In Aida hoort hooguit een kamerolifant

Directeuren van circussen en dierentuinen doen er goed aan hun paarden, kamelen en olifanten in de komende jaren naar marsmuziek te laten luisteren, vooral als die gecomponeerd is door Giuseppe Verdi.

FRANZ STRAATMAN

's Mans honderdste sterfjaar in 2001 levert zeker een hausse aan Verdi-opvoeringen op, waarbij de 'Aida' hoog zal scoren. Want de 'Aida' is een spektakel voor de massa, en die spektakels gaan het maken, als ik Giuseppe Raffa mag geloven, de dirigent, regisseur, en organisator van zo'n evenement dat vanavond zijn premiere beleeft in de Parkhal van het Rai-tentoonstellingscomplex in Amsterdam.

In 'Aida' kun je heel wat spektakel kwijt, dank zij die tweede scene uit het tweede bedrijf met zijn triomfmars 'Gloria all Egitto e ad Iside'. Circus Boltini levert er de olifanten, kamelen, paarden en een echte python voor. Op het breed opgezette speelvlak in de immense nieuwe Parkhal (8800 zitplaatsen zijn er gecreeerd) is een keurig looppad vrijgehouden om het beestenspul en de honderden figuranten hun rondje te laten lopen rond de boordkartonnen sfinx, het centrale decorstuk.

Het was die sfinx die, op dekschuiten gemonteerd, enkele dagen de aandacht trok, dobberend op de Amstel in hartje Amsterdam; de persberichten repten over een plaatsje bij het Muziektheater, maar het decorstuk lag toch duidelijk voor het stadhuisgedeelte van wat de volksmond hardnekkig de 'Stopera' noemt. Met het Muziektheater of De Nederlandse Opera heeft deze 'Aida' niets te maken.

De 'Aida' van organisator Giuseppe Raffa is een commerciele onderneming. Die ging van start in Montreal in 1990 en reist de hele wereld over, steeds met dezelfde 'Aida'. In Nederland zorgt een organisatie-bureau voor de realisering.

Ook de financiering werd bedacht, want het spektakel kost 1,5 miljoen gulden.

Beleggers konden er geld insteken, in deelnames van tenminste 100 000 gulden.

Er kwamen zes particulieren op af die de gok waagden om bij driemaal uitverkochte voorstellingen (24, 25 en 26 juni) een rendement van 21 procent te halen op hun investering. Die gok is gelukt; er is zelfs een voorstelling toegevoegd (27 juni), waarvoor nog kaarten zijn.

Toen een half jaar geleden het eerste bericht de ronde deed, dat deze 'Aida'

(met olifanten, werd er bij gemeld) in juni zou spelen, kwamen de bestellingen voor kaarten al binnen; de financiering was snel rond. De verkoop, goedkoopste plaatsen 110 gulden, liep boven verwachting, meldt de organisator tevreden.

'Maestro Raffa geeft de opera aan het volk terug', zo heette het in publicaties. Giuseppe Raffa zegt niet anders meer te willen, want werken in de oude theaterstructuren noemt hij verspilling van tijd en geld. Er is vijftien maal meer aan lichtapparatuur voor nodig dan in het best toegeruste theater, meldt hij, maar de opbouw en uitlichting voltrekken zich in hooguit twee dagen (en nachten), een karwei dat geklaard wordt door een Nederlands bedrijf uit Ermelo.

Neen, voor deze 'Aida' geen dure regisseur die vele weken nodig heeft om zijn bijzondere ideeen vorm te geven, geen ellenlange lichtsessies, want Raffa houdt van aanpakken en opschieten. Hij heeft nauwelijks geslapen in de afgelopen dagen, roept met veldheersstem of de pers nog vragen heeft, want hij moet rap naar 'mijn' orkest.

Dat is het Boheems Symfonisch Orkest uit Praag, net als de zangers (een groot aantal Russen) en het Tsjechische koor ad hoc ingehuurd en de avond tevoren gearriveerd. Op het podium zijn alleen de figuranten, zo'n duizend, Nederlanders. Zij mogen in de triomfmars meelopen en nog wat spektakel-plekjes opvullen in kostuums met veel glitter.

Want deze 'Aida' is op het trefwoord 'groots' gemonteerd. Niet alleen het lichtspel overtreft alle theaters, ook alle zang en orkestspel wordt versterkt met een systeem dat het geluid voor het achterste zaaldeel iets vertraagt.

Daar, op oplopende tribunes (110 gulden), heb je in ieder geval overzicht; de VIP vooraan, 350 gulden per plaats, zal de voorstelling als een tenniswedstrijd moeten volgen. Om het poppetjes-effect achteraan te verhelpen, worden op videowalls de details geprojecteerd en de Nederlandse vertaling.

Maar waarom moet dit allemaal met een kunst die in feite voor het theater is gemaakt, waarbij natuurlijke zichtlijnen en akoestiek eerste vereisten zijn? En dan juist de 'Aida'? Vanwege die triomfscene? In 'Aida' zou hooguit een kamerolifant mee mogen sjouwen, van bordkarton en op wieltjes, als echt theater. Immers: 'Aida' is een gestileerd, intiem spel over trouw en afgunst in een onmogelijke liefde.

De fijnheid van de strijkersinleiding bij de ouverture is die van kamermuziek in een strijkkwartet. De befaamde aria 'Celeste Aida', meteen aan het begin van de eerste scene, ademt intimiteit met zijn dynamische aanduidingen van piano tot pianississimo en een simpele begeleiding van getokkelde bas en wat vegen uit de hoge strijkers. Zo is de hele 'Aida' opgebouwd. Met in het midden even lekker retteketet-boem, want Verdi kende zijn pappenheimers.

Dat Raffa denkt dat hij de opera aan het volk teruggeeft, getuigt van hoogmoed.

Dat deed Verdi al; popularisering op groot formaat werd de kurk waar de zomeropera in de arena van Verona al decennia lang op drijft. Voor zover ik kon nagaan, kwamen daar kamelen, olifanten en paarden voor het eerst ten tonele.

In Nederland was het de Nederlandse Opera die in 1973 'Aida' groots gemonteerd, zij het zonder beestenspul, in de piste van Theater Carre liet glorieren. Wat zei regisseur Gotz Friedrich over die onderneming? “Zij getuigde van de poging om juist in deze speciale omgeving de opera op te vatten als groot, muzikaal volkstheater.” Ah, dus toen al. Helaas bleef het bij die drie voorstellingen en kwam die zijde van het operabedrijf, namelijk 'hooggespannen artistieke pretenties en de acceptatie door een breed publiek' (Friedrichs woorden) in navolgende jaren wat in de verdrukking. Het Muziektheater met 1600 plaatsen zou die plaats kunnen innemen. Een 'Aida' geregisseerd door Pierre Audi, met Riccardo Chailly als muzikaal leider over het Concertgebouworkest, en een uitgelezen vocale bezetting, vooruit, daar mag van mij een levend olifantje bij. Zo'n leuk baby-fantje uit Artis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden