In Bataafse Republiek was religieuze tolerantie schijn

Protestants Nederland, Maanblad van de Vereniging Protestants Nederland, behandelt het antipapisme aan het einde van de achttiende eeuw, in de Bataafse Republiek. De Bataafse Republiek ontstond na 1795, na de vlucht van de stadhouder naar Engeland en de komst van de Fransen. De nieuwe staat ademde de ’moderne’ sfeer van de Franse revolutie en de Verlichting, en daarbij behoorde ook echte godsdienstvrijheid. Tot dan toe was die er niet geweest in Nederland. Weliswaar kende de Republiek der zeven verenigde Nederlanden, de voorloper van de Bataafse Republiek, meer religieuze tolerantie dan de meeste andere Europese staten. Maar ook in de Republiek was er onderscheid.

Staatsambten waren voorbehouden aan aanhangers van het gereformeerde geloof, aanhangers van andere denominaties konden hun erediensten houden, maar niet te opvallend, in schuilkerken.

Bij katholieken lag het nog een fractie anders. In theorie was de katholieke mis verboden, in de praktijk was er een gedoogbeleid. In de Bataafse Republiek moest dat alles anders worden, maar hoe pakte dat in de praktijk uit?

Edwina Hagen schreef er een boek over, ’Een min of meer doodlyken haat (Antipapisme en cultureel natiebesef in Nederland rond 1800)’. De patriottische aanhangers van de Bataafse Republiek zagen verlichte vroomheid als een burgerdeugd. Zowel de katholieken als de gereformeerden hadden een heel andere opvatting van religie. De Bataafse Republiek wilde scheiding van kerk en staat en schafte daarom de privileges van de gereformeerde kerk af.

Het zag er aan de buitenkant mooier uit dan het in werkelijkheid was, zo laat Hagen zien. De gereformeerde kerk was ook een bolwerk van Oranje-aanhangers, en ook dat zal zeker een reden zijn geweest dat kerkgenootschap dwars te zitten. Overigens met als gevolg dat de gereformeerden nog Oranjegezinder werden dan ze al waren.

Ook de verlichte Bataafse christenen waren niet vrij van het aloude antipapisme. Ze zagen de katholieken als primitievelingen, zonder ontwikkeling, die om die reden buiten de bestuursambten moesten worden gehouden, ondanks de gelijke rechten die ze hadden gekregen. Oude stereotypen overleefden de vernieuwing moeiteloos: vadsige smulpapen, onkuise nonnen, listige jezuïeten en domme monniken.

cv.koers, opinieblad voor christenen vandaag, besteedt aandacht aan in Nederland verblijvende ex-moslims, die christen zijn geworden. De getuigenissen liegen er niet om. Een zekere Walid werd al in zijn geboorteland Irak christen. Dat was ook de reden waarom hij vluchtte. Maar ook in zijn asielzoekerscentrum bleek hij niet veilig te zijn. Op zekere nacht stond een landgenoot met een groot kapmes in zijn kamer. Die man is naar Irak teruggestuurd, waarna hij vanuit dat land Walid belde. Zijn boodschap: zodra je weer een stap zet in Irak ben je er geweest. Walid vindt geen geloof bij de IND en vertoeft op straat.

Een Turkse, in Nederland opgegroeide vrouw dook twee jaren onder, toen haar overgang naar het christendom bekend was geworden. Ze werd bespuwd en bedreigd. Uiteindelijk hebben toch de meeste van haar vrienden en familieleden haar stap geaccepteerd. „Wat hielp is dat ik mijn Turkse achtergrond niet verloochen. Ik blijf actief in de gemeenschap en in culturele dingen. Ik kan Turks zijn, ik kan Yüksel zijn en ik kan Jezus volgen”.

De verbindende tekst is van Cees Rentier, predikant bij de stichting Evangelie & Moslims. Hij heeft de afgelopen 20 jaar honderden exmoslims leren kennen, die christen werden. Heel belangrijk is de houding van de familie, schrijft hij. Licht die meteen de moskee in of een fanatieke neef, dan loopt het mis. Belangrijk is ook de houding van de persoon zelf: hoe zelfbewuster hoe beter.

Hoe als samenleving om te gaan met dit soort toestanden? Rentier: „Misstanden proberen te veranderen door ze breed uit te meten heeft in de oosterse cultuur vaak het omgekeerde effect. Als je stelt dat elke moslim vanuit de Koran bezien wel gewelddadig moet zijn omdat Mohammed geweld gebruikte geef je moslims geen kans om zonder gezichtsverlies op een ander spoor te komen. Het is zinvoller om concrete misstanden te benoemen als ze zich voordoen, dan om categorische verwijten te uiten. Je kunt de moslimgemeenschap er juist op aanspreken dat hun eer erin gelegen zou moeten zijn om hen die een andere weg gaan, net zo te behandelen als zij zelf als moslimminderheid behandeld willen worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden