’Ik zou na de eerste klim worden gelost’

(Trouw)

Ex-sprinter Tom Steels volgt morgen met enige jaloezie Luik-Bastenaken-Luik, de klassieker waar klimmers de uitslag bepalen. „Zij vormen de schoonste categorie renners.”

Drie katten steken hun kop door de kier van een hordeur als het grind van de oprijlaan knerpt. Het geluid van onbekende voetstappen rond de villa brengt een welkome afleiding. Gealarmeerd door hun gehannes komt Tom Steels poolshoogte nemen. Even kalm als zijn huisdieren wenkt de oud-sprinter het bezoek naar binnen.

Achter de muren van zijn huis herinnert niets aan zijn carrière als wielerprof. De woonkamer, één grote speelhoek, dient als jachtterrein van zijn kinderen. Van zijn negen ritzeges in de Tour de France en diverse andere prijzen vormen alleen zijn dijbenen een bewijs. Verstopt onder een spijkerbroek boezemen die nog immer ontzag in.

Ingetogenheid hoort bij Steels. In zijn hoogtijdagen liet hij zich evenmin voorstaan op zijn talent. Waar collega’s als Cipollini achter het stuur van een bolide kropen, reed de Vlaming in een verschoten middenklasser rond. Dat veranderde niet na zijn afscheid vorig jaar. De anonimiteit versterkte die juist.

Een ontboezeming op de bank naast de televisie komt niettemin onverwacht. Als Steels zijn gedachten laat gaan over Luik-Bastenaken-Luik, klinkt bewondering door in zijn stem. Had hij vroeger maar met de sterkste renners van het peloton in de laatste voorjaarsklassieker over scherprechters als La Redoute kunnen vliegen.

„Het schoonste van de wielersport is het vermogen om goed te kunnen klimmen”, stelt hij. „Wat een voldoening moet dat geven. In L-B-L starten de meest getalenteerde coureurs. Jaloersmakend om te zien hoe zij keer op keer herstellen van een inspanning. Elke dag stappen ze in goeden doen op hun fiets.”

Steels rekent zichzelf niet tot die categorie. Hij verscheen in vijftien profjaren in Luik nooit aan het vertrek. Zijn lichaamsbouw sloot een deelname bij voorbaat uit. „Negentig procent van de renners daar rijdt gemakkelijk bergop. Ik zou na de eerste klim worden gelost, met een man of drie. Dan finish je buiten de tijd.”

Met speciale attentie volgt Steels morgen de verrichtingen van leeftijdgenoot Davide Rebellin. Waar de Waaslander vorig najaar uitgeblust stopte, lijkt de tijd geen vat te krijgen op de 37-jarige Italiaan. Woensdag troefde hij op de Muur van Hoei, de slotklim in de Waalse Pijl, al zijn concurrenten af.

„Ik tip hem als winnaar”, zegt Steels. „Een supergetalenteerde coureur, hè. Sterk, nooit ziek en altijd goed. Rebellin doet altijd mee om te winnen. Hij moet zich ongelooflijk goed verzorgen. Een getekend gelaat heb ik bij hem nooit gezien.”

Behalve hun fysieke gesteldheid benijdt de viervoudig Belgisch kampioen rasklimmers om hun onderlinge verstandhouding. „Ze kunnen goed met elkaar overweg. Dat komt doordat de sterkste sowieso wint. Voor een sprinter ligt dat anders. Een beetje vriendelijkheid komt voor, maar je weet van elkaar dat je drie uur later een duw kan verwachten.”

Steels raakt op dreef. „In een massaspurt wint lang niet altijd de beste. Je moet de slimste zijn. Dat houdt bijvoorbeeld in dat je iets te laat remt in een bocht. Ten koste van een ander. Er gebeurt altijd wel iets. Zo heb ik met Erik Zabel heel veel strijd geleverd. Als hij won: proficiat. De volgende keer pakte ik hem weer. Dat was onze job.”

De actie van Theo Bos, die in de Ronde van Turkije een collega in de hekken wierp, vindt hij niet kosjer. „Een kamikaze of bruut lijkt Bos me niet. Toch moet hij in zijn bed nagaan of dit nogmaals zou kunnen gebeuren. Als dat zo is, moet hij nooit meer op de fiets stappen. Echt levensgevaarlijk.”

Zelf sprong Steels in 1997 uit de band. In de zesde etappe van de Ronde van Frankrijk wierp hij een bidon naar het hoofd van Moncassin. „Ik werd uit de Tour gezet. Achteraf bezien een terechte straf. Ik leerde ervan, realiseerde me wat de gevolgen hadden kunnen zijn. Nadien sprintte ik rustiger.”

Steels geeft vervolgens een college over zijn vak. Haarfijn legt hij uit hoe een sprinter moet handelen in een spurt. Over zijn eigen talent kan hij kort zijn. Een verleden als crossfietser maakte hem immuun voor beuken of een glad wegdek. „Een ideale slipcursus. Vallen in het zand deed geen pijn. Dat heeft me op de weg behoed voor veel valpartijen.”

Zijn stuurmanskunst en koersintelligentie behoedden hem niet voor elke vorm van tegenslag. In de Tour van 2001 werd de ziekte van Pfeiffer vastgesteld. Ondanks een snelle diagnose luidde de infectie een lange periode van verval in. „Klierkoorts, zoals dat in België heet, kostte me een jaar of vier van mijn carrière.”

Steels raakte het vertrouwen kwijt. Waar hij normaliter haarfijn op gevoel zijn conditie kon peilen, zorgde de nasleep van het virus voor disbalans. Een ontmoeting met Dirk Breynaert gaf hem nieuwe houvast. Met hulp van diens programma Powertec kreeg hij inzicht in de ontwikkeling van zijn vorm. Steels hielp bij de vervolmaking van het systeem, dat analyses maakt op basis van vermogen, hartslag en het aantal omwentelingen.

Na zijn carrière sloeg hij de handen ineen met Breynaert. Hij bood zijn diensten aan bij Silence-Lotto. Een lang leven was de samenwerking niet beschoren. Toen de resultaten van de ploeg tegenvielen, kreeg zijn methode de schuld. In een vloek en een zucht bedankte de hoofdsponsor Coucke hem voor bewezen diensten.

Steels reageert stoïcijns op de breuk. Zoals de co-commentator bij de Vlaamse radio en televisie in het verleden vertrouwde op zijn kwaliteiten in de sprint, doet hij dat nu op Powertec. „Morgen zit ik voor de buis. Te genieten van die schitterende koers. Let op Rebellin.”

Tom Steels: ¿In een massaspurt wint lang niet altijd de beste.¿ (FOTO BART VAN DER MOEREN)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden