IMF en Wereldbank beducht voor muntoorlog

De topmannen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank waarschuwen voor afnemende bereidheid om mondiaal de gevolgen van de crisis te bestrijden. Met oplopende werkloosheid in vooral de rijke landen stijgt de kans op spanningen, zo vindt Robert Zoellick van de Wereldbank. IMF-collega Dominique Strauss-Kahn houdt de wereld voor dat er toch echt „geen nationale oplossingen zijn voor mondiale vraagstukken”.

Tijdens hun persconferenties, gisteren aan de vooravond van de jaarvergadering van beide zogeheten Bretton Woods-instellingen in Washington, benadrukten ze dat de crisis pas over is als er sprake is van dalende werkloosheid. En daar is vooralsnog geen uitzicht op. Ja, er is economische groei en de kans op een zogeheten dubbele dip wordt klein geacht. Toch is er nog het risico dat het niet goed gaat met de wereldeconomie, oordelen beiden. Afrika herstelt sneller dan tijdens vorige crises, Azië en Latijns-Amerika hebben de crisis reeds verteerd. Dat geldt echter niet voor de ontwikkelde wereld.

Volgens Strauss Kahn hebben landen ontdekt dat zij de wisselkoersen als politiek wapen kunnen gebruiken. Dat betekent dat een waardevermindering van de munten van die landen op korte termijn kan leiden tot een verbeterde exportpositie en daarmee meer export. Door die weg te kiezen worden de problemen wel verplaatst naar de buren. En als iedereen hetzelfde instrument gebruikt, ontstaat een ’race to the bottom’. Volgens Zoellick is dat precies het patroon dat volgde op de Grote Depressie van de jaren dertig. Die fout mag nu niet gemaakt worden, vindt Zoellick. „We weten allemaal waar dat toe leidde.”

De jaarvergadering van IMF en Wereldbank wordt vooral benut om de problemen van wisselkoersen te bespreken. China wordt verweten de koers van de yuan kunstmatig laag te houden. Brazilië introduceert extra heffingen om de instroom van kapitaal af te remmen. Die instroom zou leiden tot een duurdere real waardoor de Braziliaanse export negatief wordt beïnvloed. Zuid-Korea heeft gedreigd de instroom van kapitaal aan banden te leggen en Japan heeft al ingegrepen ten einde de yen niet te veel in waarde te laten stijgen.

De grote balanceeract die volgens Zoellick en Strauss Kahn nu moet worden vertoond is dat er een nieuw economisch evenwicht in de wereld ontstaat. Dat betekent dat landen met een groot surplus, zoals China, ruimte moeten geven aan landen met grote schulden, zoals de VS.

De verandering van de structuur van de wereldeconomie kan alleen gaan via aanpassingen van wisselkoersen. In 1985 deed zich een min of meer vergelijkbaar probleem voor. Toen ging het vooral om de verhouding met Japan. Dat leidde tot het zogeheten Plaza-akkoord, vernoemd naar het hotel in New York waar partijen een vergelijk troffen over de wisselkoersen. De IIF, de club van banken, riep recent op tot een nieuw Plaza-akkoord. Dat zal er volgens Strauss Kahn en Zoellick niet komen. Het aantal spelers is nu groter dan destijds. Dat maakt onderhandelingen ingewikkelder. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden veranderd. Opkomende landen als China en Brazilië eisen een grotere invloed op onder meer het IMF. Die eis is terecht, zo vinden Zoellick en Strauss Kahn, maar meer invloed betekent ook meer verplichtingen.

De vrees voor een muntoorlog begint de markt wel te beheersen. De dollar daalde gisteren naar het laagste punt in acht maanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden