Impressionistische toneelversie van een funest delirium

Josse De Pauw (rechts) en Katelijne Damen in 'Onder de vulkaan'. (Trouw)

’Onder de vulkaan’ naar gelijknamige roman van Malcolm Lowry o.r.v. Guy Cassiers door het Toneelhuis. Vlaams (+Frans)/Ned. tournee t/m 19-12 (eerste Nederlandse voorstelling 28-11 in Rotterdam). Inl.: 0032-3-2248837 of www.toneelhuis.nl

Alsof je in een roes wordt meegesleurd. Dat is het zinsbegoochelende effect van de theatervoorstelling ’Onder de vulkaan’. Op een al dan niet in fragmenten onderverdeelde achterwand van verticale stroken plexiglas worden beelden in afwisselende dimensies geprojecteerd, die de bewegingen en taal van de personages op de voorgrond een vervreemdende context geven.

Je zou het kunnen vergelijken met de van dansvloer (en theater) bekende stroboscoop, die met zeer korte lichtflitsen de visuele waarneming manipuleert. Dat is nu een ouderwetse truc te noemen bij wat hier gebeurt. De telkens veranderende vormgeving doet juist een appèl op de persoonlijke observatie van elke toeschouwer. Deze wordt als het ware gedwongen zelf verbanden te leggen, waardoor ongemerkt het rationele en het gevoelsmatige zich mengen tot een hoogst individuele visie.

Impressionistisch theater is wat regisseur Guy Cassiers hier heeft gemaakt. Ook al zijn verschillende aspecten en details helder te omschrijven, de uitwerking van het geheel zal voor iedereen anders zijn. Daarmee raken Cassiers en de zijnen dicht aan de betekenis van Malcolm Lowry’s klassiek geworden roman ’Under the Volcano’ (1947), die verder reikt dan de anekdote van een aan zijn alcoholisme bezwijkende Britse consul in Mexico.

’Onder de vulkaan’ beschrijft de laatste dag uit het leven van deze consul. De dag dat zijn geliefde Yvonne terugkeert voor een ultieme poging de relatie te herstellen. De dag van de doden, Allerzielen 1938. De dag van de fatale omarming van onstuitbare drankzucht, vervagend liefdesverlangen en opvlammend fascisme.

Je ziet het voor je ogen gebeuren. Vanaf het eerste, morsig ingegoten glas, de tinkelend domino spelende andere dronkaards in de cantina’s, tot aan het geluid van ijsbrokken schavende handen. Terwijl je intussen de weelderige Mexicaanse natuur en de wanhopige kleine kring om de consul, op wat heldere ogenblikken na, allengs ziet vervloeien in diens brein.

Ruim zesentwintig jaar geleden is al eens een mislukte poging gedaan Lowry’s sterk autobiografische roman voor toneel te bewerken. Maar net als John Hustons verfilming met Albert Finney als consul uit 1984 logenstraft Cassiers’ bewerking de gedachte dat de roman niet te dramatiseren zou zijn. Cassiers heeft zich inmiddels zo bekwaamd in geavanceerde theatertechnieken – denk alleen maar aan zijn enerverende Proust-cyclus bij het Nederlandse Ro Theater – dat zijn werk niet enkel gebonden is aan een dramatische structuur.

Een acteur als Josse De Pauw, die de romantekst zelf bewerkte, voegt zich prachtig in de interactie tussen spel en beelden. In diens onhandig vrolijke grote-passen-dans bij feestgedruis op de achtergrond zie je, na een eerder hulpeloos „help”, het funeste delirium al kieren. Katelijne Damen als een breekbare Yvonne en Bert Luppes als beste vriend, die zonodig andere personen speelt, tonen zichzelf en tegelijk diegene zoals de consul die ziet.

In al die gelaagdheden doordringt de voorstelling je diep van het besef, dat hier niets te redden valt. Dat is intragisch.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden