In bed met Bob Dylan en Sarah Bernhardt

De subway van Kennedy Airport naar Manhattan was tien rijtuigen lang akelig leeg, geen prettig vooruitzicht voor een reis van anderhalf uur langs dertig haltes. Van graffiti is in de Newyorkse ondergrondse allang geen sprake meer, die ziet er opvallend schoon en goed onderhouden uit. Leeg vooral: een minimum aan meubilair dat bewust onderhoudsarm is, zelfs weinig reclame.

CEES STRAUS

De man die twee haltes verderop instapt, moet hetzelfde gevoel van verlatenheid hebben, hij blijft op anderhalve meter van de mede-passagier staan. Heeft zojuist zijn pak van de stomerij gehaald wat hem er toe brengt om zich ter plekke om te kleden. Met de bijbehorende vraag wat ik er van vind. Nu zit het kostuum hem als gegoten, de kleur staat wonderwel goed, genoeg reden om er iets van te zeggen. Vier stops verder, waar de wegen zulke Nederlandse namen hebben als Van Siclen en Schermerhorn, stapt hij uit, nog steeds lachend om het compliment.

Vrienden en kennissen hadden een waslijst aan hotels in New York geadviseerd die allemaal een nadeel kenden: ze waren bij nader inzien veel te duur. De dollar mag dan nieuwe dieptepunten hebben bereikt, voor onder de honderd dollar, wat nog altijd een goede 170 gulden is, kom je niet zo snel onderdak in deze stad. Ramada, Sheraton, Holiday Inn, Howard Johnson, niet de duurste elders in de VS, kwamen hier op prijzen die het verblijf allerminst aantrekkelijk maakten. Aan het Chelsea had ik allerminst gedacht, dat zou na alle ophef die er allemaal rond dit hotel is geweest, wel flink duur zijn geworden. Maar een telefoontje leerde anders: met 65 dollar bleek de kamer de goedkoopste minus een verblijf bij de YMCA te zijn en daarvoor kreeg je accommodatie in het meest roemruchte hotel van de stad. Overigens bleek het wel om een basisbedrag te gaan, zonder de lokale tax, zonder enige vorm van luxe die in andere hotels gans normaal heet. En je moet bovendien iets wegslikken als je de entree binnenloopt: er hangt een sfeer van morsigheid, van treurnis die uitstekend past bij de gemoedsstemming die je zojuist in de ondergrondse hebt opgedaan. De lobby rechtvaardigt echter onmiddellijk je keus. In deze aan kunst niet zo rijke wijk is hier een galerie te vinden. En al is de keus aan kunst van een laag niveau, het roept toch de sfeer op van thuis te zijn. Sommige schilderijen verhuizen na verloop van tijd naar elders in het hotel, zodat je ook op de met naargeestige tl-lampen aangelichte gangen plotseling oog in oog kan staan met heuse Newyorkse avantgarde. Mijn favoriet was een metershoog portret van Picasso dat je frontaal aankijkt als je de lift uitkomt, een goed begin van de ochtend.

Het Chelsea Hotel wijkt in alles af van wat je doorgaans in een van die altijd onpersoonlijke ketenhotels kunt vinden. Misschien is dat de reden dat veel Amerikanen met enige afschuw over het Chelsea praten. Het hotel is te afwijkend, liever kiest men voor Holiday Inn dat over het hele land dezelfde kwaliteit biedt. Ken je dat hotel eenmaal, dan kun je je overal thuisvoelen. Het afwijkende van het Chelsea begint al aan de buitenkant, waar een lijst van de meest roemruchte clienteel is opgehangen, onder een bordje waarop melding wordt gemaakt van het feit dat het gebouw een nationaal monument is. Oud is het op de 23rd Street gesitueerde en tamelijk dominant ogende gebouw zeker. Het uit 1884 daterende gebouw is ontworpen in wat in Amerika Victoriaanse gotiek heet. De architecten Hubert, Pirsson en Hoodles trokken het gebouw op in rode baksteen en versierden de gevel met smeedijzeren balkonnetjes wat in de buurt veel navolging heeft gekregen.

De elegante facade moet in deze wijk niet hebben misstaan, wat er elders nog resteert aan historische gebouwen ademt dezelfde prettige sfeer. Een hotel was het Chelsea aanvankelijk nog niet, meer een appartementengebouw waar korter of langer acteurs woonden die aan de gezelschappen waren verbonden die in deze buurt optraden.

Het Chelsea had vanaf het begin illustere namen onder zijn gasten. De Franse actrice Sarah Bernhardt, die negen keer door de Verenigde Staten toerde, sliep er in haar eigen doodskist die ze steevast op reis meenam. Bernhardt verliet het hotel levend, wat van een aantal gasten niet gezegd kan worden. Het Chelsea kent een lijst van mensen die er zijn overleden en lang niet altijd op rustige wijze. Dylan Thomas, de Ierse schrijver, beeindigde er zijn leven na veel dronkenschap, punkrocker Sid Vicious doodde er zijn vriendin en zichzelf, de fotograaf Billy Maynard stierf er onder omstandigheden die op moord leken. De gasten die er kwamen, hadden en hebben gemeen dat ze iets in de kunst doen. Het percentage musici moet er ongemeen groot zijn. Florence Turner, die een boek over het hotel heeft geschreven, vermeldt popgroepen als Pink Floyd, de Moody Blues, Iggy Pop and the Stooges, de Lovin' Spoonful en zanger Bob Dylan. Hun aantal concurreert met het aantal beeldend kunstenaars, onder wie een beduidende groep Nederlanders als Willem de Kooning, Karel Appel en Jan Cremer. De laatste exposeerde in de lobby een van zijn 'Tulpenvelden'. Anderen werkten er daadwerkelijk, want het Chelsea beschikt ook over ateliers. Ze bevonden zich in gezelschap van minstens zo beroemde namen als Mark Rothko en Andy Warhol die het hotelclienteel onsterflijk heeft gemaakt door er de film 'Chelsea Girls' op te nemen.

Stanley Bard, de huidige eigenaar, heeft ze allemaal zien komen en gaan. Hij is behoorlijk trots op de namen van zijn gasten, vraagt ook steevast wat ze doen. Hoewel hij in feite multimiljonair is -het gebouw op deze plek vertegenwoordigt een kolossale waarde werkt hij nog dag-in-dag-uit. Bard checkt je in, geeft de hele dag aanwijzingen aan het personeel, vraagt zijn gasten of ze het naar de zin hebben en checkt ze ook weer uit. Hij moet weinig van moderne communicatiemogelijkheden hebben: reserveringen worden met een stompje potlood in een schrift genoteerd, computers ontbreken achter zijn loketje waar hij schuilgaat achter hoge stapels formulieren. Het zijn die persoonlijke trekjes die een publiek aanspreken dat individualistisch is ingesteld.

Room 228 die Bard toewijst, is naar Amerikaanse maatstaven klein, zo waarschuwt hij nadrukkelijk tevoren. Maar gewend aan de piepkleine kamertjes die hotels in Frankrijk en Italie doorgaans hebben, vind ik het meevallen. En van kakkerlakken, elders door gasten in het hotel een plaag genoemd, is hier geen sprake. Welke kunstenaar, nu gearriveerd, maar destijds armlastig, zocht hier ooit nachtrust?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden