Ik zwijg en kijk naar de korrels rond mijn voeten

Iedere week fiets ik er wel een keer langs. Vaak hoor ik kinderstemmen en het ploffen van een bal op voeten en gras. Tussen de bosjes door zie ik flitsen van rennende jongens. Dan ben ik er voorbij, en zo vlot als de voetballertjes mijn zintuigen binnenholden, zo snel zijn ze er ook weer uit verdwenen.

Maar bij het lezen van al het nieuws over kankerverwekkende kunstgraskorrels en bezorgde ouders, moet ik ineens aan ze denken. Dus zaterdagochtend stop ik er voor het eerst, bij voetbalvereniging Berkum, nadat ik op de website heb gezien dat de gewraakte korrels inderdaad op een van hun velden liggen. Er wordt gewoon gevoetbald, staat erbij, de vereniging houdt zich aan de adviezen van de KNVB en het RIVM.

In het huisje waar je 6 euro moet betalen voor veld en tribune (of 3 als je onder de 13 of boven de 65 bent) zit niemand. Binnen de hekken is het druk. Kinderen, volwassenen, toeschouwers en voetballers: iedereen loopt kriskras door elkaar.

Ik loop een rondje, speur de velden af, en opeens zie ik het veld, iets groener dan de andere, omheind door hekken, met op de tegels rondom hier en daar kleine zwarte korrels. Er voetballen kinderen, ze zijn best nog klein. Een jaar of acht, negen. Rode wangen, dansende haren, wapperende shirts tot bijna op de knieën. Dertien jongens en één meisje. Ze rent naar de bal en geeft de jongen die hem heeft een fikse schouderduw. Prima verdedigster, dat zie je zo.

Langs de kant staan ouders. Moeders drinken thee uit een glas. Vaders leunen op het hek. Vriendelijk rollen hun kreten over het veld. "Kom jongens, naar voren! Neem de bal mee!" Een jochie in het achterveld doet een handstand. De rest rent, dribbelt en maakt slidings. Languit in het gras. De ouders hebben het over de kinderen, over hun leven. Niemand heeft het over de korrels.

Eigenlijk zou ik er naar moeten vragen. Maar ik hou mijn mond, geniet van de herfstzon en kijk naar de keeper van Berkum die verveeld tegen de doelpaal hangt, zijn groene shirt net een jurkje. Ik kijk naar twee kleuters die vlak voor me met plastic dino's in het gras spelen. En ik kijk naar de korrels rond mijn voeten.

"Hoe gaat het?" hoor ik ineens. "4-1", antwoordt een vader die al een tijdje toekijkt. "Dus dit zijn de gifgronden?" vraagt de man die zich bij hem voegt. "Ja, de asbestgronden." "Is er al eentje bezweken?" Ze lachen samen, om breed gebarend verder te praten over de voetbalkwaliteiten van hun zoons.

Aan de andere kant van het veld ploffen twee wisselspelertjes op de grond. "Als het 4-1 is, dan moeten wij nog..." Ze rekenen: "Drie". "Nee, vier!" "Drie toch?" Een vader onderbreekt hen: "Jongens, blijven staan. Het gras schijnt niet al te gezond te zijn." De andere ouders lachen vrolijk, de jongens blijven zitten. Intussen rollen ze de zwarte balletjes die ze uit het gras peuteren gedachteloos tussen de vingers.

De verdediger met de blonde kuif die al eerder een harde bal in zijn gezicht kreeg en stoer maar een heel klein beetje huilde, komt even bij zijn moeder. Hij laat zijn knie zien. Een paar schaafwondjes. "Ik val steeds. Het doet best pijn." Zacht wrijft de moeder over het knietje. "Ja jongen, voetballers hebben soms een beetje pijn. Maar weet je?" Ze geeft hem een klopje op de arm als teken dat hij het veld weer in moet. "Daar worden ze hard van."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden