In Afghanistan is het begin van het einde nog niet in zicht

Een van de weinige helikopters van de Afghaanse luchtmacht. Beeld AFP

De oorlog van de Navo en de Afghaanse regering tegen de Taliban, die nu al zestien jaar duurt, is een slepende strijd zonder uitzicht geworden. Het westerse strijdplan hapert aan alle kanten.

Het is een uitzichtloze oorlog waar de defensieministers van de Navo-landen zich vandaag en morgen over gaan buigen, voor de zoveelste keer. De westerse coalitie strijdt inmiddels voor het zestiende jaar in Centraal-Azië. De Afghaanse strijdkrachten hadden al jaren geleden het stokje van westerse militairen moeten overnemen in de strijd tegen de Taliban, maar houden nog steeds geen stand op het slagveld. De Taliban en het recent opgekomen Islamitische Staat boeken dit jaar, net als in 2016, terreinwinst.

Het aantal gewonde en gedode burgers is volgens de Verenigde Naties gestegen van 5969 in 2009 naar 11.418 in 2016. In 2016 sneuvelden ook nog eens 6785 Afghaanse militairen en politieagenten. Voor dit jaar zijn er geen cijfers, omdat het Amerikaanse ministerie van defensie die sinds kort voor het eigen parlement geheim houdt.

Om de regering in Kaboel voor een nederlaag te behoeden, stuurt de Amerikaanse president Donald Trump vierduizend extra militairen. Deze week geven naar verwachting ook de Europese bondgenoten meer duidelijkheid over hun toekomstige bijdragen. Nederland blijft in ieder geval volgend jaar het Afghaanse leger adviseren. Maar structurele problemen blijven het westerse strijdplan plagen, zonder dat er een uitweg in zicht is.

Het Afghaanse leger trainen

In de strategie van westerse krijgsmachten klonk het jarenlang zo vanzelfsprekend. De Navo zou Afghaanse militairen trainen, zodat zij zelf in staat waren tegen de Taliban te vechten, en de buitenlandse militairen konden vertrekken. Westerse politici en militairen wilden namelijk niet, zoals koloniale machthebbers in het verleden, decennialang zelf bestuurder en ordehandhaver in een vreemd land zijn.

Maar de internationale coalitie plaatste zich daarmee voor een loodzware opgave. Een trainingsprogramma als vertrekstrategie betekent dat de Afghanen op den duur alles zelf moeten kunnen: van gevechten op de grond, tot het plannen van operaties, en het organiseren van logistiek en medische voorzieningen.

Vreemdelingenlegioen

Tijdens koloniale oorlogen in het verleden pakten Europese landen het anders aan. Zij rekruteerden lokale militairen om het vuile werk op te knappen, maar behielden zelf de regie. Als overblijfsel hiervan dienen in Nepal gerekruteerde Ghurkas nog steeds onder leiding van Britse officieren, en vormen buitenlandse gelukszoekers en voortvluchtige criminelen onder leiding van Franse officieren het geduchte Vreemdelingenlegioen. Maar geen generaal in Parijs die eraan denkt om de legionairs van hun Franse officieren te ontdoen, en dan ook meteen maar vliegtuigen te laten besturen.

Analfabete rekruten 

Dat is eigenlijk wel wat de internationale coalitie in Afghanistan deed, zo beschreef een door het Amerikaanse congres ingestelde toezichthouder eerder dit jaar in een onderzoek. De Verenigde Staten en hun bondgenoten probeerden vanaf het begin het Afghaanse leger naar westers model in te richten, compleet met centraal geleide bevoorrading, militaire academies en stafofficieren. Maar de veelal analfabete Afghaanse rekruten functioneerden niet in een dergelijke systeem. Zij vochten vroeger in lokale milities, en stalen dan van de bevolking wat zij op korte termijn nodig hadden. Door lokale militairen intensief door westerse militairen te laten trainen, wordt het voor hen dus eigenlijk lastiger om in het onderontwikkelde Afghanistan zelfstandig op te treden.

Daar komt nog eens bij dat in een premoderne samenleving als de Afghaanse, loyaliteit vaak langs tribale, etnische of sektarische lijnen loopt. In de jaren negentig vormden Tadzjieken, Hazaras en Oezbeken hun eigen strijdmachten tegen de door de Pashtoen gedomineerde Taliban. Maar omdat Afghanistan in de westerse plannen een verenigd land moest blijven, kwam er één leger zonder herkenbare identiteit, waaruit de soldaten veelvuldig deserterenden.

Frustratie

Door veel met westerse militairen samen te werken, raakten de Afghanen ook nog eens gewend aan overbodige luxe. Tijdens zware aanvallen van de Taliban gaven buitenlandse straaljagers luchtsteun, en helikopters evacueerden gewonden. Maar de arme Afghaanse overheid kan zich geen grote aantallen helikopters en vliegtuigen veroorloven, en komt ook goed opgeleide piloten en monteurs tekort. De Afghaanse luchtmacht is dan ook nog steeds een project in opbouw.

Uit frustratie over de slechte prestaties van het gewone Afghaanse leger, zijn de Amerikanen geselecteerde Afghaanse elite-eenheden gaan trainen. Hiervoor worden de beste kandidaten uit het reguliere leger weggehaald. Zij krijgen een veel intensievere opleiding, meer salaris en beter materieel. Deze commando's komen als een vliegende brigade in actie als de Taliban weer ergens een stad of district hebben ingenomen.

Definitieve ineenstorting

Zodoende heeft Afghanistan straks twee aparte legers. De regering in Kaboel wil de speciale troepen de komende jaren verdubbelen van 17.000 naar 34.000 militairen, en blijven investeren in de luchtmacht die hen ondersteunt. Maar er blijft weinig over voor het gewone leger, dat regelmatig op de vlucht slaat bij een offensief van de Taliban.

Amerikaanse adviseurs en vliegtuigen gaan samen met de Afghaanse elite-eenheden op jihadisten jagen. Ondertussen blijven Europese militairen als onderdeel van de Navo-missie op de hoofdkwartieren van het Afghaanse leger. Daar geven zij advies over de planning van operaties en bevoorrading naar westers model. Dit kan de definitieve ineenstorting van de Afghaanse strijdkrachten wellicht voorkomen, maar biedt weinig perspectief op een overwinning tegen de Taliban.

Opbouw en oorlog combineren

Zonder die overwinning blijft ook de opbouw van de Afghaanse samenleving en economie een toekomstdroom. Dat is een probleem, want de internationale coalitie wilde in Afghanistan altijd staatsontwikkeling en oorlog combineren, zodat het land niet alleen militair maar ook financieel op eigen benen kan staan.

Maar een burgeroorlog en economische ontwikkeling gaan lastig samen. Een beproefde methode om guerrillas te bestrijden is het ontvolken van de gebieden waar zij zich te midden van burgers schuilhouden, en mensen samenbrengen in steden of kampen waar zij makkelijk te controleren zijn. Maar aangezien de Afghaanse economie afhankelijk is van de landbouw en westerse donoren met een humanitair geweten, kan de regering in Kaboel zijn platteland niet ontvolken. En blijven de Taliban daar toegang houden tot schuilplaatsen en rekruten.

Door de slechte veiligheidssituatie lukt het ook niet om bedrijven te laten investeren in de rest van de economie, aldus de Wereldbank. Daarom stokt de economische groei, en blijft Afghanistan afhankelijk van hulp.

Afghanistan-moeheid

De Afghaanse regering kan zijn eigen strijdkrachten niet betalen. Het ministerie van buitenlandse zaken in Kaboel meldde vorig jaar trots dat in de eerste helft van 2016 een miljard dollar aan belastinggeld was opgehaald. Ondertussen bedroeg alleen al het Afghaanse defensiebudget voor 2016 ruim 2,5 miljard dollar. Dat is overigens een bezuiniging ten opzichte van de drie miljard dollar in 2015. Het aantal militairen en politieagenten daalde ook van 338.000 in 2014 naar 319.000 dit jaar.

Buitenlandse donoren zijn sinds een aantal jaren steeds minder bereid om bij te springen, omdat er 'Afghanistan-moeheid' ontstaat. Het land moet ook concurreren met andere Westerse veiligheidsprioriteiten, zoals de confrontatie met Rusland, ongecontroleerde migratiestromen uit Afrika, Noord-Korea en de strijd tegen Islamitische Staat in het Midden-Oosten.

Zo dreigt voor Afghanistan een vicieuze cirkel. Als de economische situatie verslechtert, is er minder geld voor leger en politie. En als die niet voor veiligheid zorgen, komt de economie ook niet op gang.

Een begraafplaats in Kaboel.Beeld AFP

Politieke oplossing

Dat in deze omstandigheden een militaire overwinning ver weg is, geven westerse leiders al jaren toe. In 2009 zei toenmalig secretaris-generaal van de Navo Jaap de Hoop Scheffer dat de Afghaanse regering het voortouw moet nemen in gesprekken met de Taliban. De huidige secretaris-generaal Jens Stoltenberg pleitte deze zomer ook voor een 'politieke oplossing' om de oorlog op termijn te beëindigen.

Maar het probleem is dat noch de Taliban noch de Afghaanse regering enig teken van bereidheid tot compromissen tonen. De Taliban houden, ondanks jarenlange verkennende gesprekken via tussenpersonen, consequent vast aan twee eisen: een strikte versie van de sharia en het vertrek van alle buitenlandse troepen.

Zodra de machthebbers in Kaboel daarop ingaan, leveren zij zich uit aan de Taliban. Als Afghanistan terugkeert naar de sharia-repressie uit de tijd dat de Taliban in de jaren negentig aan de macht waren, zullen westerse donoren snel de geldkraan dichtdraaien. Dan stort de Afghaanse staat in, en kunnen de Taliban de macht overnemen.

Pakistaanse steun

Een 'politieke oplossing' in een burgeroorlog betekent in de praktijk vaak dat één partij ernstig verzwakt is, en aan de onderhandelingstafel genadebrood moet eten. Maar zolang de Afghaanse regering met buitenlandse steun kan doorvechten, hoeft zij geen serieuze concessies te doen. Hetzelfde geldt voor de Taliban, dat sinds jaar en dag veilige uitvalsbases in Pakistan heeft.

President Trump wil, net als zijn voorgangers, een einde maken aan die Pakistaanse steun voor de Taliban. Maar het Pakistaanse leger toont zich al jarenlang weinig gevoelig voor buitenlandse dreigementen, of beloningen om medewerking in Afghanistan te kopen. De Pakistanen hebben liever een instabiel Afghanistan aan hun westgrens, dan een buurland waar aartsrivaal India voet aan de grond kan krijgen.

Trump wil namelijk, net als zijn voorgangers, dat regionale grootmacht India helpt bij de opbouw van Afghanistan. Ook de regering in Kaboel lonkt naar India. Zo heeft iedere partij in Afhanistan redenen om door te vechten. En zolang geen enkele partij in een conflict met de rug tegen de muur staat, is een diplomatieke oplossing vaak ver weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden