Illegaal fluitenkruid

De plantensocioloog heeft zo zijn eigen kijk op wat groeit en bloeit. Een uitbundig bloeiende berm met fluitenkruid in pakweg de Achterhoek is voor Joop Schaminée een duidelijk voorbeeld van een verstoorde situatie.

Schaminée: ,,Fluitenkruid hoort thuis in het rivierengebied. Als het ergens anders groeit, is er sprake van onnatuurlijke bodemverrijking. Toen ik dat tijdens een wandeling mijn vrouw vertelde, was ze teleurgesteld. Ik had haar een illusie ontnomen, want ze vond die bloeiende planten prachtig. Ik kan niet ontkennen dat ze mooi zijn, maar ze horen daar van nature niet thuis.

Joop Schaminée, verbonden aan het Instituut voor bos- en natuuronderzoek (IBN-DLO), is leider van het in 1988 begonnen project dat de plantengemeenschappen van Nederland in kaart moet brengen. De resultaten van de omvangrijke studie zijn neergelegd in De vegetatie van Nederland, waarvan onlangs het vijfde en laatste deel is verschenen. In totaal zijn 250 gemeenschappen beschreven van planten die vaak in vaste combinaties in het veld worden aangetroffen.

Schaminée; ,,Met de computertechniek die ontwikkeld is voor dit project hebben we een ongekend aantal historische en recente gegevens kunnen verwerken. Tot eind mei hebben we maar liefst 313 931 vegetatieopnamen in computerbestanden ingevoerd, veel meer dus dan de 180 000 waarop we aan het begin hoopten. Om de vraag te kunnen beantwoorden tot welke gemeenschap aangeplante populierenbossen behoren, waren vroeger twee studenten een jaar bezig. Nu heb ik in een middag uit het computerprogramma gehaald dat in de meeste populierenbossen alleen ruigtesoorten voorkomen en echte bosplanten ontbreken. Het is een aparte plantengemeenschap geworden: ruigte met bomen erboven.''

Met De vegetatie van Nederland is een botanisch drieluik voltooid dat begon met Wilde Planten van Victor Westhoff in de jaren zeventig en de Nederlandse Oecologische Flora van Eddy Weeda in de jaren tachtig. In tegenstelling tot haar voorgangers is de jongste reeks plantenboeken aanzienlijk minder toegankelijk voor de gemiddelde natuurliefhebber. Daar staat tegenover dat de gegevens die met het IBN-DLO-project boven water zijn gekomen van grote betekenis zijn voor de praktijk van het natuurbeheer.

Schaminée: ,,Iedereen ziet dat planten in vaste combinaties groeien: iedereen ziet het verschil tussen grasland en heide. Die vegetaties zijn de afspiegeling van processen in het landschap die je echter niet ziet, zoals de samenstelling van de bodem, de waterhuishouding, het klimaat, de stroming van voedingsstoffen, vraat en vervuiling. Veranderingen van die onzichtbare factoren vertalen zich in de plantengemeenschap. Als een grasje zoals de witbol toeneemt, weet je dat de oorspronkelijke, subtiele verhouding in die plantengemeenschap verstoord is. De bemesting kan zijn toegenomen of de waterhuishouding ontregeld. De plantensocioloog kan dergelijke veranderingen aan de vegetatie aflezen.''

,,Plantensociologie gaat verder dan het beschrijven van planten die op een bepaalde plaats groeien. We gaan ook in op zaken als ecologie, ordening, verspreiding, successie en ontwikkelingsgeschiedenis. Dat is van groot belang voor de beheerder van een natuurgebied. Om een voorbeeld te geven: de els komt overal voor, maar een elzenbroekbos vind je alleen op laagveen en in beekdalen. De beheerder van zo'n bos krijgt zo een schat aan ecologische gegevens.'' De informatie die het vegetatieproject tot nog toe heeft opgeleverd is niet alleen van betekenis voor het (herstel)beheer, maar kan ook worden gebruikt bij het bepalen van natuurwaarden (handig bij het aankopen van gronden), de inrichting van een terrein en de herintroductie van soorten.

Met het voltooien van de beschrijvingen is het project niet afgelopen, maar begint het werk pas, zegt Joop Schaminée. ,,We hebben nu het overzicht en kunnen concrete vragen beantwoorden. Het ministerie van natuurbeheer heeft ons bijvoorbeeld gevraagd hoe je van de huidige gifgroene weilanden met Engels raaigras weer schrale graslanden kunt maken. Wij geven aan welk traject je daarvoor moet volgen en wat de resultaten zijn na vijf en tien jaar. Afgezien van het gras, kun je daarbij natuurlijk ook nog ingaan op de gevolgen voor vogels en vlinders. Voor een project van Rijkswaterstaat over natuurvriendelijke oevers vullen we in welke plantengemeenschappen je kunt verwachten op grazige oeverwallen en lage uiterwaardvlakten.''

In de tweede helft van deze eeuw richtte het natuurbeheer zich vooral op plantengemeenschappen in halfnatuurlijke, mede door menselijk gebruik ontstane landschappen zoals blauwgraslanden, trilvenen, natte en droge heiden en rietlanden. Twintig jaar terug ontstond een tegenstroming die zich ook nu nog verzet tegen dit 'tuinieren in bloempotten' en pleit voor 'nieuwe, wilde natuur'. Schaminée vindt de polarisatie tussen beide stromingen onterecht en niet nodig: ,,Het een vult het ander prima aan.

Natuurontwikkeling is fascinerend, vindt plantensocioloog Schaminée. ,,We brengen niet alleen plantengemeenschappen in kaart, we kunnen ook voorspellen hoe gebieden zich ontwikkelen. Zo ontstaan op jong opgeworpen rivierduinen plantengemeenschappen die bij een juist beheer met extensieve begrazing kunnen uitgroeien tot de fel begeerde, soortenrijke stroomdalgraslanden. Deze zijn ook in Europa zeer zeldzaam. Dat is een van de vele nieuwe inzichten die door dit project zijn ontstaan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden