Deja vu

In 1939 maakte de politiek zich ook al zorgen over de slechte kennis van het Wilhelmus

Het Wilhelmus, opgeschreven in een boek van rederijker Willem De Gorter. Beeld RV

De tijd was ernaar. Een oorlog dreigde. Jongemannen waren gemobiliseerd om het land te verdedigen. De nationale geest kon ondertussen best wat onderhoud gebruiken.

Toch was dat niet de enige reden voor de liberale onderwijsminister Gerrit Bolkestein (de opa van de latere VVD-leider Frits) om in het najaar van 1939 een circulaire over het Wilhelmus te sturen naar directeuren van rijks-hbs’en, gymnasia, handelsscholen en gemeentebesturen. Anders dan bij het kabinet dat nu in de maak is, had de destijds net aangetreden coalitie van confessionelen, liberalen en sociaal-democraten er vooraf niets over afgesproken. Bolkestein was gealarmeerd door publicaties die duidelijk maakten hoe slecht het gesteld was met de kennis van het Wilhelmus van jeugdigen. Tweedejaars van de vijfjarige hbs kenden de tekst niet of kwamen met bijzondere eigen interpretaties als “Den Prinsen van Oranje blijf ik steeds onbezeerd.”

Bolkestein schreef in zijn circulaire: “Ik heb de eer U - voor zoveel noodig - te verzoeken er zorg voor te dragen dat het Wilhelmus bij de lessen voor de Nederlandsche taal wordt gelezen en behandeld en dat de leerlingen de belangrijkste strophen van buiten leeren, een en ander als afzonderlijk onderwerp van onderwijs.”

Het Wilhelmus was pas sinds 1932 het officiële volkslied. Het koninkrijk had het tot die tijd gedaan met ‘Wien Neêrlands bloed’, winnaar van een in 1817 uitgeschreven prijsvraag. Koningin Wilhelmina tekende het Koninklijk Besluit in de jaren dertig van de vorige eeuw met liefde. Zij had bij haar inhuldiging al de voorkeur gegeven aan het aan haar Huis verbonden Wilhelmus.

In het in zuilen opgedeelde Nederland van de jaren dertig deelde niet iedereen die voorliefde. Een deel van de katholieke pers had het niet op het leren van het nieuwe officiële volkslied en noemde dat: “Verkapt geuzenonderwijs. Het Wilhelmus is een doelbewuste leugen en daarom dient het op onze scholen geweerd te worden, ook als ons volkslied. Zoolang wij geen beter volkslied hebben, zullen wij er geen meer zingen.”

Andere opinieleiders uit die kringen konden geen spoor van antipapisme in de tekst vinden. “De felheden en grofheden van het geuzenlied worden ons bespaard”, schreef de Nijmeegse hoogleraar Gerard Brom, een van de boegbeelden van de nog jonge katholieke universiteit in die plaats. “Wie voor deze heilige tonen eerbied weigert, verloochent zijn land en kleineert zichzelf.”

Scholen worstelden ondertussen met de tekst en uitleg bij het Wilhelmus. Wat betekende bijvoorbeeld dat “van Duytschen bloed”? En hoe problematisch was zo’n element in een tijd waarin de Duitsers elk moment konden binnenvallen? De Groningse uitgever Wolters probeerde enige verlichting te brengen met het boekje ‘Het Wilhelmus naar de uitgave van het Geuzenliedboek van 1581, met inleiding, verklaring en aanteekeningen’. Het was geschreven door S.S. Mensonides, leraar aan de rijks-hbs in Warffum.

Wij kunnen niet zingen

In het blad van de Bond van Nederlandse Onderwijzers werd het volkslied vergeleken met een mooie, maar weinig gebruikte zondagse kamer. De meeste mensen hoorden het Wilhelmus volgens het artikel maar een paar keer per jaar. “Let wel: hooren, niet zingen. Als een behoorlijk orkest het speelt, is het indrukwekkend; als wij allen meezingen, dan is er gewoonlijk niet veel indrukwekkends meer aan, om de eenvoudige reden, dat ons volk nu eenmaal niet zingen kan.”

Misschien dat tweedejaars-hbs’ers zich in het vervolg niet meer zo zouden blameren, maar verder verwachtte de onderwijzersbond weinig effect van de circulaire “zoolang wij geen meer pakkend volkslied hebben en zoolang ons volk bang blijft om te zingen”.

Kort daarna vielen de Duitsers Nederland binnen. De bezetter verbood het ten gehore brengen van het volkslied, terwijl bij vergaderingen van de NSB voorheen trouw twee coupletten van het Wilhelmus waren gezongen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden