In Chelsea hangt men niet meer zo aan gezinswaarden

LONDEN - Consternatie op Britten Street 3. Hoe haalt de verslaggever het in 's hemelsnaam in zijn hoofd om zich te mengen onder de feestvierders van de 'Conservative Association' van Kensington en Chelsea. Het betreft hier immers een privé-party op een privé-adres.

Een private aangelegenheid dus, waar - weliswaar tegen een décor van guirlandes, balonnen en affiches in het Tory-blauw - het glas wordt geheven op het welslagen van de campagne van de Conservatieve kandidaat van Kensington en Chelsea voor het Britse Lagerhuis. Met kandidaat Alan Clark zelf uiteraard. “Wilt u alstublieft de woning verlaten”, gebiedt de in Tory-blauw gestoken gastvrouw op hoge toon. De kandidaat zelf sust op waardige wijze de boel als blijkt dat een en ander is te wijten aan een betreurenswaardig misverstand met zijn campagnemedewerkers op het Tory-hoofdkwartier in Chelsea Manor Street, twee straten verderop.

Zodat we even later getweeën buiten in de lichte druil op het bordes van het immense herenhuis verder praten. Ach, de Britten zijn nou eenmaal erg op hun privacy, zegt hij. En zeker hier in de Royal Borough of Kensington and Chelsea, dat doorgaat voor het rijkste district van Londen, misschien wel van heel Groot-Brittannië. Alan Clark is net terug van een gemotoriseerde trip kris-kras door zijn district, waarbij hij aan het hoofd van een karavaan blauw uitgedoste auto's met beschaafd gebruik van claxon en geluidsinstallatie de bevolking hier op deze vijfde dag voor de verkiezingen van 1 mei nog even heeft willen opjutten om straks vooral te gaan stemmen, op de Conservatieven, op hem.

Niet dat hij hoeft te vrezen voor een nederlaag tegen zijn Labour-opponent Robert Atkinson - het zeer vermogende Kensington en Chelsea geldt als een van de 'veiligste' zetels voor de Conservatieven, zo niet dé veiligste in het land. Maar de strijd gaat vooral tegen gemakzucht, tegen het gevoel onder de mensen dat hij er al is, zegt hij, om zo de opkomst wat op te voeren en zo zijn zekere zegen wat meer cachet te geven. Een luxe-probleem voor Clark, wat maar bitter weinig Conservatieven hem zullen kunnen nazeggen.

Alan Clark, de aristocratische schuinsmarcheerder en puissant rijke levensgenieter - die met zijn 69 jaar nog steeds als het enfant terrible van de Conservatieven geldt - reageert allerminst getroffen op licht impertinente vragen over zijn ruimhartige levenswandel, waarbij vooral het bonking - zeg maar 'platgaan' met vrouwen - een voorname rol heeft gespeeld. Nu niet meer, bezweert hij, op de avond van zijn leven heeft hij zich voorgenomen zijn vrouw Jane niet meer ongelukkig te maken. Jane, de vrouw die hij in 1958 huwde - hij 30, zij 16 - waarbij hij op zijn huwelijksreis één van zijn maîtresses meenam.

Hij lijkt warempel zelfs gestreeld door de vele referenties in de media aan zijn 'casanovaïsme', zijn kunst van het verleiden. Waar hij trouwens in zijn gepubliceerde dagboeken 'Alan Clark diaries' gretig van heeft verhaald, net als van zijn voor- of afkeur voor zijn collega-politici tijdens zijn politieke carrière onder de achtereenvolgende premiers Margaret Thatcher en John Major, die hij nog heeft gediend als onderminister van achtereenvolgens werkgelegenheid, van handel en van defensie.

Kennelijk houden de Britten van dat openlijk beleden ondeugd in de politiek. “Hier in Chelsea klaarblijkelijk wel”, lacht hij. Wat overigens wel vreemd is voor de aanhang van een partij die amper twee jaar geleden nog haar back to basics van de daken schreeuwde. De hang naar normen en waarden, het gezin enzo - waarna overigens een stoet van Tory-parlementariërs, kabinetsleden incluis, door de mand viel, na gebleken seksuele of financiële corruptheid - om nu met iemand weg te lopen die het met die basics nou ook niet zo nauw heeft genomen.

“Nee, ik ben niet erg gesloten over mijn privé-leven”, erkent hij. “En dat is de enige manier om af te rekenen met gedrag en gebeurtenissen waar je echt spijt van hebt.”

Zoals van zijn seksuele liaison met de vrouw en twee dochters van de Zuid-Afrikaanse rechter James Harkess, waarover hij in zijn dagboeken in bedekte termen gewag maakte, en dan nog slechts met de aanduiding 'mijn heksenkring'. Rechter Harkess is inmiddels in Londen gearriveerd, net als zijn vrouw en een hunner dochters. Om Clark het leven zuur te maken. De rechter via steun aan de campagne van Atkinson, vrouw en dochter via andere wegen.

“Heeft u ze al ontmoet?”, vraagt Clark. “Ze volgen me overal op campagne.” Volgens Clark met als enige motief er een financieel slaatje uit te slaan. Zoals ze dat twee jaar terug al deden nadat de dagboeken waren verschenen, en de vrouwen naar News of the World stapten, de grootste Britse boulevardkrant, met hun versie van het verhaal. “Daar hebben ze toen 150 00 pond voor gekregen”, zegt Clark. “Zo low class, zulk een smeerlapperij.”

Maar een en ander kan Alan Clark niet echt schaden. Politiek gezien dan. Hij zit gebeiteld in Kensington en Chelsea, waar hij in januari van dit jaar na enige jaren in de politieke woestenij te hebben rondgedoold, neerstreek om, na een ballotage-procedure door de Conservative Association zwaar genoeg bevonden werd om de wegens herhaald alcoholmisbruik in ongenade gevallen Sir Nicholas Scott als hun MP in het House of Commons op te volgen.

Als er spreekwoordelijk gezegd, één Conservatief kiesdistrict is dat een eventuele aardverschuiving ten gunste van Labour zou doorstaan, dan is het wel deze door en door 'blauwe' elitezetel, die - de toevoeging van Kensington aan Chelsea - op een papieren meerderheid van 22 000 wordt geschat. Alan Clark hoeft dan ook nauwelijks iets te doen om de Conservatieve overmacht te behouden, hoewel die, gelet op de algehele malaise bij de Tories, ongetwijfeld wat kleiner zal uitpakken. Op de barricade zul je hem dan ook niet vinden, laat staan dat hij zich 'verlaagt' tot een politiek debat met zijn tegenstanders.

“Een debat met Atkinson? Ik zou niet weten waarover”, zegt hij. “Specifieke problemen die Kensington en Chelsea aangaan, horen thuis in de council, de districtsraad. Daar zit Atkinson in, ik niet. Dit zijn verkiezingen voor het parlement, niet voor de raad. Nee, ik heb geen specifiek eigen programma. Ik steun het Tory-programma, daar sta ik voor.”

Vragen uit het publiek over specifieke politieke problemen vindt hij maar lastig, of weet daar niet echt raad mee. Zoals blijkt op een verkiezingsmeeting met gepensioneerden. Alan Clark wil daar net een briljant nieuw waardevast pensioenplan gaan ontvouwen 'dat over twintig jaar. . . .', als hij wordt onderbroken met een venijnig: “Dan zijn we allemaal al dood. Probeer het nog eens.” Of op vragen over huurconflicten tussen huiseigenaren en huurders - die laatsten zijn er in het gefortuneerde Kensington en Chelsea kennelijk dus ook nog: “Ja, ik begrijp dat huiseigenaren veel problemen hebben”. Maar ja, wat kun je ook verwachten van de kasteelheer van het veertiende eeuwse Schotse Saltwood Castle en de eigenaar van een immens chalet in het Zwitserse Zermatt. Los van zijn geschatte vermogen van veertig miljoen pond, zo'n hondertwintig miljoen gulden.

Hoewel met de mond het Tory-verkiezingsprogram beleidend, staat Alan Clark vooral voor Alan Clark zelf. De excentriekeling met zijn vanzelfsprekende superioriteitsgevoel, 'too rich to worry, too arrogant to care', zoals The Observer hem ooit omschreef. De man voor wie politiek vooral een vrijetijdsbesteding lijkt. “Well, dat zou ik zo niet willen zeggen. De politiek zit nou eenmaal in mijn bloed. Ik heb al tientallen jaren in de politiek gezeten, een flink deel daarvan in de regring Thatcher en Major, en dat was nou niet bepaald ontspannend.”

Met Thatcher heeft hij steeds een warme band gehad. De 'IJzeren Dame' viel wel op zijn onstuimig kwajongensgedrag, gepaard aan een aristocratische quasi-onverzorgdheid, op zijn onverbiddelijke charme. En met haar heeft hij menig glas whisky geheven. Toch oordeelde ze later over hem 'te open, te zorgeloos'. In 1992, toen Thatchers opvolger John Major voor hem geen plaats meer had in zijn kabinet, verliet Clark de politiek, om er nu - vijf jaar later - met slaanbde trom en vliegende vaandel weer in terug te keren.

Aan een vergelijking tussen Thatcher en Major wil hij echter niet, hoewel hij ook nu nog Thatcher minzaam met 'The Lady' aanduidt, en hij John Major in zijn Diaries als 'een zacht ei' heeft neergezet. Clark, weer met die souvereine glimlach: “Maar daar zijn dagboeken toch voor, is het niet?” Nee, Major is hier niet langsgeweest om te helpen met de campagne. Niet nodig ook, zegt Clark, hij is elders harder nodig. Op veel plaatsen, inderdaad.

Voor de zoveelste keer wordt op het vensterraam getikt. De gastvrouw wenst Alan Clark bínnen. Daar staan tientallen aanhangers - vooral vrouwen - al geruime tijd te wachten om met hun kandidaat te socialiseren. Clark wuift vriendelijk terug, hij trekt zijn eigen plan.

Alan Clark heeft zich voorgenomen om zijn laatste politiek actieve jaren niet in vergetelheid te zullen doorbrengen. Liefst nog via een kabinetspost, of - wat veel waarschijnlijker is - een schaduwministerie in de oppositiebanken. In elk geval niet als backbencher, ergens in de naamloze achterhoede van de Tory-fractie in het Lagerhuis.

Want backbenchers, zegt hij, zijn tragische figuren. “Glurend op hun zware kettinghorloges schuifelen ze rond; of liggen urenlang te snurken in leunstoelen in de theekamer met sigarettenas opgehoopt in de vouwen van hun gekreukelde colbert.” Zó zal men Alan Clark nimmer aantreffen in het Britse House of Commons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden