In Assen werd Bartje meermaals van zijn sokkel gerukt.

Geschokt was cultuurminnend Nederland toen half januari zeven bronzen beelden werden gestolen uit de beeldentuin van het Singermuseum in Laren. Alleen ’de Denker’ werd teruggevonden, zwaar gehavend.

Ook Assen heeft jarenlang last gehad van ’beeldencriminaliteit’. Al was het vooral jeugdig vandalisme en baldadigheid waar Bartje mee te maken kreeg. In 1935 voortgekomen uit de pen van Anne de Vries werd het jongetje dat niet ’veur bruune bon’n’ wilde bidden in 1954 tastbaar in Engels zandsteen. Met kuif, klompen en handen in de zakken van zijn korte broek kwam hij terecht aan de Noordersingel.

Twee maanden later werd het arme joch ontvoerd door een stel Groninger studenten en teruggevonden in het Noorderplantsoen. Een half jaar later was het weer bal: toen restten op de sokkel nog slechts zijn klompjes. Volgens het Asser Historisch Tijdschrift volgde er ’een lange reeks van onplezierige gebeurtenissen die de gemeente meer kopzorgen heeft gekost dan Bartje ooit zijn moeder’.

Als geestesvader De Vries het zijn ouders ooit lastig heeft gemaakt, dan is dat geweest op de ’zwarte boerderij’ waar hij opgroeide. Deze stond links naast villa Nassau aan de Hoofdvaartsweg, waar de wandeling begint. Weinig doet hier aan vroeger denken; er wordt vooral druk gebouwd. Aan de overkant van de vaart zijn de ambities nog groter – daar wordt driftig gewerkt aan een enorme nieuwbouwwijk: Kloosterveen.

De Drentse Hoofdvaart werd tussen 1769 en 1780 gegraven, vooral voor het transport van turf. Aanvankelijk liep deze van Meppel tot in hartje Assen. Maar later eiste het verkeer meer ruimte op. Daarom werd de vaart op enkele plaatsen ingedamd of overbrugd. Nu gooit Assen de zaak weer open, zodat pleziervaart als vanouds de Kolk zal kunnen bereiken. Hier bij de Europaweg West gaat het water onder de weg door stromen. Voorlopig dus nog even om een berg bouwzand heen.

Voorbij de tweede knik in de vaart gaat het linksaf. Rechts van de Vaart Zuidzijde ligt het kazerneterrein dat Assen als garnizoensplaats op de kaart heeft gezet. Bij de voormalige hoofdingang nog twee verlaten wachtershuisjes. Voorbij de hekken stonden de winkeltjes en woonhuizen die de militairen bedienden of huisvestten. Door de Gasfabriekstraat ging het kolentransport tussen vaart en fabriek. De leveraar van gas bevond zich aan de overkant van de Witterstraat, tevens de straat waar Anne de Vries in 1904 geboren werd. Kijkend naar het westen moet verderop links zijn wieg hebben gestaan.

Schuin aan de overkant het pad in richting Asserbos. Wat een oase van rust en eeuwigheid, hier bij de Noorderbegraafplaats. Op zoek naar beroemdheden uit vroeger tijden weerklinkt opeens een specht tussen de bomen. Daar het graf van Petrus Hofstede, gouverneur van Drenthe van 1814 tot 1831. Kort nadat Lodewijk Napoleon Assen in 1809 stadsrechten had verleend, heeft deze Hofstede Assen een flinke impuls gegeven, onder meer door de oprichting van de Drentsche Courant en een Franse school.

Als rector voor die onderwijsinstelling haalde de gouverneur doctor Nassau naar Assen, die van de villa aan de Hoofdvaartsweg. De Franse school werd Latijnse school en nog later het gymnasium, vanaf 1824 ondergebracht op Dr. Nassaulaan vijf. Om daar te komen, lopen we langs de Hertenkamp en het huis van de Drentse Commissaris van de Koningin, Relus ter Beek.

Op onderwijsgebied heeft Anne de Vries trouwens ook zijn steentje bijgedragen. Opgeleid als onderwijzer schreef hij heel wat leer- en leesboekjes voor het protestants-christelijk en openbaar onderwijs. Veel kinderen zijn grootgebracht met ’Lezen in de eerste klas’, ’Lees nu maar’, ’Ons eigen leesboek’, ’Jaap en Gerdientje’ of ’Evert in Turfland’. Ook schreef hij het ’Kleutervertelboek voor de bijbelse geschiedenis’. Voordat hij ging schrijven is Anne de Vries nog kort letterzetter geweest bij de Provinciale Drentsche en Asser Courant op Torenlaan nummer acht.

Verder door de Gouverneurstuin, vroeger terrein van het 13de-eeuwse Cisterciënzerklooster waar Assen haar bestaan feitelijk aan te danken heeft. De kloostergebouwen van ’Maria in Campis’ stonden op de Brink, op de plek waar nu het Drents Museum is. Links van de hoofdingang het restant van de abdij. Daar de hoek om naar het Ontvangershuis en via het Museumlaantje naar de achterzijde.

Sinds 1982 staat hier de bronzen replica van Bartje. Na die eindeloze mishandelingen en herstelwerkzaamheden aan het stenen Bartje-beeld koos de gemeente eieren voor haar geld. Suze Berkhout mocht opnieuw een beeld maken, nu van brons.

Alle perikelen nog vers in het geheugen werd deze versie van de boerenjongen goed verankerd. De ’oorspronkelijke’ Bartje werd onder toezicht gesteld in de hal van het gemeentehuis. Moet de replica daar, ter vermijding van bronsdieven, nu naast?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden