In alles zit een breuk

Verslag van een dag. Gisteren. Het dageraad brak langzaam aan, ik stommelde slaapdronken de keuken in, zette de radio aan en daar klonk 'Suzanne'. Leonard Cohen. Ik dacht er aanvankelijk niets bij, neuriede mee, zette water op voor thee. Na het lied was hij dood. Zo begon de dag.

Ik ontbeet met jam van volle pruimen, die onze Bosnische werkster uit haar land had meegenomen, pruimen uit de tuin van haar moeder, zwaar en alleen gezoet met suiker, en door mijn hoofd schoot Handke, de dichter over wie ik hier gisteren schreef.

Peter Handke maakte in het midden van de jaren negentig een reis door Servië, en schreef daarover schitterende en omstreden verslagen onder de titel 'Gerechtigheid voor Servië', verslagen die Trouw destijds integraal publiceerde in het katern Letter & Geest.

Bij het proeven van de jam zag ik flarden tekst voor me van 'wouddonkere honingpotten' en 'soepkippen zo groot als kalkoenen' en 'sprookjesdikke riviervissen' - het was zeer dichterlijke journalistiek van Handke, of liever: een lang prozagedicht dat ons Servië nader moest brengen dan jaren van oorlogsverslaggeving hadden gedaan.

De titel van zijn daarna gebundelde verslagen luidde 'Een winterse reis naar de rivieren Donau, Save, Morawa en Drina' en misschien dat ik daarom later die ochtend bij een stille boekhandel binnenliep vol donkere houten kasten en een zacht geblaas van een luchtbevochtiger, om er de verrassende winnaar van de ECI-prijs aan te schaffen: Martin Michael Driessen's 'Rivieren'.

Ik doolde er even rond, zag dat Hillary Clintons memoires in prijs waren verlaagd en stapte weer naar buiten de novemberzon in. De boekhandel was niet het doel geweest van mijn bezoek aan de oude binnenstad. Dat doel was de toren, de toren van de Dom.

Daar boven in ergens zat Margosia Fiebig, de beiaardier, en om half één liet ze Cohens 'Hallelujah' uit het carillon pingelen. Beneden, op het door de zon beschenen Domplein, stonden mensen stil in groepjes, keken naar boven.

Hallelujah.

Het lied klonk ouder dan de toren, de toren was er waarschijnlijk voor gebouwd. En wat een weergaloos mooi stuk had David Remnick een paar weken geleden in The New Yorker over Cohen geschreven, toen hij hem, al door kanker getekend, bezocht in zijn bescheiden huis in een voorstad van Los Angeles.

Zijn jaren op het Griekse eiland Hydra. Oord van 'spare rooms, the empty page, eros after dark' (Remnick). Zijn ontmoeting daar met een mooie Noorse, Marianne Ihlen, die hij zou bezingen in zijn 'So long, Marianne'. Zijn jarenlange podiumangst, de acid, de wijn, zijn hang naar het spirituele, de artistieke toewijding aan zijn songs die aan religieuze devotie raakte en zijn vrouwen, zijn talloze vrouwen, hij met zijn stem, zijn woorden, zijn blik. Kijk op YouTube, tik Why it's good to be Leonard Cohen. Die prachtige Duitse actrice in zijn volle kleedkamer, naast haar staat, ook in Cohen's ban, Udo Jürgens.

'Suzanne' parelde van de toren. Een vuilniswagen passeerde. Bij de ingang van het Akademiegebouw vierden drie jonge vrouwen hun bul. Ze droegen bloemen en poseerden voor camera's.

De duisternis zou vallen straks, maar somber niet. Dit is wat Cohen zong in 'Anthem'. There is a crack in everything, that's how the light gets in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden