'Ik zou niet mijn hele leven zo hevig met muziek bezig willen zijn'

Wie is de ware liefhebber van kunst? De beroeps die veertig keer om den brode hetzelfde stuk speelt? Of de amateur die weliswaar gedijt bij publieke aandacht, maar die genoegen neemt met een expositie in de plaatselijke bibliotheek? De Tweede Kamer wil meer aandacht voor de beoefening van amateurkunst, en staatssecretaris Aad Nuis is het daarmee eens. Maar waarom, omdat de amateur, soms 'de kunstzinnige burger' genoemd, een intensieve bezoeker van professionele kunst blijkt? Of vanwege de eigen merites van de amateur? Deze weken onderneemt Trouw een speurtocht naar de oprechte liefhebber. Vandaag: het Nederlands Studenten Orkest.

Het is het 32e jaar dat studenten het Parkhotel in Bergen op zijn kop zetten. De tweepersoonskamers zijn in slaapzaaltjes omgetoverd en uit alle hoeken en gaten klinken de tonen van violen, cello's, hoorns en hobo's. In een zijkamer beneden bevindt zich het zenuwcentrum van het NSO-bestuur, dat geheel uit studenten bestaat. Met z'n zevenen regelen ze de 44e tournee langs negen Nederlandse universiteitssteden en twee buitenlandse bestemmingen. Voorzitter Leonoor Haan (24) vertelt dat het NSO-bestuur zoveel tijd opslokt, dat het bij haar al maanden lang op de eerste plaats komt. “Beter gezegd: op de eerste drie plaatsen.” Sinds september heeft ze weliswaar nog één vak van haar studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam kunnen afronden, “maar vraag me niet hoe. Ik vergat zelfs afspraken met mijn mentor.”

Het NSO werd in 1952 opgericht om studenten uit verschillende universiteitssteden de gelegenheid te geven samen te musiceren. Door een selectie - elk jaar in oktober houdt het NSO audities - uit de lokale studentenorkesten kan een hoog muzikaal niveau worden bereikt en met het enorme gezelschap kunnen de grotere symfonische meesterwerken op de muziekpodia ten gehore worden gebracht. Jaarlijks kiest het NSO-bestuur een professionele dirigent, aan wie het veel steun heeft bij het bepalen van het programma. Voor 1996 staan de Symphonic Dances from West Side Story van Leonard Bernstein en de symphonie fantastique van Hector Berlioz op het programma. Met daarnaast een opdrachtcompositie, die dit jaar geschreven is door Bernard van Beurden.''

Het Studenten Orkest heeft behalve samen spelen nòg een doel: geld bijeenbrengen voor de gehandicapte medestudent en de stichting Vluchtelingen-Studenten. Dat lukt met behulp van sponsors, donateurs en een heuse stichting 'Vrienden van het NSO'. Plaatselijke vrijwilligerscomités zorgen voor publiciteit, kaartverkoop en - om de kosten te drukken - onderdak voor de spelers bij gastgezinnen. “Vanwege ons goede doel krijgen we vaak steun in natura”, vertelt de voorzitter. “Gratis een piano te leen bijvoorbeeld.”

Na de audities en een repetitieweekeinde in december repeteert het hele orkest in januari tien dagen lang van tien uur 's ochtends tot half elf 's avonds in het kerkje in Bergen en in het hotel. “Dat lijkt heel veel”, zegt altviolist en student medicijnen Lodewijk Wagenaar (24), “maar de tijd vliegt voorbij. Voor mij zijn deze dagen één groot feest, ook al moet je keihard studeren”. Zijn vader zat ook in het orkest en hijzelf speelt al voor de derde keer mee met het NSO. “Volgend jaar loop ik mijn co-schappen, dus de kans dat ik weer van de partij kan zijn is erg klein. Maar ik ga het wel proberen.” Dat geldt ook voor Elske de Lange (23) die medicijnen studeert in Groningen. Bijna had het NSO het zonder deze piccolo-speelster moeten doen. Een dag voor 'Bergen' brak zij bij een val op het ijs haar pols. De arts raadde deelname aan de tournee af. “Maar ik heb het toch geprobeerd. Zodra ik de piccolo weer kon vasthouden ben ik gaan spelen.”

“Piccolo, je moet veel meer naar champagne klinken”, roept de dirigent haar tijdens een repetitie toe. Maat voor maat en instrument voor instrument neemt Nicolette Fraillon met de blazers Berlioz door. De fagottisten werpen haar een vertwijfelde blik toe, als ze voor de zoveelste keer dezelfde maten moeten spelen. In een zijvertrek van de kerk klinken intussen de geluiden van een harp, terwijl de overige orkestleden in het hotel hun partijen oefenen. Zelfs tijdens de theepauze is een kakofonie van individueel repeterende studenten hoorbaar. Daarna stroomt de kerk vol en repeteert het hele orkest Bernstein.

“Soms oefenen we maar twaalf maten in een half uur”, vertelt Leonoor Haan, die altviool speelt. “Eerst denk je dat je iets echt niet kunt, maar dat dat toch niet zal opvallen als de blazers meespelen. Maar na een paar dagen blijkt dat je wèl kunt wat je eerst voor onmogelijk had gehouden.”

“Het leuke van Nicolette is dat zij weet dat wij amateurs zijn, maar daar weet ze zo'n draai aan te geven dat je als amateur probeert alles eruit te halen wat erin zit en misschien nog iets meer. Daarom wordt het heel goed. We horen vaak dat het NSO zoveel enthousiasme uitstraalt. Dat komt omdat we amateurs zijn. Dat is het verschil met een regionaal beroepsorkest.”

Hoornist Ferry Boerefijn (22) vindt het heerlijk om een maand lang niets met zijn studie werktuigbouwkunde in Enschede te maken te hebben. Hij verheugt zich erop straks in echte, grote concertzalen te spelen. Maar van de muziek zijn vak maken? “Nee, voor een hoornist is er te weinig werk en lesgeven trekt me niet. Het NSO biedt me de kans in een groot orkest te spelen, wat vooral voor een koperblazer een uitdaging is. Ik hoef me hier niet zo in te houden als in een kleiner orkest.”

Vanwege de studiedruk wordt het steeds moeilijker om musicerende studenten te vinden die er een maandje tussen uit kunnen. Lodewijk: “Vroeger kwam het vaak voor dat iemand vier keer met het NSO meespeelde, maar dat lukt nu bijna niet meer.” Desondanks probeert het bestuur een hoog niveau te handhaven. De audities zijn streng, zeker voor populaire instrumenten als viool en fluit. “Zelfs als we een instrument dringend nodig hebben, selecteren we nog op kwaliteit”, vertelt Leonoor.

In haar eerste studiejaar werd haar gevraagd auditie te doen. “Maar ik durfde niet. Als kind ging ik met mijn ouders naar concerten van het NSO en voor mij was dat hèt orkest aller orkesten op amateurgebied. Als je daarbij kon komen... Ik had nooit gedacht dat ik het zou kunnen. Het tweede jaar heb ik wel auditie gedaan. Ik heb er zelfs speciaal lessen voor genomen. Die eerste NSO-ervaring was zo leuk en zo geweldig dat ik weer wilde. Nu zit ik in het bestuur en doe ik voor de derde keer mee.”

Elske doet voor het eerst mee. Na aanvankelijke schroom besloot ze de stoute schoenen aan te trekken en zich voor de auditie aan te melden. Want het NSO is natuurlijk wel een heel andere ervaring dan het Groningse studentenorkest Bragi, waar ze lid van is. “Je speelt mee met een groot orkest en onder leiding van een goede dirigent. En het is heerlijk om je een maand lang heel intensief met muziek bezig te houden. Professioneel? Nee, ik wil gewoon arts worden. Dit is leuk, maar ik zou niet mijn hele leven zo hevig met muziek bezig willen zijn.”

Voor alle vier is de muziek in de eerste plaats een hobby, die ze willen blijven uitoefenen. Ze spelen vanaf hun negende jaar, hebben, op Lodewijk na, nog steeds les en zijn lid van kleine orkesten. Het aardige van amateur zijn is volgens Leonoor dat je muziek speelt die je leuk vindt en die je anders nooit zou spelen. “Een professioneel orkest krijgt een stuk voor zijn neus en moet dat uitvoeren, mooi of niet. Als het NSO-programma mij niet aanstaat, doe ik niet mee.”

De NSO-ers vinden dat er zeker meer aandacht voor de amateurkunst mag komen. “Als je ziet wat je kunt bereiken met een studentenorkest. Er komen wèl 6000 mensen kijken als jij speelt”, zegt Leonoor. Om amateurmuziek ook voor de beoefenaars betaalbaar te houden moeten volgens Ferry de lessen op de muziekscholen niet te duur worden. Elske: “Nee, amateurmuziek mag nooit elitair zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden