Review

'In Azerbeidzjan speelt religie geen enkele rol'

Er schijnt nog wel eens een gelovige langs te komen, in het Azerbeidzjaanse heiligdom van Zoroaster (of Zarathoestra), maar veel sporen van religieus leven hebben filmer Haydar Cakal en dichter Vali Gozátan niet gevonden toen zij drie weken door deze vroegere Sovjet-republiek zwierven. Hun film, Azerbeidzjan het land der vuren, wordt morgenavond om zeven uur door de Stichting audio-visuele antropologie Nederland vertoond in zaal SA 10, van de faculteit der sociale wetenschappen van de universiteit van Leiden aan de Wassenaarseweg 52. Filmmaker Cakal, die hier aan het woord komt, is daarbij aanwezig.

Uitgemergelde mannen met slonzig lang haar en ijzeren kettingen in hun vel liggen op de grond. Ze eten niet en drinken nauwelijks. Versterving als de ultieme zelfkastijding.

De videofilm Odlar Yurdu Azerbaycan, Azerbeidzjan het Land der Vuren, brengt de kijker in een Zoroaster-heiligdom op het schiereiland Abseron, dat tegenwoordig dienst doet als museum. Een geïnterviewde vrouwelijke gids vertelt dat de oud-Perzische vuurgodsdienst in Azerbeidzjan op sterven na dood is. Slechts af en toe komt er nog een gelovige langs. Maar aan de pijnigingen waaraan de museumpoppen worden blootgesteld, waagt geen Azeri zich meer.

Filmmaker Haydar Cakal: ,,De Zoroaster-religie is een dode religie. Eigenlijk geldt dat voor alle religies in Azerbeidzjan. Door het communisme is religie verdwenen in de beleving van de mensen.''

Vali Gozátan, een Azeri uit het noorden van Iran die tegenwoordig in Duitsland woont, maakte gedichten bij de film. Hij vult aan: ,,Natuurlijk zegt iedereen die je ontmoet dat hij ook moslim is. Maar dat is meer cultureel dan religieus. Het betekent dat je erbij hoort. Tijdens onze reis hebben we één keer een groep mensen in een moskee gezien, in Samahi. Er zaten hooguit dertig man en of het allemaal Azeri's waren weet ik niet. De nieuwe moskeeën worden meestal gebouwd door Turken, Iraniërs of Saoediërs, niet door Azeri's. In Azerbeidzjan speelt religie geen enkele rol.''

Voorzien van een compacte digitale videocamera reisden Haydar Cakal en Vali Gozátan in de zomer van 1998 drie weken door de voormalige Sovjet-republiek Azerbeidzjan. Cakal groeide op in Ankara en woont in De Bilt. Hij werd naar eigen zeggen gezien als 'de grote Turk'. Met zijn Nederlandse paspoort lukte het hem niet Azerbeidzjan in te komen, maar zijn Turkse paspoort opende alle deuren. De vele ontmoetingen die volgden, resulteerden in de videofilm.

Odlar Yurdu Azerbaycan is allesbehalve een recht toe recht aan reisverslag. Zesenvijftig minuten wordt de kijker meegesleept in een soort hypnotiserende videoclip. Beelden van ontstellend lege steenvlaktes worden afgewisseld door interviews met Azeri's. Ritmische computermuziek en gedichten van Gozátan maken de vervreemdende sfeer compleet.

Filmmaker Cakal, in het dagelijks leven werkzaam als editor bij een audiovisueel bedrijf, zegt hierover: ,,De film is gemonteerd als een trip om het gevoel op te roepen dat je als reiziger vaak krijgt. Je ziet iets, schrikt wakker en denkt: wauw, wat is er eigenlijk gebeurd?''

Thema van de film is de zoektocht van de hedendaagse Azeri's naar hun identiteit. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie maakte van Azerbeidzjan in oktober 1991 een onafhankelijke republiek. Van de bijna achtmiljoen inwoners is naar schatting 93,4 procent moslim, maar daarvan is in het dagelijks leven bijna niets te merken. Azerbeidzjans nationale symbool, een brandende vlam, verwijst naar een dode religie. Ook de prehistorie biedt geen uitkomst.

De beginscène van de film toont de opgravingsplek Qobustan. De rotstekeningen van de eerste inwoners van Azerbeidzjan zijn in het verleden door moslims bedekt met een dikke kalklaag. Dichter Vali Gozátan verzucht:

Met zijn paarden, afgronden, rotsen

En met zijn primitieve mensen in die rotsen.

Ach. Hoezeer heb ik getracht hun steen te bespelen

Om een van hen te kunnen zijn.

Heimwee heb ik naar mijn primitiviteit.

Ach. Hoezeer mis ik het om opgejaagd te worden

Door de stemmen van de rotsen.

Van vuuraanbidders tot olieaanbidders luidt de ondertitel van de film. Monotone jaknikkers leiden de kijker de omgeving van de oliestad Bakoe binnen. Een beeld van troosteloze vervuiling doemt op. Maar ook hier gaat het leven door, zij het op soms tragikomische wijze. Een visser op een smerig strand aan de Kaspische Zee: ,,Olie uit Bakoe verjaagt de vis, maar God is vrijgevig. Hij zal geven.'' ,,Wat doe je naast vissen?'' ,,Als ik niet vis, dan bid ik tot God dat Hij veel vis zal brengen''

Al golvend aan de Kaspische Zee

Tracht Bakoe me als mijn moeder te omarmen.

Al ziet haar smetteloze gezicht zwart van de olie

De oliebaronnen likken hoe dan ook haar gezicht.

Ach, deze stad waar ik zo naar heb verlangd

Is hondsdol geworden van de geur van olie!

De stad Bakoe zelf laat een modern, maar deprimerend beeld zien. Weg zijn de ezeltjes en de kale steenvlaktes, hier bruist het nachtleven. ,,Geld meisje, geld. Alles draait om geld'', schalt het uit de boxen in een dancing, ,,Heb je geldzorgen, kom dan naar je Turgut oompje.''

Jongeren op een terras vertellen zonder blikken of blozen hoe ze zich prostitueren: ,,We willen rust en plezier. Daar heb je geld voor nodig. Het maakt niet uit of het een Turk of een Amerikaan is, als het maar iemand met geld is.'' Een zwerfjochie dat aan het slot van de film wordt gevraagd wat hij van zijn zuur verdiende sirvans wil kopen, antwoordt gelukzalig: ,,Cola, Fanta, Sprite.''

Oude waarden voldoen niet meer in Azerbeidzjan en de moderne stadsjeugd vergaapt zich aan westers materialisme en genot. Dat is de beklemmende indruk die overblijft na het zien van Odlar Yurdu Acarbaycan. Iedereen zoekt naar identiteit, maar is daarbij flink de weg kwijt.

,,De waaromvraag is geëlimineerd'', aldus Cakal.

Zijn reisgenoot Vali Gozátan raadpleegt ergens in de film een waarzegster. Misschien heeft zij het antwoord. Bedrieglijk vroom reciteert zij:

Dag en nacht hef ik mijn handen tot de hemel en bid ik tot U.

Voor heel mijn volk en alle martelaren

Zend ik Yasins, Koran en Fatiha's.

O God, moge mijn gebeden worden verhoord.

De camera dwaalt af naar haar gsm en een stapeltje bankbiljetten. Want business is business, ook in Azerbeidzjan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden