De Megastad

In Caïro struikel je over zakken afval, roestende autowrakken en rottende aangereden dieren

Een meisje haalt vuilnis op in Caïro Beeld Getty Images

De taxichauffeur stopt demonstratief zijn wagen en kijkt bedenkelijk naar de zandweg voor hem: hobbelig, overstroomd met rioolwater en het ruikt er, vanzelfsprekend, naar afval. Ik ben op weg naar Mansheyat Nasir, de ‘vuilnisstad’ van Caïro, waar ik op bezoek ga bij een Egyptische vriend. Hij werkt er en groeide er op, net als zo’n tachtigduizend koptische christenen.

Vuilnis op straat is niets bijzonders in Caïro. Door de razendsnelle bevolkingsgroei is vuilnis een groot probleem geworden. Op welvarende plekken in de stad valt dat nog wel mee, maar spreek ik met vrienden af in een drukke volkswijk, dan struikel ik op weg naar een café over zakken afval, roestende autowrakken en rottende aangereden dieren.

Ezelkarren

Maar in Mansheyat Nasir ligt het vuilnis er met een reden. De inwoners, koptische christenen, verzamelen dagelijks meer dan zestig procent van al het vuilnis in Caïro en verdienen goed aan het recyclen van kostbare materialen.

Als ik de taxichauffeur heb kunnen overtuigen de wijk in te rijden, zie ik huizen volgestouwd met zakken afval. Mannen met ezelskarren of bestelbusjes verplaatsen gigantische zakken vol plastic of metalen naar hun werkplaatsen.

Ik ontmoet mijn vriend voor koffie en zijn vriend Ezzat Naem schuift aan. Hij is een van de bekende gezichten in de wijk, zo iemand die zijn koffie overal gratis krijgt. Met zijn buurtproject regelt hij van alles, van educatie tot tetanusinjecties voor de vuilnis­ophalers. Maar hij profileert zich ook graag met de historische rol van zijn familie in de wijk.

“Het informele vuilnisophaalsysteem van Caïro is opgezet door mensen uit de oase”, vertelt Ezzat over werkzoekers die in de jaren twintig en dertig van de grens met Libië naar Cairo kwamen. De groeiende stad had in die tijd geen afvalsysteem en zij vonden zo een gat in de markt. Met ezels­karren gingen families langs de deuren om vuilnis op te halen en lieten dat vervolgens een week in de woestijn drogen. Het gedroogde afval verkochten ze als brandstof aan bakkerijen en badhuizen.

Varkens

“Halverwege de vorige eeuw werd dat om gezondheidsredenen verboden”, zegt Naem, “precies op het moment dat mijn grootvader naar Caïro kwam om werk te zoeken.” Die zat na een lange reis vanuit het zuiden van Egypte, Assiyut, in een koffiezaak en hoorde de afvalophalers klagen over het verbod. “Hij wist dat meer families uit Assiyut naar Caïro wilden. Zij konden het afval kopen om hun varkens te voeren en de rest van het afval doorverkopen aan bedrijven”, zegt Naem en hij neemt een slok koffie. “Dat bleek later een goudmijn.”

Maar die goudmijn is bijzonder kwetsbaar, want de recyclebedrijven van de ‘Zabaleen’ zijn nooit gelegaliseerd. Ezzat Naem vreest voor het nieuwe nationale afvalbedrijf, waarmee de regering het werk van de Zabaleen kan gaan overnemen.

“De Zabaleen geloven dat God hen beschermt. Ze gingen door toen Mubarak al hun varkens liet slachten, ze overleefden het toen een rots hier instortte”, vertelt Naem. “Maar ik lees in de krant over de ambities van het bedrijf en ik lig daar wakker van.”

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad. Lees alle bijdragen hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden