Illegale lozing leidt zelden tot

De VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro en wat daaraan voorafging, onderstreept hoe moeizaam en tijdrovend het opstellen van mondiale verdragen is. Het echte werk begint echter pas, wanneer de UNCED voorbij is: ratificatie, aanscherping en ten slotte de naleving van de aangegane verplichtingen en de controle daarop. Hoeveel voeten dat nog in de aarde kan hebben, leert het verdrag over de verontreiniging van de zee.

Dit zegt ir. Gerard Peet uit Rotterdam, die namens de milieu-organisatie Friends of the Earth International waarnemer is bij vier organisaties die internationale milieuverdragen uitvoeren.

Een daarvan is de in Londen gevestigde Internationale maritieme organisatie (IMO), die is belast met de uitvoering van het in 1973 gesloten verdrag over de verontreiniging door de scheepvaart, het Marpolverdrag.

Dit verdrag kent onder meer regelingen voor het lozen van olie en sanitair en huishoudelijk afval door schepen en het lozen van chemicalien door tankers. Een regeling voor luchtverontreiniging door schepen is in voorbereiding.

Peet: "Het grootste probleem is de ratificatie van het verdrag. Van de rijke landen met een vloot heeft 85 procent Marpol geratificeerd, maar van de armste landen slechts twintig procent. Dat is een kwestie van geld: zij kunnen het zich niet veroorloven tot ratificatie over te gaan."

Duur

"Want het verdrag is duur. Uitvoering vereist onder meer aanpassing van schepen. Je moet apparatuur aanschaffen om lozing van olie te voorkomen, zoals afvalscheiders om mengsels van olie en water te behandelen. Verder moet je in de havens voorzieningen treffen waar schepen de afvalolie kunnen afgeven. Deze havenontvangstinstallaties, HOI's, zijn duur in aanschaf en exploitatie.

De arme landen hebben daarom financiele steun nodig om het verdrag te kunnen uitvoeren. Dit is ook een van de kernproblemen van de UNCED. In de IMO is men er niet uitgekomen en gezien de voorstellen die in Rio op tafel liggen, betwijfel ik of dat bij de verdragen over het klimaat, de bossen en de biodiversiteit wel zal lukken."

Verplichtingen

De landen die het Marpol-verdrag hebben geratificeerd, zijn daarmee een aantal verplichtingen aangegaan, zoals de opsporing van illegale lozingen en een jaarlijkse rapportage daarover. De landen dienen onder meer van de beste opsporingsmiddelen en -apparatuur gebruik te maken. Bovendien moeten de landen rapporteren over de acties die zijn genomen na de ontdekking van een illegale lozing.

Gerard Peet heeft in opdracht van Friends of the Earth, Seas at Risk en de Werkgroep Noordzee een onderzoek gedaan naar de mate waarin de bepalingen over het opsporen van (illegale) lozingen, de rapportage daarover en de daaropvolgende acties worden nageleefd. Zijn bevindingen: de naleving en handhaving vormt een zwak element in dit op papier uitstekende verdrag.

Peet: "De jaarlijkse rapportages over de lozingen van olie, chemicalien en afval moeten aan een aantal eisen voldoen. Afgezien van de landen die na ratificatie nog nooit zo'n rapport hebben uitgebracht, zijn de meeste rapporten onvolledig. Alleen de rapportages van Australie waren tot nu toe voor honderd procent in orde. Nederland maakt wel rapporten, maar die zijn onvolledig, omdat gegevens over Aruba en de Antillen ontbreken."

De resultaten van de verplichting tot controle lopen sterk uiteen. Zo scoren de Noordzee en de Middellandse Zee hoog en komen uit ontwikkelingslanden weinig meldingen van olielozingen. Het totaal aantal meldingen vertoont weliswaar een stijgende lijn, maar uit dit soort gegevens kun je nauwelijks conclusies trekken over het aantal werkelijke lozingen, waarschuwt Gerard Peet: "Het aantal meldingen hangt immers nauw samen met de frequentie en de intensiteit van de controle."

Hierbij speelt wederom geld een belangrijke rol. Peet: "De controle op zee kan het beste vanuit de lucht worden gedaan en dat is duur. Je hebt daarvoor vliegtuigen, goede apparatuur en hoog opgeleid personeel nodig. Daarom gebruiken maar heel weinig landen een vliegtuig bij de opsporing vanuit de lucht. Alleen Nederland, Duitsland, Groot-Brittannie, Japan en de Verenigde Staten sporen regelmatig illegale lozingen op vanuit de lucht. De andere staten, die dit niet of nauwelijks doen, leven dus het verdrag niet na. Overigens heeft Canada ook een uitstekend controlesysteem, maar dit land heeft Marpol nog niet geratificeerd."

Wie illegaal vanaf een schip loost, heeft maar een heel kleine kans te worden betrapt. Maar ook de lozer die wordt gepakt, heeft maar weinig kans dat hij wordt vervolgd. Gerard Peet: "Slechts dertien procent van de gerapporteerde gevallen wordt gevolgd door een actie van de justitie en door een veroordeling. Dat is bijna altijd een boete, maar daar hoef je niet wakker van te liggen. De gemiddelde boete ligt onder de duizend dollar. Ook Nederland scoort hier heel slecht. Nederland levert een goede inspanning bij de opsporing, maar bij de vervolging laat het Openbaar Ministerie het afweten."

De conclusie is duidelijk: het Marpol-verdrag wordt slecht nageleefd. En het is niet onwaarschijnlijk dat dit in vergelijkbare mate ook voor andere milieuverdragen geldt. Hoe los je dat op?

Gerard Peet: "Het is niet gemakkelijk een antwoord te geven op de vraag hoe je landen tot de orde kunt roepen. Ik heb ook de oplossing niet bij de hand. Maar ik vind wel dat er meer over gepraat zou moeten worden. Ook op de UNCED zou daar meer aandacht dan nu aan moeten worden besteed.

Probleem is ook dat iedereen boter op het hoofd heeft. Niet alleen arme landen maar ook rijke landen als Nederland houden zich niet aan hun verplichtingen. En van grove schendingen van verdragen zegt niemand iets. Neem het Verdrag van Londen over dumpingen op zee."

Schip met auto's

"Een Japans schip met auto's dat is verongelukt, is in strijd met het verdrag maar met instemming van Portugal op zee gedumpt. En de dumpingen van radioactief afval in de Barentszee door Rusland zijn al eerder door Greenpeace en Noorwegen bij de organisatie van het Verdrag van Londen gemeld, zonder dat er ook maar iets van gezegd of aan gedaan is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden