Immigratieland, niets aan te doen

Vernietigend was gisteren het politieke oordeel over het rapport 'bruggen bouwen' van de commissie-Blok. De analyse van de integratieproblemen was goed, maar aan de milde aanbevelingen van de door de politiek zelf ingestelde onderzoekscommissie hadden de parlementariërs niets.

Cees van der Laan en Lex Oomkes

Wie de vorige week gepleegde moord op de Haagse conrector en de daarop volgende nationale emoties op het netvlies heeft staan, kan het rapport van de commissie 'Integratiebeleid' als een koude douche ervaren. Een daad verricht door een leerling met een Turkse achtergrond die door velen, onder wie premier Balkenende, gezien werd als symbool van een mislukte integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving. Klonken daar immers niet typische uitheemse excuses als gekrenkte eer en gebrek aan respect als motieven voor het in koelen bloede afmaken van een leraar in een volle kantine?

Zagen velen niet in deze moord opnieuw een alarmerend signaal dat er een diepe kloof is aan het ontstaan tussen groepen die opgesloten in eigen wijken en scholen elkaar nauwelijks meer kunnen bereiken? Commissievoorzitter Stef Blok zei gisteren echter aan het einde van zijn toespraak bij de presentatie van het rapport: ,,Wij constateren dat de integratie van veel allochtonen geheel of gedeeltelijk geslaagd is en dat dit een prestatie van formaat is, zowel van de betreffende allochtone burgers als van de hen ontvangende samenleving.''

Vele kiezers zullen zich niet in deze conclusie willen herkennen, getuige de verkiezingsuitslagen van 2002 en 2003. Bezorgdheid over integratie en immigratie deed veel kiezers naar het CDA, VVD, LPF én SP uitwijken, partijen die in de afgelopen jaren pleitten voor een harde aanpak met verplichtingen voor nieuw- en oudkomers. Dertig jaar overheidsbeleid had weinig positiefs opgeleverd. De andere partijen, de PvdA voorop, kwamen ook tot het inzicht dat vrijblijvendheid het integratiebeleid parten heeft gespeeld.

In het licht hiervan waren de verwachtingen van het rapport van de commissie-Blok groot. Daarbij speelden ook dit jaar de felle discussies in politiek Den Haag over de vrijheid van onderwijs, de Rotterdamse pleidooien om nieuwkomers buiten de stad te houden en de openbare verhoren van de commissie zelf. In zo'n setting kan het gebeuren dat een rapport, juist door z'n redelijkheid en genuanceerdheid, niet aan de hooggespannen verwachtingen voldoet.

Hoewel de commissie inderdaad bevestigde dat het beleid om allochtonen te integreren niet succesvol is geweest, reageerde de politieke partijen gisteren teleurgesteld. Dit omdat de aanbevelingen van de commissie terughoudend waren en vaak een bevestiging van bestaand of op stapel staand beleid. Het rapport oogt in de analyse gedegen en genuanceerd. Nuchter stelt de commissie vast dat vele allochtonen zijn geïntegreerd en dat vele 'zwarte' scholen redelijk tot goed presteren. Met dit laatste bevestigde de commissie eerdere analyses van de Onderwijsinspectie. Bezwaarlijk was wel dat de commissie in beide gevallen deze positieve conclusies niet nader onderbouwde.

Dat gold ook voor de constatering dat sommige bijzondere scholen de grondwettelijke vrijheid van onderwijs als schutting gebruiken om minder gewenste leerlingen buiten de deur te houden. Blok kon geen concrete voorbeelden of aantallen noemen. ,,Het waren signalen van leraren en docenten'', zei hij gisteren. De situatie was in ieder geval niet zo ernstig voor de commissie om ronduit te pleiten voor wijziging van het bekende grondwetsartikel, iets dat PvdA, VVD, D66 en andere partijen wel hadden gehoopt.

Saillant detail is dat de commissie constateert dat de effecten van vroeg- en voorschoolse opvang voor achterstandskinderen, waar de paarse kabinetten honderden miljoen in geïnvesteerd hebben, zeer beperkt zijn. ,,Op langere termijn lijken de effecten uit te doven.'' Met andere woorden: allochtonen kinderen kunnen op de basisschool rap bijleren mits het onderwijs goed is.

Overbodige soms nietszeggende aanbevelingen konden ook worden genoteerd, bijvoorbeeld deze: 'Discriminatie en vooroordelen moeten bestreden worden' (pagina 522 van het eindrapport). Of: 'Gelijke behandeling van jongens en meisjes in het onderwijs wordt gewaarborgd' (pagina 537).

Hoewel genuanceerd en redelijk is het rapport in de kern uiteindelijk ook onbevredigend. Critici wijzen er op dat de commissie nauwelijks een blauwdruk ontvouwt voor de toekomst van Nederland als samenleving. Een blauwdruk voor voor het integratiebeleid voor de komende dertig jaar is het niet.

Vanuit dit oogpunt kan het rapport ook verwarrend overkomen. Hoewel commissievoorzitter Stef Blok in zijn toespraak de integratie van vele allochtonen geheel of gedeeltelijk geslaagd noemde, staat er tegelijkertijd in het rapport vermeld: ,,De commissie is van mening dat op dit moment, door een combinatie van onvoldoende integratie en vervolgmigratie, het economisch rendement van immigratie voor de samenleving als geheel verwaarloosbaar is.'' Een tamelijk onthutsende rekensom van dertig jaar integratie (pagina 528 van het rapport).

Wie denkt dat er vervolgens een advies komt om het maar eens rustiger aan te doen met de komst van immigranten heeft het mis. ,,Integratiebeleid moet gebaseerd zijn op de realistische onderkenning van het continue karakter van internationale migratiestromen''(pagina 523). Ofwel Nederland is een immigratieland en daar valt niets aan te doen.

In ironische zin zou de analyse van deze drie vaststellingen kunnen zijn: de integratie van allochtonen is geslaagd, economisch levert het niets op, maar de realiteit gebiedt ons er mee door te gaan. Over de toenemende culturele kloof tussen veel allochtonen en autochtonen of over de mate, waarin autochtonen de normen en waarden van de Nederlandse rechtstaat steunen en tot de hunne gemaakt hebben, zegt het rapport niets.

In het verlengde van het bovenstaande constateert de commissie dat het rendement van inburgeringscursussen laag is. Nieuwkomers halen nauwelijks het gewenste niveau. Ook een andere opzet van het programma zal niet helpen, luidt de voorspelling. In de aanbevelingen pleit de commissie vervolgens voor een 'realistisch verwachtingspatroon' rond inburgeringscursussen. Dat is andere taal voor acceptatie van nieuwkomers (onder andere analfabeten) die niet het gewenste niveau zullen halen.

De enige die dat niet deed was het lid Varela (LPF). Hij wil de huwelijksmigratie onder andere om die reden beperken, omdat anders generatie op generatie de integratie op problemen zal stuiten.

De commissie lijkt geen verband te leggen tussen de constateringen dat mensen zullen blijven komen naar Nederland, inburgeringscursussen niet voldoen en op langere termijn immigratie geld kost. Daarmee krijgt het rapport ook iets vrijblijvends.

Diverse politieke partijen hebben wel ideeën. Het CDA gaf eerder, bij monde van fractievoorzitter Verhagen aan, de leeftijd van buitenlandse huwelijkskandidaten te willen verhogen naar 24 jaar. PvdA-leider Bos legt het accent weer iets anders. Als huwelijkskandidaten naar Nederland willen komen dan mag het ontvangende land eisen stellen aan opleidingen en kansen op integratie. Want ze komen immers vrijwillig. Deze ideeën van LPF, CDA en PvdA zijn niet terug te vinden in het rapport.

Van diverse zijden is gisteren gezegd dat weinig verwacht mag worden van een commissie die op dit complexe maatschappelijke vraagstuk linkse en rechtse opvattingen moet verenigen. Blok wordt verweten dat de bleke aanbevelingen te maken hebben een streven naar concensus in de commissie. Een typisch polderrapport, meende de LPF-fractie. Daar valt wel iets voor te zeggen. Het is op zichzelf bijzonder dat de commissieleden van rechts tot links, op één onderwerp na (Varela nam op het punt van huwelijksmigratie een afwijkend standpunt in) elkaar hebben gevonden. Een commissie die met een zeer verdeeld rapport komt wordt snel afgeserveerd in politiek Den Haag. Maar dat kan ook gezegd worden over een vrijwel unaniem rapport waar iedereen zich in kan vinden. Dan gaan ook de partijen met hun eigen ideeën verder, zoals nu dreigt te gebeuren.

In dit verband is de positie van PvdA-kamerlid Adelmund interessant. De vroegere staatssecretaris constateerde begin 2000 al dat het helemaal niet zo slecht ging met allochtone jongeren en de prestaties van 'zwarte scholen'. Opvallend is dat een commissie waar zij lid van is tot dezelfde conclusies komt. Adelmund is blijkbaar visionair of heeft veel invloed.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden