Interview

In Afrika's jongste natie is de situatie rampzalig

Vluchtelingen komen zakken sorghum, een graansoort, ophalen bij een VN-voedseldistributiepunt in Juba, Zuid-Soedan.Beeld Hollandse Hoogte

Door de burgeroorlog is de situatie in Zuid-Soedan rampzalig, stelt oud-minister Majak d'Agoot. "Buiten de hoofdstad Juba heerst de anarchie."

Zuid-Soedan bestaat bijna zes jaar als onafhankelijk land, maar is daarvan al meer dan drie jaar in een burgeroorlog verwikkeld. Door geweld, vluchtelingenstromen en hongersnood is het land totaal ontwricht, de VN-missie die er toezicht moet houden staat machteloos en de internationale gemeenschap kijkt de andere kant op. Is Afrika's jongste natie opgegeven?

Ex-minister Majak d'Agoot, die in ballingschap leeft, denkt dat de situatie zoals-ie nu bestaat in ieder geval niet veel langer door kan gaan. "De situatie is rampzalig. Het is zelfs erger dan Somalië in 1991 toen daar complete chaos uitbrak, waarvan dat land nog altijd niet is hersteld. Somalië is een land waar een structuur bestond. Weliswaar is die deels vernietigd, maar restanten vormen nu de basis waarop verder gebouwd kan worden. Zuid-Soedan had bij de onafhankelijkheid in 2011 niets. Het kleine beetje dat sindsdien is opgebouwd, is nu kapot. Er is geen fundering meer, We zijn terug bij af."

Burgeroorlog

D'Agoot schetst een ontluisterend beeld van het land dat in 2013 in een spiraal van geweld terechtkwam. Eind dat jaar brak er een etnisch gekleurde burgeroorlog uit tussen het regeringsleger van president Salva Kiir (een Dinka) en militairen trouw aan de voormalige vicepresident Riek Machar (een Nuer). Vooral voor Kiir en diens regering heeft D'Agoot geen goed woord over. "Het regime in Juba heeft een onmogelijke situatie gecreëerd en maakt dagelijks meer vijanden. Kiir is al lang het centrale gezag kwijt over het land. Ze noemen hem 'de burgemeester van Juba' want buiten de hoofdstad heerst anarchie."

Volgens D'Agoot (maar ook volgens de Verenigde Naties) gedragen legeronderdelen zich als criminele bendes. Regeringssoldaten hebben vooral misdaden begaan tegen de burgerbevolking in Equatoria, het zuidelijk deel van het land. Daar wonen etnische groepen die niet tot die van Kiir of Machar behoren. Ze bleven lang buiten de oorlog maar om zich te verdedigen tegen de wandaden van het leger richtten ze hun eigen milities op. Er is een grote stroom vluchtelingen richting Oeganda op gang gekomen, waar inmiddels bijna een miljoen mensen onderdak hebben gevonden. In totaal zijn 1,8 miljoen van de twaalf miljoen Zuid-Soedanezen vertrokken, onder wie een miljoen kinderen, meldde Unicef gisteren.

De VN waarschuwen met enige regelmaat voor een genocide in Zuid-Soedan, van de Dinka op de andere 63 etnische groepen in het land. Zo kijkt D'Agoot toch niet naar de geweldscyclus in zijn land. "Er is etnisch geweld, maar het zijn niet de Dinka die alle andere volken willen uitmoorden. Dat is het nieuwste volk, volk nummer 65, ofwel de elite in Juba, die het heeft voorzien op alle Zuid-Soedanezen. Neem mij als voorbeeld. Ik ben een Dinka, maar mijn nationaliteit is me afgenomen. Ga naar de deelstaat waar Kiir vandaan komt dan zie je hoe erbarmelijk de situatie is. En daar wonen alleen maar Dinka."

Nieuw begin

D'Agoot is ondanks alles hoopvol. "Ik geloof stellig dat Zuid-Soedan na de huidige hel zal verrijzen. Kiir zal niet vrijwillig opstappen. Ik denk eerder dat een kogel uit het geweer van een ontevreden soldaat uit zijn eigen leger een einde zal maken aan zijn leiderschap. Zijn militairen zijn al in geen maanden betaald en hun families lijden ook onder de situatie. Het is zaak dat er zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komt: de basis voor een nieuw begin."

Als het aan D'Agoot ligt, zal een groep technocraten in eerste instantie het land leiden. "Er is rust nodig. Daarvoor moeten een professioneel leger en politiekorps worden opgebouwd waarin geen van de etnische groepen de overhand heeft. Bij de onafhankelijkheid is gekozen voor een federatie met deelstaten. Maar het huidige regime herverdeelde de deelstaten zodanig dat sommige etnische groepen, die het als tegenstanders beschouwt, een minderheid werden in hun eigen woongebieden. De regeringsvorm en overheidsstructuren moeten daarom onder de loep worden genomen."

Oud-minister leeft in ballingschap

Dr. Majak d'Agoot was onderminister van defensie in de Zuid-Soedanese regering van president Salva Kiir voor 2013, toen de etnisch gekleurde burgeroorlog uitbrak tussen het regeringsleger en militairen trouw aan de voormalige vicepresident Riek Machar.

D'Agoot sloot zich niet aan bij een van de strijdende partijen, ook al is hij van dezelfde etnische groep als de president. Hij koos voor een onafhankelijke koers. Uiteindelijk belandde hij met tien andere kritische intellectuelen in de gevangenis. Hij werd weliswaar na bijna een half jaar vrijgelaten maar de overheid pakte hem zijn nationaliteit af. Hij heeft geen vaste woonplaats uit vrees voor represailles van de regering die hij vanuit het buitenland bekritiseert.

Tekst gaat verder onder de foto.

Bosco (midden) uit Zuid-Soedan, geflankeerd door zijn broers.Beeld rieneke de man

Gevlucht uit Zuid-Soedan om broertjes in veiligheid te brengen

Bosco (23) komt uit het stadje Yei in het zuiden van Zuid-Soedan, en vluchtte met zijn twee broers naar Oeganda. Sinds kort zit hij in vluchtelingenkamp Imvepi, waar elke dag duizenden vluchtelingen uit Zuid-Soedan aankomen.

"De dag dat ik mijn oom ophaalde van zijn werk, kwam voor het eerst de gedachte bij me op om te vluchten. Onderweg op de motor hadden we het over het voedseltekort - door wegblokkades kwam er nauwelijks nog voedsel Yei binnen. Ik klaagde tegen m'n oom dat ik al vijf dagen geen warme maaltijd had gegeten.

"Op dat moment hoorde ik luide stemmen. Van alle kanten kwamen mensen aanstormen, overheidstroepen dacht ik. Ik drukte het gaspedaal in, maar in mijn ooghoek zag ik iets glinsteren en ik voelde iets langs mijn oor suizen. Achter me hoorde ik een harde gil en een doffe klap. Toen ik omkeek zag ik mijn oom bloedend op de grond liggen. Zijn gezicht, of wat daar van over was, staat nog steeds op mijn netvlies gebrand.

"Ik ben Kakwa (etnische groep in het zuiden van Zuid-Soedan, red.). De overheid vertegenwoordigt de Dinka. En de Dinka-overheidstroepen slachten ons systematisch en gericht af. Maar waarom? Wij zijn toch onschuldig?!

"Ik wilde me voor de dood van mijn oom wreken en ik sloot me aan bij rebellen die tegen de overheidstroepen vochten. Tot mijn broertjes vertelden dat onze moeder in een naburig dorp bij een familielid op bezoek ging, maar nooit terugkwam. Mijn vader keerde niet terug van een van zijn diensten als politieagent. Niemand kon ons vertellen wat er met onze ouders was gebeurd.

"Dat was voor mij de druppel. Ik besloot om samen met mijn broertjes te vluchten naar Oeganda, zodat ik hen ten minste in veiligheid kon brengen. We volgden de stand van de zon en liepen zeven dagen door de bush. We leefden van wat het bos ons te bieden had, 's nachts sliepen we in de bosjes. Twee dagen hadden we niets te drinken. Uitgeput bereikten we de grens van Oeganda. Ik was zo blij toen we in een bus mochten gaan zitten. De bus bracht ons naar Imvepi.

"Ik hoop dat mijn broertjes de kans krijgen om hun opleiding af te ronden. Dat is in Zuid-Soedan nu onmogelijk. Maar zelf ga ik deze week nog terug naar Zuid-Soedan. Ik móet terug. Ik geloof dat mijn ouders nog leven. Nu mijn broertjes veilig zijn moet ik terug om hen te zoeken."

De volledige naam van Bosco is bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden