in elk geval dat je onderscheid kunt maken tussen jezelf en de ander. De prachtige spiegelproeven van Gordon Gallup in de jaren zeventig wezen uit dat het zelfbewustzijn van chimpansees en orang-oetans behoorlijk ontwikkeld moet zijn. Terwijl vrijwel alle dieren de neiging hebben om achter de spiegel te kijken, zitten chimpansees al gauw hun eigen achterste te bestuderen.

Gallup smeerde de wenkbrauwen van verschillende, verdoofde dieren in met verf. Na het ontwaken begonnen alleen chimpansees en orang-oetans voor de spiegel verwoed over de verfstippen heen te wrijven. Zij zien duidelijk zichzelf. Dat zegt De Waal overigens niet alles. Andere dieren herkennen zichzelf op een andere manier, een hond haalt moeiteloos zijn eigen geurvlag eruit. Dat geeft hem nog geen zelfbewustzijn.

Zelfs de chimpansee die zich herinnert een ander te hebben verwond en die wond nog eens komt inspecteren, levert niet het onomstotelijke bewijs van zelfbewustzijn en besef van de ander. Voor hetzelfde geld ervaart hij anderen als verlengstuk van zichzelf. Logisch dat de narigheid van een buuraap dan vanzelf op hem over slaat. Dat noemen wij geen invoelen.

Om zo'n mooi gebaar van deze chimpansee ook het predikaat moreel te kunnen meegeven, eisen wij dat hij met een zeker schuldgevoel naar die wond ging kijken. Hebben chimpansees schuldgevoelens? Na De Waals boek denk je eigenlijk dat ze alles hebben wat wij ook hebben. Hoop, verwachting, ware genegenheid, misschien zijn ze niet exclusief menselijk, maar in hoeverre ze nu ook werkelijk des aaps zijn, weet De Waal uiteraard niet. Daarvoor zullen ethologen nog heel lang heel goed moeten kijken.

Noemen we het volgende bij voorbeeld een schuldgevoel? Als in de groep de hiërachie eenmaal is bevochten, gaat het leven verder op basis van een soort moreel contract, lijkt het wel, waarin sommige gedragingen wel en andere niet kunnen. Bij dit mogelijk ontluikende gevoel van goed en kwaad hoort ook het besef dat je je als ondergeschikt mannetje moet schamen om aan de vrouwtjes te komen. Dat genot is weggelegd voor dominante mannen.

Als je die uit de groep verwijdert en ze achter een glazen wand laat toekijken, zal deze regel ook niet worden overtreden. Maar ho maar als de dominante mannen helemaal uit zicht verdwijnen. De anders zo timide mannen zijn uitgelaten, lopen fier met de staart in de lucht en nemen hun kans ruim waar. Maar bij terugkeer moet het de dominante mannen toch opvallen dat hun ondergeschikten zich vandaag wel heel erg timide gedragen. Typisch zondaars.

Dat is toch een mooie basis voor moraal. Een moraal, waarvoor we een deel van de ingrediënten wellicht uit een grijs verleden van miljoenen jaren geleden hebben meegekregen. Het zijn wel gebrekkige instrumenten: chimpansees zijn vaak ridderlijk in het delen van voedsel, maar er zijn sommige van die verrukkelijke planten. . . Delen staat natuurlijk ook aan de basis van onze moraal. Soms wordt beweerd dat het gezamenlijk jagen (op vlees) de aanzet tot dat gedrag heeft gevormd, wat De Waal tot de conclusie brengt dat onze moraal is gedoopt in dierlijk bloed.

Zo slecht denkt de etholoog overigens niet over ons. Uiteraard zijn menselijke reciprociteit en rechtvaardigheid van een complexiteit die je in de dierenwereld nooit zult tegenkomen. Maar toch, toewijding, dankbaarheid, vergelding, verontwaardiging en vergeving zijn er te vinden, en moeten er te vinden zijn geweest lang voordat de mens genoeg taal had voor een echt moreel discours. Het leven voor homo sapiens kon ook niet zonder die band.

Wie denkt dat moraliteit een typische mensenvinding is , en dan nog voornamelijk gebaseerd op de rechten van het individu, predikt in De Waals ogen maar een 'koude' moraal. Het tegen elkaar aan schurken, de vetes en de gezeglijkheid die daarvoor nodig zijn, dat is niet waarin de primaten bewonderend tegen ons zullen opkijken. De Waal benadrukt nog eens dat hij niet wil beweren dat moraliteit een kant-en-klaar-recept uit de natuur is, maar. . . die 'groepsgevoelens' zitten erin 'gebakken'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden