Immigratie is geen liefdadigheid

De Amsterdamse Dappermarkt in 1988 (ANP)

Nahed Selim bezocht een internationale conferentie over migratie en integratie en verbaasde zich over de „sprookjes van voorbije tijden” die er verkondigd werden. „Ik denk dat de maatregelen van het nieuwe kabinet, met haar strenge selectie aan de poort, veel doeltreffender zijn.”

Bijna gelijktijdig met het uitkomen van het regeerakkoord van het kabinet Rutte, begin deze maand, opende koningin Beatrix de internationale Metropolisconferentie in Den Haag. Ik nam deel aan die bijeenkomst over Justice and Migration: Paradoxes of Belonging. Die moet richting gaan geven aan het denken over migratie, integratie en burgerschap. Het werd een schizofrene ervaring.

Ik had net gelezen wat het minderheidskabinet van plan was met immigratie, asiel en integratie. CDA, VVD en PVV willen vooral het aantal kansarme immigranten drastisch terugdringen.

De sfeer van de jaren 70

Terwijl ik nadacht over deze vergaande maatregelen, leken de academische verhandelingen die ik op de conferentie beluisterde uit een voorbije tijd te komen. Alles ademde de sfeer van de jaren zeventig waarin een sterk geloof heerste in de zegeningen van het multiculturalisme – dat tegenwoordig ’diversiteit’ heet.

De internationale sprekers pleitten namelijk juist voor versoepeling van de immigratieregels en voor meer ruimte voor cultuurverschillen: de bestaande vrijheid van verkeer van goederen en kapitaal zou ook moeten gelden voor personen. Er werd een grote onevenwichtigheid vastgesteld tussen het recht van iemand om zijn land te verlaten en de enorme moeilijkheden die hij ondervindt om toegelaten te worden in met name westerse landen. Sommigen vonden zelfs dat het beheer van immigratie in handen moet komen van internationale en Europese organen, en uit handen moet geraken van populistische nationale politiek en wispelturige kiezers.

Hoezo emigratierecht?

Ik was benieuwd waarop dat idee van emigratierecht was gebaseerd en ging het vragen aan de hoofdspreker van de conferentie, de Duitse Elspeth Guild, hoogleraar Europees migratierecht aan de Radboud universiteit in Nijmegen. Elke burger mag zijn land verlaten, antwoordde Guild tijdens de pauze, daar hebben alle mensen recht op, maar waar moet de emigrant heen als hij nergens wordt toegelaten? Voor professor Guild was het recht van een staat om zelf te bepalen wie onder welke voorwaarden wordt binnengelaten kennelijk ondergeschikt aan deze problematiek.

Wie nu nog een versoepeling van de immigratie- en asielregels bepleit heeft de afgelopen twintig jaar in een diepe slaap doorgebracht. Inmiddels heeft de massa-immigratie het leven in de drie grote steden – die nu voor eenderde uit allochtonen bestaan – aangetast. De autochtone bevolking is erdoor gedesillusioneerd geraakt. Nederland telt ongeveer 1, 8 miljoen niet-westerse allochtonen; de afgelopen tien jaar kwamen er elk jaar netto 36.000 immigranten bij. Daartegenover staat een emigratiegolf van – vermoedelijk hoogopgeleide – Nederlanders die zich elders vestigen, in 2009 maar liefst 110.000 mensen.

Een zware druk op de solidariteitsgevoelens

Van de anderhalf miljoen westerse allochtonen heeft vrijwel niemand écht last. Het immigratievraagstuk draait om de groepering waarvan de economische last dit jaar op aandringen van de PVV becijferd is. Ze kost volgens onderzoeksbureau NYfer jaarlijks ruim zeven miljard euro. Niet-westerse allochtonen doen namelijk „vaker dan gemiddeld een beroep doen op arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- en bijstandsuitkeringen. Ook doen zij een groter beroep op zorg en veroorzaakt hun oververtegenwoordiging in de criminaliteit extra kosten”. Dat drukt zwaar op de solidariteit van autochtonen met allochtonen. De politiek-correcte elite had dat onderzoek liever niet gezien, voor anderen is het duidelijk dat een grondige herziening van immigratie- en asielbeleid onontkoombaar is, willen we de welvaart en de verzorgingsstaat in stand kunnen houden.

Er zijn nauwelijks nog Nederlanders die de komst van niet-westerse immigranten toejuichen. De oorzaak ligt in de verkeerde selectiecriteria die destijds zijn gehanteerd bij toelating. Slechts zeven procent bevond zich al voor 1973 in ons land. Toen stopte de actieve import van gastarbeiders. De overige 93 procent kwam hier voor gezinsmigratie en asiel. En juist die onderdelen wil de nieuwe regering – terecht – aanpakken.

Goed migratiebeleid kost een samenleving niets. Kennis- en andere arbeidsmigranten helpen de economie draaiende houden en verzachten de gevolgen van vergrijzing.

Startkwalificatie is pure winst

Potentiële immigranten met weinig perspectief (geen ’startkwalificatie’) krijgen het straks moeilijk, de exameneisen in de Wet Inburgering Buitenland gaan omhoog. Een land als Canada doet dat al lang zo: diploma’s, taalbeheersing en werkervaring tellen zwaar mee. Wie níet zijn kind kan opvoeden, met school communiceren of zijn administratie doen, heeft voortdurend steun nodig van dure hulpinstanties en blijft soms levenslang afhankelijk van een uitkering. Dat de regering daar wat aan gaat doen, is pure winst.

Vrouwen profiteren

Vrouwen profiteren hier zeker van. Mensen zonder veel opleiding houden er namelijk vaak feodale en reactionaire leefgewoontes op na en accepteren de westerse onafhankelijkheid van vrouwen niet. Goedgeschoolde mensen kunnen zulke ideeën ook hebben, maar de kans is nu eenmaal een stuk kleiner.

Ook gunstig voor vrouwen: een verbod op gedwongen huwelijken en het afschaffen van de erkenning van het polygame huwelijk. Voor anderen was veelwijverij al verboden, maar voor sommige moslims maakte de overheid een uitzondering en werd deze samenlevingsvorm erkend.

De leeftijd voor een bruid(egom) uit het buitenland gaat omhoog (naar 24 jaar) en voortaan mag je nog maar één keer per tien jaar een partner hierheen halen. Dat lijkt mij ruim voldoende. Deze verandering werkt slechts nadelig voor mannen met de onhebbelijke gewoonte om hun echtgenote, zodra ze iets mondiger is geworden, na drie jaar in te ruilen voor een jongere, gehoorzame importbruid.

Slecht nieuws voor fundamentalisme

Daarnaast wil het kabinet radicale geestelijken uitzetten of weren indien ze een gevaar zijn voor de nationale veiligheid of de openbare orde. Dit is slecht nieuws voor fundamentalistische, orthodoxe moslims en hun (linkse) vrienden. Die schijnen dol te zijn op fundamentalisten die hun aanhang oproepen om de vrouwen binnen hun gezin onder de duim te houden, ongehoorzame meisjes en echtgenotes te mishandelen en zelfs instructies geven over ’hoe je je vrouw kunt slaan zonder zichtbare littekens te maken’, zoals te lezen viel in preken van de Rotterdamse imam Al Moemni.

Het aangekondigde boerkaverbod (dat geldt voor alle gelaatsbedekkende kleding) is in de afgelopen weken versleten voor symboolpolitiek tegen een handjevol boerkadraagsters. Dat het er weinig zijn klopt, maar het kunnen er snel meer worden; dertig jaar geleden zag je ook nauwelijks moslima’s met hoofddoekjes in Nederland. En vergeet niet dat symbolen belangrijk zijn om duidelijk te maken wat wel en niet past bij de westerse identiteit, bij integratie en vrouwenemancipatie.

Ineenstorting van de inburgeringscursus

Waar ik wel aan moet wennen is het gegeven dat immigranten hun eigen inburgeringscursus moeten betalen. Maar het kabinet heeft gelijk: de verplichte, door de overheid gefinancierde cursus werkte niet. En ja, iedereen heeft een eigen verantwoordelijkheid.

Ik verwacht trouwens dat de nieuwe, peperdure inburgeringcursus in elkaar gaat storten. Nieuwkomers zullen de taal gaan leren zoals wij immigranten dit vroeger allemaal deden: op de werkplaats, in de fabriek, op de schoonmaaklocatie, in de supermarkt. Daarnaast ging ik een paar keer per week naar de avondschool. Wij, migranten van vóór de inburgering, deden het allemaal zelf – en waren beter af. We werden niet in de watten gelegd en zijn nu weerbaarder en zelfstandiger.

Voor mensen als Elspeth Guild, de spreekster op de Haagse conferentie, is migratie een manier om als kansarme burger een beter bestaan elders op te bouwen. Maar Nederland – net als andere traditionele immigratielanden – geeft nu voorrang aan kansrijke immigranten; het toelaten van kansarmen is een ramp gebleken. Ik weet dat er bezwaar is tegen die termen en dat een mens meer is dan zijn startkwalificatie. Maar deze heeft wel voorspellende waarde. Integratie gebeurt in eerst instantie door werk. Van de hoogopgeleide allochtonen van 25 tot 35 jaar werkt 90 procent, tegen 60 procent van de laagopgeleiden.

Hoeveel kost barmhartigheid?

Aan wie het onderscheid tussen kansarm en -rijk weigert te maken, wil ik vragen: hoeveel extra belasting ben je bereid te betalen om je barmhartigheid te bekostigen? Hoeveel extra premies voor de ziektekostenverzekering? Hoeveel extra jaren wil je werken voordat je eindelijk met pensioen mag?

Immigratie is geen liefdadigheid. Het is al evenmin een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Het leidende principe moet zijn dat immigratie ten goede komt aan de ontvangende samenleving. Daarvoor moeten de juiste toelatingseisen worden toegepast zodat mensen die, door hun diploma’s en hun werkervaring, een echte bijdrage kunnen leveren niet voortdurend buiten de deur worden gehouden. Voor wie misbruik wil gaan maken van de gastvrijheid en de verzorgingsstaat, is geen plaats in dit land.

Isolationisme is geen optie

Alle deuren dicht gooien kan niet, isolationisme is geen optie. Wel heerst in heel Europa momenteel een anti-immigratie-stemming. Dat betreur ik. Veel immigranten hebben hun best gedaan om te integreren. Ook zij lijden onder de gevolgen van beleid dat alles maar op zijn beloop liet. Daardoor is de acceptatie door de autochtone bevolking duidelijk afgenomen. De enige manier om deze afkeer van vreemdelingen een halt toe te roepen is een beleid dat de belangen van het gastland niet verkwanselt.

Dat helpt ook bij het dilemma van de migrant: waar hoor ik bij? In Den Haag probeerden de congresgangers de ’Paradoxes of Belonging’ te ontrafelen, met sprookjes van voorbije tijden. Ik denk dat de maatregelen van het nieuwe kabinet, met haar strenge selectie aan de poort, veel doeltreffender zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden