Review

In afwachting van de barbaren

Dr. W. Albeda is hoogleraar sociaaleconomisch beleid aan de Rijksuniversiteit Limburg.

Sorman heeft een rondreis gemaakt langs landen die veel immigranten hebben. Nederland, Duitsland, de VS, maar ook Japan, waar het aantal immigranten gering blijft. Hij windt er geen doekjes om. De immigratie is niet nodig. Hij citeert de Duitse schrijver Schatz, die de traditionele redenering afwijst dat wij de immigranten nodig hebben voor de banen die Europeanen niet meer willen. Zonder immigranten waren zulke taken allang weggeorganiseerd. Ook heeft de verouderende bevolking van West-Europa geen jong bloed nodig. We zouden ons best redden zonder immigranten, en Europa is al overbevolkt. In wezen worden ook de geboortelanden van de immigranten er niet beter van. Eigenlijk is de immigrant de enige die er beter van wordt.

Schatz wil om de immigratie af te remmen contracten sluiten met de landen waar de immigranten vandaan komen. De Westeuropese landen zouden op grotere schaal ontwikkelingshulp moeten geven aan de omringende landen, mits die beloven hun inwoners het vertrekken te beletten.

Vorige maand wees ik er in deze column op, dat de landen van de EG ongeschikt zijn voor het opvangen van ongeschoolde immigranten. De technische ontwikkeling elimineert immers het soort banen waarin ongeschoolden kunnen functioneren. Nu wijst Sorman op het omgekeerde effect: de beschikbaarheid van zoveel ongeschoolden vormt een rem op de technische ontwikkeling.

Zou het mogelijk zijn door grenscontroles de entree van illegalen te verhinderen? Sorman ziet bezwaren. De consulaire diensten in Noord-Afrika behandelen nu al elke visum-aanvrager als een potentiele delinquent. Maar bovendien, de Europese grenzen zijn poreus. Zou het dan mogelijk zijn om de hele immigratie te delegeren aan de EG?

Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, heeft een simpele redenering: de immigranten komen op banen af. Zou het dan niet voldoende zijn om alle werkgevers van Saloniki tot Glasgow en van Oporto tot Kopenhagen te controleren op het in dienst hebben van illegalen? Zou men dus de controle kunnen verplaatsen van de grenspolitie naar de arbeidsinspectie? Maar, zegt Sorman, die ondernemers nemen ook niet zo maar illegalen in dienst. Zij doen dat omdat minimumlonen plus sociale lasten voor legale werkers te hoog zijn. Zij staan vaak voor de keuze illegalen te nemen, of te verdwijnen. En bovendien, Sorman staat met de handen in het haar, wat is eigenlijk erger: illegalen die werk hebben, of illegalen zonder werk die bedelen of in de criminaliteit gaan?

Sorman denkt aan een alternatief. Men zou, in het voetspoor van de Zwitsers, quota voor verschillende regio's moeten opstellen, met een beperkte duur. Hij hoopt daarmee de 'afrikanisering' der immigranten tegen te gaan. Juist Afrikanen hebben het zijns inziens moeilijk bij de aanpassing aan Europese verhoudingen. Blijft overigens het probleem van de politieke vluchtelingen die Sorman zou willen afschrikken door de voorwaarden te verslechteren waaronder zij worden opgenomen. Een onaantrekkelijk beleid, dat op gespannen voet staat met mensenrechten. Ach, zegt Sorman, liberaal wezen tegenover de grote sociale vragen betekent nu eenmaal toegeven dat er voor sommige problemen geen volmaakte oplossing bestaat.

Xenofobie is niet een ernstige ziekte, maar een normale reactie van een bevolking die geconfronteerd wordt met cultureel en etnisch verschillende problemen. Maar, constateert hij, wat de verschillende groeperingen scheidt is niet zozeer het ras of de religie, als wel de arbeid. Al te vaak hebben de immigranten geen werk of slecht werk. Als de school z'n taak vervult, worden Noordafrikanen Fransen zoals de anderen, en de Islam een godsdienst zoals de andere.

Hij komt dan tot een programma voor integratie door de arbeid. Tegelijkertijd stelt hij voor, uitvoering te geven aan een ontwikkelingsbeleid voor de arme landen, dat immigratie onnodig maakt. Deze twee lijnen van aanpak: arbeid als integratiekader (met een degelijke voorbereiding in het onderwijs) en een ontwikkelingsbeleid voor de emigratielanden, lijken mij moeilijk af te wijzen. Veel meer discussie zal zijn voorstel van de quota voor tijdelijk verblijf opleveren.

De achtergrond van zijn redenering zit al verborgen in de titel van het boek. Overigens zonder enige verwijzing naar Rufins boek neemt hij de term barbaren over. Hij legt uit dat barbaar staat voor ongeletterd, zonder cultuur. In zijn visie is de verhouding tussen de aantallen volwassenen en kinderen in veel ontwikkelingslanden zo uit het lood, dat de traditionele cultuuroverdracht er in gevaar komt. Zodoende komt er een nieuw type migrant, met name uit Afrika, zonder enige vorm van opleiding.

De andere kant van deze titel is uiteraard, dat de immigratie ons overkomt zonder dat wij ons er voldoende op bezinnen. Hij vindt trouwens dat wij in Nederland hierin verder zijn dan Frankrijk. Maar Nederland heeft in zijn ogen een wat ander type van immigrant dan Frankrijk. Het gaat hier (als ik hem goed begrijp) minder om ontwortelde Afrikanen. Hinderpaal in Frankrijk is dat de Franse overheid weigert te aanvaarden dat in Frankrijk mensen wonen die geen Fransen zouden zijn. Er zijn in die visie geen etnische minderheden.

Een multi-etnische samenleving vraagt echter om een beleid gericht op integratie. Een mogelijke utopie? In Nederland stelt Rabbae als woordvoerder der Marokkanen dat we de stap zouden moeten doen van 'multicultureel' naar 'multinationaal'. Een soort groot hotel van naties zou Europa moeten worden, waar mensen komen en gaan met hun (geestelijke) bagage zonder enige aandrang tot integratie of assimilatie, en zonder uitsluiting.

Een fantasie? vraagt Sorman. Maar dezelfde eis wordt ook naar voren gebracht door Turken in Duitsland, Indiers in Groot-Brittannie en Latijnsamerikanen in Californie. De nieuwe immigratie stelt de nationale staat ter discussie. De Spaanssprekende immigranten willen helemaal niet opgaan in het Amerikaanse volk. Geen smeltkroes maar een saladeschotel, waarin de samenstellende delen herkenbaar zijn.

Maar is dat de realiteit? Zijn de minderheden niet veel meer dan zij zich realiseren aan het integreren? Blijft natuurlijk de vraag hoever die integratie zal gaan. Veel meer dan vroeger passen de media zich aan aan de vraag van het publiek, ook van minderheden. Etniciteit blijft zo een belangrijk gegeven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden