'In 2100 produceren wij nog olie'

Haalt oliebedrijf Shell de tweede helft van de 21ste eeuw? Critici denken van niet: het bedrijf zou de boot naar duurzame energie hebben gemist. Shell zelf twijfelt er niet over: de wereld kan nog heel lang niet zonder olie.

Is Shell terminaal? Vraag het Wim Thomas op de man af en een lachsalvo is zeker het antwoord.

De ingenieur plant en berekent toekomstscenario’s voor het Nederlands-Britse oliebedrijf en weet als geen ander hoe de komende decennia van de energiemarkt eruit zullen zien. Een faillissement door groei van de duurzame energiesector zit volgens hem niet in de planning. Integendeel. „Om de vraag naar energie de komende jaren bij te kunnen benen, moet Shell blijven groeien.”

Dat idee grijpt hij niet uit de lucht. Internationale energieagentschappen verwachten dat er twee tot vier Saoedi-Arabië’s extra nodig zijn om die groeiende vraag naar energie bij te houden. Hijzelf berekende voor Shell, met behulp van econometrische formules en analyses van het wereldwijde politieke beleid, welke energiebronnen daarvoor nodig zijn.

Uit zijn analyses rolden twee scenario’s waarop Shell zijn toekomstbeleid afstemt: ’Scramble’ en ’Blueprints’. Opvallend is dat in beide scenario’s in 2020 de groei grotendeels uit de olieproductie is. Vanaf 2030 is het aandeel duurzame energie ongeveer gelijk aan dat van olie op de wereldenergiemarkt. Het totale aandeel duurzame energie stijgt in de voorspellingen tot 30 à 40 procent in 2050.

„De grote, makkelijk exploiteerbare olievelden in de niet-Opec-landen raken over de productiepiek heen”, legt Thomas uit. „In combinatie met de stijgende vraag is er vanaf 2015 onvoldoende olie om in de vraag te voorzien. We zijn dan aangewezen op diepere bronnen, kleinere bronnen en bronnen die verder weg zijn. Ook onconventionele bronnen als de bewerkelijke teerzanden uit Canada en zware olie uit Venezuela hebben we dan nodig.” Ook duurzaam krijgt daardoor een grotere rol.

Volgens de duurzame hoek van de energiesector is dat precies de reden dat oliemaatschappijen zonder werk komen te zitten. De kostprijs gaat door de moeilijke winning namelijk onherroepelijk omhoog. Nu kost een vat olie ongeveer 74 dollar, wat al als duur geldt. Maar experts schatten dat een prijs van meer dan 100 dollar binnen enkele jaren normaal zou kunnen zijn. Aangezien gesubsidieerde duurzame energie rond de 75 dollar per vat voordeliger is dan olie, prijst de fossiele brandstof zichzelf uit de markt.

Wie de olieprijs en de investeringen in de duurzame energiesector naast elkaar legt, ziet dat de investeringen in duurzaamheid stijgen als de olieprijs hoog is. Dat zou ten koste gaan van investeringen in olieprojecten.

Ook nu lijkt dat te gebeuren. De Organisatie van olie-exporterende landen (Opec) maakte in juli bekend dat het 110 miljard in plaats van 165 miljard dollar investeert in nieuwe olieprojecten. Vijfendertig projecten werden afgeblazen. De wereldwijde investeringen in duurzaam stegen het afgelopen jaar naar 140 miljard dollar.

Thomas schudt het hoofd. Hij kent de cijfers, maar vindt de conclusie dat de olie-industrie daardoor in de problemen komt niet correct. „Het beeld is vertekend. Als je de investeringen van de niet-Opec-landen meetelt, valt die daling in fossiel mee: 21 procent.” Hij wijst naar een rapport van het Internationale Energie-agentschap (IEA), waarin specialisten voor dit jaar een daling van 38 procent in duurzame investeringen zien. „Maar per bron kunnen die gegevens verschillen.”

Ook het idee dat de olie opraakt, is niet juist, denkt hij. „De moeilijk bereikbare olie is nog voor vele decennia voldoende: in 2100 produceren we nog steeds olie.”

De prijsstijging die dat tot gevolg heeft, kan de maatschappij volgens hem best aan. „Tijdens de prijspiek in de jaren tachtig gaven we gemiddeld 8 procent van ons bruto nationaal product uit aan fossiele brandstoffen. Dat is gedaald naar rond de 2 procent in de jaren negentig.”

Maar omdat olie voorlopig ’onmisbaar’ is, zeker in de transportsector, zou een groei naar 8 procent best draagbaar zijn, denkt hij. „Dan moet worden bezuinigd op andere zaken. Mensen kunnen altijd minder gaan bellen.”

Overigens, voegt hij toe, kan ook de duurzame industrie last hebben van een hoge olieprijs. „Als de olieprijs stijgt, stijgt namelijk ook de prijs van staal. En als de staalprijs omhoog gaat, worden windmolens duurder. Duurdere olie betekent dus ook prijzige duurzame energie.”

Uiteindelijk vindt hij het idee dat olie moet concurreren met duurzame energie niet zo relevant: de groeiende energievraag is de levensverzekering voor de oliebedrijven. „Geen enkele energiebron, noch olie, noch zon, noch wind, kan eigenhandig in die vraag voorzien. Sterker nog: we zullen de komende jaren kolen nodig hebben om het aanbod aan te vullen en voldoende energie te kunnen leveren.”

Kolen zijn slechter voor het milieu omdat bij de omzetting naar energie meer broeikasgassen vrijkomen dan bij olie, maar ze zijn wel economisch aantrekkelijk. Er zit voor de komende honderd jaar ruim voldoende van in de grond, en het is relatief goedkoop te winnen: vanaf een olieprijs rond de 25 euro per vat is het al rendabel. Dat is dan ook de reden dat de rol van kolen in beide scenario’s van Thomas groeit. Ten opzichte van het jaar 2000 stijgt het aandeel kolen met 250 procent tot 2050; in het Blueprints-model met 210 procent.

Thomas acht het dan ook mogelijk dat Shell het aandeel in kolenvergassing zal uitbreiden. Het was dan ook geen verrassing dat afgelopen weken het gerucht de ronde deed dat het olieconcern een groter aandeel wil in Arrow Energy, een bedrijf dat energie haalt uit kolen.

Dat weerlegt meteen de stelling van critici dat Shell de tweede helft van deze eeuw niet zal halen, nog los van de enorme winst die het bedrijf zelf in de crisis maakte – ruim 24 miljard euro. Want al is volgens Thomas’ scenario’s in 2050 ruim 30 procent van de wereldwijde energievoorziening duurzaam, ongeveer 70 procent is nog altijd fossiel: gas, olie en kolen. „In die drie takken is Shell vertegenwoordigd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden