In Benghazi lijkt niemand bang

Je zou hem bijna over het hoofd zien. Toch slaagt de tienjarige Mohamed Khalid er probleemloos in de stroom toeterende auto's op de Straat van de 23ste juli tot stilstand te dwingen.

Vanaf het trottoir kijkt Achmed Abdelsalah (15) goedkeurend toe. Net als Mohamed draagt hij de witte handschoenen en het uniform van de Libische verkeerspolitie.

¿Vorige week hebben we een oproep gedaan op de lokale radio¿, zegt Fathi Sabra een kruispunt verderop. ¿Ook op scholen hebben we gerekruteerd. Na een cursus zijn we dinsdag voor het eerst met de kinderen de straat op gegaan¿, aldus de 39-jarige tekenleraar en coördinator van het project. ¿Uniforms bleken er in alle maten.¿

En zo rouleren er nu 120 piepjonge verkeersagenten op de vijf grootste verkeersknooppunten van Benghazi. ¿We willen een boodschap afgeven aan de ambtenaren die sinds het begin van de opstand niet meer op het werk zijn verschenen¿, zo verklaart Sabra het idee achter het project.

De twee verkeersagentjes op het drukke kruispunt vormen één van de talrijke buitengewone scènes van het leven in Benghazi. De troepen van Kadafi rukken op, maar het leven in het rebellenbolwerk gaat zijn onverstoorbare gang.

Ogenschijnlijk dan. Niemand die openlijk zal toegeven dat hij bang is.

Maar in het tempo waarin fatalisme en euforie elkaar de afgelopen dagen afwisselden, komt de enorme spanning tot uiting waaronder de bewoners van Benghazi gebukt gaan.

'Ik vrees slechts God', is een veelgehoorde bezweringsformule voor slecht nieuws. De onwaarschijnlijkste geruchten, zoals het bericht over een piloot die zijn vliegtuig in Kadafi's bunker in Tripoli had gevlogen, kunnen aanleiding zijn voor de uitzinnigste vreugde.

Dat er op die emotionele achtbaan ten minste een aantal praktisch ingestelde burgers meerijdt, blijkt ook op één van de vele braakliggende veldjes van de uitgestrekte stad.

¿Hier verbranden we het straatvuil¿, zegt Jamal Raheem bij een smeulende berg vuilnis. Van coördinatie is geen sprake, aldus de 47-jarige werktuigbouwkundig ingenieur. ¿Buurtbewoners slaan de handen inéén, pakken een bezem en een vuilniszak en rijden vervolgens naar deze plek¿.

¿Noem het mijn manier om iets voor de stad te betekenen¿, zegt Amal Bayou (52) vanachter een enorme pan bonen nabij het centrale plein waar dagelijks anti-Kadafi-demonstraties zijn. Samen met drie vriendinnen kookt de universitair docente maaltijden voor passanten.

In de Libyan International Medical University aan de rand van de stad is het reguliere lesrooster komen te vervallen. Toch staat er een groep van zo'n 70 studenten samengedromd op het gazon, te wachten tot het luchtalarm voorbij is.

¿We krijgen een stoomcursus EHBO¿, vertelt geneeskunde student Omar Mihana (19). ¿Hechten, injecteren, bloedingen stelpen, dat werk. Heel interessant, al was het maar omdat ik tot dusver slechts theoretische vakken heb gevolgd.¿

Het is de bedoeling dat de studenten de overbezette artsen in de ziekenhuis van Benghazi gaan bijstaan.

¿Maar ook veel gewone burgers volgen de cursus¿, legt dokter Mahmoud El Monsouri uit. Een oproep op de lokale radio leverde meer dan zeshonderd telefoontjes op. ¿En de aanmeldingen blijven binnenstromen¿, zegt El Monsouri, wijzend op zijn opflikkerende telefoon.

¿Nu bombardeert Kadafi nog militaire doelen, maar je kunt erop wachten dat er een bom op een woonwijk terecht komt. Op zo'n moment is het belangrijk dat er direct mensen in de buurt zijn die eerste hulp kunnen verlenen.¿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden