'Ik zou niemand aanbevelen danser te worden'

Op het gymnasium kreeg de Oostenrijkse Markus Schnizer de smaak van het ballroomdansen te pakken. Hij zwierde van het ene bal naar het andere. Tot hij terecht kwam bij een zomercursus moderne dans in Wenen. Toen was er geen houden meer aan. De Oostenrijker verliet zijn land, zijn studie natuurkunde, zijn baan als computerprogrammeur en ging naar Nederland om zich helemaal te wijden aan de moderne dans. Twee jaar geleden studeerde Markus Schnizer (28) af aan de Amsterdamse opleiding Theaterdans.

Hij mist het nog wel eens. Dat ballroomdansen. Het hoort echt bij de Oostenrijkse cultuur, vertelt Markus. Veel jongeren op de middelbare school doen het. Zij bereiden zich zo al vroeg voor op het ultieme eindexamenbal. Markus: “Je draagt mooie kleren, het is feestelijk. Het is partnerdansen maar in een heel beleefde vorm.”

Markus woont nu, jaren later, samen met zijn Italiaanse vriendin, ook danser, en hun zoontje in een benedenwoning in Amsterdam-West. Ofschoon de peuter nog maar wankel loopt danst hij ook al. “Iedereen heeft het in zich”, zegt Markus, “maar als kind wordt het je afgeleerd.” De kleine is viertalig. Hij verstaat Italiaans, Nederlands, Engels en Duits. Het huis is sober ingericht, studentikoos bijna. Twee katten soezen voor de kachel.

Markus is niet groot en tenger. Hij loopt lichtvoetig en rechtop als een danser, hij draagt wollen sokken over zijn rode broek. Hij heeft een tragisch-grappig gezicht. Zelf zegt hij dat hij niet op een danser lijkt. “Ik heb een moeilijk lichaam, maar ik heb iets speciaals, zo is mij verteld.” Hij is rustig, vertelt langzaam in goed Nederlands met Duits accent en glimlacht als zijn zoontje een Oscar Wilde uit de boekenkast haalt.

Markus was al op jonge leeftijd gefascineerd door dans. Keek naar musicals met Fred Astaire en deed op zijn zeventiende een cursus tapdansen. Een cursus moderne dans volgde. In die tijd werkte hij als computerprogrammeur en studeerde hij natuurkunde. “Natuurkunde vond ik echt interessant en in mijn job was ik ook gewoon goed.” Toch werd zijn drift om te dansen sterker. Toen hij 21 jaar oud was, ging hij op ballet. Al snel danste hij vier keer per week. “Overal waar ik maar les kon krijgen”. Steeds meer tijd investeerde hij in het dansen. “Ik wilde niet professioneel gaan dansen. Ik dacht dat ik te oud was. Ik zou met mijn lichaam nooit in een technisch gezelschap kunnen dansen. Ik heb te stijve spieren. Nu zou ik dat overigens ook niet meer willen.”

Bovendien waren zijn ouders tegen het idee dat hij danser zou worden. Een brodeloos beroep, zeiden ze. Dat ze katholiek zijn had daar ook mee te maken, denkt Markus achteraf. “Dansen is te lichamelijk.” Toch, dansvrienden van Markus waagden wel de sprong. Zij gingen naar de dansacademie in Rotterdam en Markus volgde toch maar. Hij werd afgewezen vanwege zijn lichaam.

Op de Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten richting Moderne Theaterdans werd hij wel aangenomen. Daar volgde een zware tijd. Markus: “Ik zou het niemand aanbevelen om danser te worden. Als je twijfelt kun je het beter niet doen.”

Het eerste jaar werd hij van heel wat illusies beroofd, “dan ben je alleen maar bezig met techniek”. Hij had zich voorgenomen alleen het eerste jaar te volgen om “beter te worden.” Hij ging in die tijd nog steeds terug naar Oostenrijk om examens te doen voor zijn studie natuurkunde. Na twee jaar stopte hij daar ook mee en werd het alleen nog dansen. Markus werd op school verschillende malen afgewezen voor stukken, weer vanwege zijn lichaam. Hij begon daardoor aan zichzelf te twijfelen. “Wat? Ben ik gehandicapt, ofzo?” De school zag echter wel iets artistieks in hem.

Hij werd ook opgemerkt door Philip Taylor die na een carrière bij het Nederlands danstheater freelance choreograaf werd. Deze Taylor een solostuk maken met Markus. Het zou gaan over een Engelsman met een butler. Markus zou de butler spelen, zijn rol zou vooral theatraal zijn. Maar Philip Taylor kreeg een andere baan en het stuk ging niet door. De zoveelste teleurstelling voor Markus.

In het derde jaar maakte hij samen met zijn vriendin een eigen, zeer persoonlijke produktie. De school was onder de indruk. Ook het Prins Bernhardfonds, stimuleringsfonds voor net-afgestudeerden, had belangstelling. Ineens ging alles voor de wind. Markus deed audities bij Truus Bronkhorst en werd aangenomen. Hij mocht afstuderen. Hij was nu professioneel danser. Sindsdien blijkt zijn lichaam toch niet zo beperkt en heeft hij ook nog technische vooruitgang geboekt.

Na de auditie bij Bronkhorst werd hij ook aangenomen bij een Oostenrijks dansgezelschap van een Franse choreograaf, hij deed voorstellingen in Slowakije en in Oostenrijk. Topdanser Paul Selwyn Nortom maakte voor Markus en zijn vriendin een kinderstuk. “Hij gebruikt veel techniek in zijn dansen. Maar hij is ook heel goed om mensen te gebruiken zoals ze zijn.” Inmiddels is deze moderne choreograaf een goede vriend van het dansende paar.

Van het Prins Bernhardfonds kreeg het koppel veertigduizend gulden om weer een eigen produktie te maken. Markus: “Dat lijkt veel geld. Maar als je daar je eigen salaris van moet uitbetalen is dat niet veel. Wij hebben natuurlijk ook nog een kind. Dat is wel het nadeel van dansen. Je leeft vaak op het minimum niveau”. Afgelopen november kwam de première uit van de eigen produktie. Tot april heeft Markus voorstellingen en tournees. “Dan ben ik werkeloos”.

Is dit alles nu een 'dream come true'? Markus zegt dat het een zwaar leven is. “Op m'n slechte momenten denk ik: 'shit, wat nu verder'. Op mijn goede momenten 'het gaat lukken'. Als man heb je het wel tien keer gemakkelijker dan als vrouw. Er zijn nu eenmaal minder mannelijke dansers.” Hij weet niet of hij dit zijn hele leven wil blijven doen. “Ik mis wel iets. Ik denk vaak: wat nog anders? Soms zou ik mijn hoofd op een andere manier willen gebruiken. Bijvoorbeeld lichtontwerpen maken voor dansstukken of theater-director worden.”

Zijn ouders zijn inmiddels gewend aan het idee dat hun zoon met dansen zijn brood verdient. Markus: “Mijn ouders zijn trots. Maar ze begrijpen het niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden