Illegaal na zes jaar wit werken toelaten, gebeurt al jaren, met medeweten van de Kamer

DEN HAAG - Deze keer geen lange rijen illegalen op de stoep, constateren de Haagse rechtshulpverleners, een tikkeltje verbaasd.

Het bewijst wel, voegen ze er aan toe, dat staatssecretaris Schmitz van justitie gelijk heeft: haar voorstel om een bepaalde groep 'witte' illegalen een verblijfsvergunning te geven is klein in aantal. “Het gaat om een aflopende groep. De grote klapper hebben we gehad. Aanzuigende werking? Volstrekte onzin.”

Directeur Hans Krikke en oud-medewerkster Anneke Dekker van het buro voor rechtshulp in Den Haag slaan met stijgende verbazing de politieke discussie gade over 'de illegalen'. Op verzoek van het CDA debatteert de Tweede Kamer vandaag over Schmitz' voorstel. Het CDA, met in zijn kielzog VVD en D66, reageerde eind vorige maand woedend op de plannen. Vorige week slikten de regeringspartijen hun kritiek grotendeels in.

Volgens Dekker en Krikke is er met het voorstel van Schmitz niets nieuws onder de zon. Op verzoek van de Raad van State heeft de staatssecretaris slechts criteria op papier gezet, die in de praktijk al jaren worden gehanteerd. Dekker: “Rekening houdend met de publieke opinie, heeft Justitie nooit openlijk kunnen verdedigen dat er een beleid was. 'Aandachtspunten' werd het altijd genoemd.”

Het verstrekken van een verblijfsvergunning aan illegalen die minimaal zes jaar 'wit' hebben gewerkt, gebeurt al jaren. In stilte weliswaar, maar mèt medeweten van de Tweede Kamer en onder verantwoordelijkheid van Schmitz' voorganger Kosto.

Het beleid dat geen beleid mocht heten, vloeit voort uit het rapport Zeevalking in 1989. Dekker: “Krajenbrink (oud-CDA-Kamerlid, red.) en Buurmeijer (oud-PvdA-Kamerlid) hebben er destijds zelf mee ingestemd. Daarom begrijp ik de huidige opstelling van het CDA ook niet.”

Eind 1991 groeide er iets moois tussen het ministerie van justitie, het Nederlands centrum buitenlanders (NCB) en het Buro voor rechtshulp in Den Haag. De aanleiding was tweeledig. Aan de ene kant werd in die tijd de jacht op illegale arbeid geopend: sinds november '91 is het voor illegale vreemdelingen onmogelijk om aan een sofi-nummer, dè garantie voor 'wit' werken, te komen.

Anderzijds zat de overheid in haar maag met een grote groep vreemdelingen die - meestal met succes - een verblijfsvergunning afdwongen via de rechter. Dekker: “Het ging om illegalen die hier al jaren woonden en 'wit' werkten, sommigen hadden een uitkering, anderen hadden hier hun kinderen op school.”

De drie partijen vonden elkaar in een project, uitgevoerd tussen oktober '91 en juli '92. Uitgangspunt was dat illegalen die hier minimimaal zes jaar 'wit' werkten en woonden, in aanmerking konden komen voor een verbijfsvergunning.

Dekker en Krikke: “Justitie zei: de gevallen waarvan jùllie denken dat die een kans maken, breng je, buiten de vreemdelingenpolitie om, rechtstreeks naar ons. Dan krijgen wij ook een idee om hoeveel mensen het gaat.”

En zo geschiedde. Het NCB droeg vanuit het land 'kansrijke' illegalen aan, het Haagse bureau voor rechtshulp kon putten uit het grote illegalenbestand in het Westland. Dekker en Krikke: “Justitie wilde geen ruchtbaarheid geven aan het project. Wij waren op onze beurt huiverig, dat mensen die het uiteindelijk niet redden, zouden worden uitgezet.”

Dus maakten ze de volgende afspraak: Justitie behandelde de aangeleverde dossiers vertrouwelijk en het bureau voor rechtshulp zocht niet de publiciteit. Beide partijen hielden zich aan die belofte. Via de tam-tam lekte het wel uit naar het illegalencircuit. Dekker, die het project destijds begeleidde: “We kregen een enorme toestroom te verwerken. Soms hadden we op één middag zo'n 150 cliënten.”

Justitie leverde het bureau extra middelen en mensen om alle dossiers te verwerken. Dekker en Krikke: “Ons project heeft hen geld, mankracht en tijd bespaard. En veel rechtszaken, die Justitie bij voorbaat had verloren.”

Dekker schat dat er in de betrokken periode tussen de 700 en 1000 zaken zijn bekeken. Daarvan zijn ongeveer 350 dossiers gemaakt en doorgestuurd naar Justitie. Hiervan werden 175 gevallen nader besproken met de ambtenaren. Uiteindelijk kregen bijna 100 illegalen een verblijfsvergunning. Dekker: “De rest had te veel gaten, ze waren te lang uit Nederland geweest; anderen verbleven hier te kort.”

Toch komen van die laatste groep sommigen alsnog in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Dekker: “Wie voor november '91 binnenkwam maakt nog steeds een kans. Tot november 1997. Dan is het voor deze illegalen definitief afgelopen. Het is duidelijk een afkalvende groep.” Schmitz schat dat het om enkele tientallen per jaar gaat, het NCB denkt in totaal aan 100 à 200 mensen.

Dekker haalt uit een van de dossiers het verhaal van een Turkse man, die met zijn gezin sinds 1978 in Nederland woont. Samen met zijn (legale) broer drijft hij een slagersbedrijf ergens in de Randstad. Dekker: “Alles is keurig geregeld. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een banklening van 300 000 gulden. Hij heeft een jaaromzet van bijna 1,5 miljoen gulden. Alle werknemers zijn legaal, behalve de vennootschapshouder. Niemand heeft hem ooit gevraagd naar zijn verblijfsvergunning.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden