In Amsterdam zetelt het beste orkest ter wereld

Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) met chef-dirigent Mariss Jansons is tot beste symfonieorkest ter wereld uitgeroepen door het Britse vakblad Gramophone. Het nieuws was deze week (voorpagina)nieuws in alle kranten. We wisten natuurlijk allang dat ons eigen orkest goed was, maar zó goed!

Twee jaar geleden bezette het KCO de tweede plaats in een vergelijkbare selectie die het Franse tijdschrift Le Monde de la Musique wereldkundig maakte; toen kwam de Wiener Philharmoniker als eerste uit de bus, en de Berliner Philharmoniker als derde. In beide onderzoeken stonden in de topdrie overigens dezelfde orkesten: nu is Berlijn nummer 2 en Wenen nummer 3. Opvallend verschil is wel dat de Franse toptien geen enkel Amerikaans orkest noemde (Frankrijk en Amerika, dat boterde destijds niet zo goed), terwijl in de huidige Britse lijst van twintig toporkesten er zeven in voorkomen. Overigens werden voor zowel het Franse als Britse vergelijkend warenonderzoek internationaal gerenommeerde muziekjournalisten benaderd.

De vierde plek in beide lijsten was voor het London Symphony Orchestra (nu geleid door Valeri Gergjev) en de zesde voor het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het andere orkest van Jansons. In 2006 stond de Staatskappelle Dresden (chef Fabio Luisi) op plaats 5, nu op 10. Het Gewandhausorchester Leipzig van Riccardo Chailly duikelde van de zevende plaats naar de zeventiende, het orkest uit Sint-Petersburg van Joeri Temirkanov van de achtste naar de zestiende en het Tsjechische Philharmonisch (chefloos) van de negende naar de twintigste. Het London Philharmonic (toen tien) is nu helemaal verdwenen. Opvallende afwezigen zijn verder de Münchner Philharmoniker van Christian Thielemann, het Berlijnse orkest van Kent Nagano en het Philadelphia Orchestra (chef Charles Dutoit). Er staan twee operaorkesten in de lijst, dat van de Metropolitan Opera (plaats 18, chef James Levine) en dat van het Mariinsky Theater (14de, chef Gergjev).

De lijst laat zich ook lezen als een rangorde van dirigenten. Achtereenvolgens krijgen we dan Jansons, Rattle, in Wenen doet men niet aan chefs, Gergjev, Haitink/Boulez (Chicago), weer Jansons, Welser-Möst (Cleveland), Salonen (Los Angeles), Iván Fischer (Boedapest) en Luisi (Dresden). Ook zo’n lijstje vertekent doordat grote maestro’s als Barenboim, Mehta en Abbado ontbreken.

De vraag is natuurlijk hoe je orkestkwaliteit meet. Hebben de benaderde journalisten al die orkesten minstens twee keer live gehoord (onwaarschijnlijk), of mocht er ook beoordeeld worden op basis van (live)opnamen? Vragen die misschien beantwoord worden als het decembernummer van Gramophone in de schappen ligt. Hoe dan ook, een felicitatie voor onze Amsterdammers is wel op z’n plaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden