'Ik zou je het iefste in een vuilnisdoosje wilen doen'

In 1989 verscheen 'Ik zou je het liefste in een doosje willen doen', een bloemlezing van na-oorlogse literaire liedjes, samengesteld door Jacques Klöters en Kick van der Veer. Daarna maakte Klöters nog een bundel met vooroorlogse chansons en van Van der Veer verschenen drie boeken met gesproken cabaretteksten, zoals conferences, citaten en losse grappen. Hoeveel prachtige teksten uit de Nederlandse kleinkunst die gezamenlijke uitgaven ook bevatten, zij gaan behoorlijk mank aan het feit dat daarin steeds werd gekozen voor een min of meer thematische indeling in plaats van een chronologische. Interessante liedteksten die niet onder te brengen waren bij de 'portretten' of 'protesten', 'verlangens' of 'vraagstukken', 'klachten' of 'meningen' vielen buiten de boot. Datzelfde gold voor gesproken teksten die niet gingen over bijvoorbeeld 'eten en drinken', 'de dokter' of 'het koningshuis'.

Nu producer Otto Vriezenberg de medewerking kreeg van alle platenmaatschappijen en Klöters & Van der Veer de opdracht kon geven om uit al dat materiaal honderd jaar liedjes en conferences samen te brengen op tien dubbel-cd's, had je mogen verwachten dat zij die speelse, maar tegelijkertijd nogal gemakzuchtige wijze van onderbrengen, zouden vervangen voor een meer gedegen en verantwoorde aanpak. Niets is minder waar. Ook deze cd-box, toepasselijk 'Ik zou je het liefste in een doosje willen doen', is onderverdeeld in categorieën, nota bene nagenoeg dezelfde als van die gelijknamige liedtekstenbundel uit 1989.

Het gevolg is dat, nog meer dan in die boekuitgaven, belangwekkende nummers en namen ontbreken, terwijl andere vertolkers en hun werk veel te ruim vertegenwoordigd zijn, soms zelfs met een tiental opnamen. Die nogal willekeurige ongelijkheid (met bijvoorbeeld meer aandacht voor Gerard Cox dan voor Wim Kan en meer voor Rick Lorenzo Dros dan voor Hans Teeuwen) is kwalijk, vooral omdat Klöters en Van der Veer met hun ondertitel 'Een eeuw cabaret en Nederlandse chansons' toch pretenderen geschiedenis te schrijven. Dan dien je verder te gaan dan met zo'n eigenzinnige en helaas nogal gebrekkige selectie, waarbij met name het laatste decennium veel te veel aandacht krijgt. Een ieder is geneigd het heden te overschatten, maar van geschiedschrijvers mag je verwachten dat zij afstand kunnen nemen. Ik rekende er trouwens ook op dat zij hun keuze zouden verantwoorden, maar zelfs dat gebeurt nauwelijks.

Wie een eeuw cabaret op geluidsdrager samenbrengt, maar pareltjes als 'Lieveling' en 'Het dorp' van Wim Sonneveld en het beruchte 'Arme ouwe' van Cabaret Lurelei overslaat, getuigt niet van goede smaak. Maar over smaak valt natuurlijk altijd wel te twisten. Anders wordt het als je constateert dat de samenstellers besloten Eduard Jacobs en Sieto Hoving simpelweg buiten beschouwing te laten. Jacobs was de grondlegger van het Nederlandse cabaret en Hoving geldt als een van de belangrijkste vernieuwers. Voor die keuze bestaat geen enkele rechtvaardiging. Ook is het onbegrijpelijk dat naast Joop Visser (de enige dwarsligger) vermaarde chansonniers als Peter Blanker, Hans van Deventer, Marjol Flore, Wim Hogenkamp, Gerrie van der Klei, Simone Kleinsma en vele, vele anderen ontbreken, terwijl collega-zangers als Sietze Dolstra, Loeki Knol, Astrid Nijgh, Joost Nuissl, Dimitri van Toren en zelfs Shirley Zwerus (!) wel vertegenwoordigd zijn. En waarom staan André van Duin en Tineke Schouten er niet op, maar Herman Berkien wel? En waarom missen we popzangers als Frank Boeijen en Hans de Booij, maar vinden we wel repertoire van Stef Bos en Rob de Nijs? En waarom ontbreekt het televisie-cabaret van Dorus en Farce Majeure, maar is er wel repertoire opgenomen van Rudy Carrell, Ton van Duinhoven, Spaan & Vermeegen en zelfs Barend Servet en Sjef van Oekel? En waarom werd er wel gekozen voor werk van het Utrechts Studentencabaret, maar niet voor Cabaret Honoloeloe (met Rob van de Meeberg), Cabaret NAR (met Youp van 't Hek) of Cabaret PePijn (met Paul van Vliet). En waarom ontbreken Cabaret Van Santen (met Martin van Waardenberg), het Vrouwencabaret (met Natascha Emanuels) en zelfs Cabaret Zak en As (met Erik van Muiswinkel)? En waar is een belangrijke nieuwkomer als Job Schuring (terwijl een duo als Ajuinen & Look er wel op staat)? Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Vragen, vragen, vragen. Daarop kan in elk geval niet het antwoord komen dat er in sommige gevallen (zoals van Zak & As) geen goede opnamen bestonden, al is dat smoesje inmiddels wel de samenstellers gebruikt. Als zij wat dieper hadden willen graven dan de toppers van hun eigen platenkast, hadden ze veel opzienbarender geluidsmateriaal kunnen selecteren. Ik vind het daarom ook vreemd dat zij vooraf wel steeds de indruk wekten met zoveel 'onbekend werk' te komen, terwijl dat aantal nummers met tien vingers te tellen is. Over het algemeen is de keuze juist nogal voorspelbaar en bovendien wel erg op de lach (in plaats van de ernst) gericht, wat soms ook erg vreemde keuzes oplevert.

Ook het argument dat de ruimte beperkt was, wil ik niet horen. Er staan ruim 350 gesproken en gezongen nummers op deze cd's en zoveel te verbruiken 'verzameltijd' kregen samenstellers nog nooit aangereikt. Maar ja, de mogelijkheden worden al minder als je besluit die te vullen met toch ook heel wat 'onbeduidende' namen, zoals, naast Ajuinen & Look en Rick Lorenzo Dros, ook Intermezzo en Alex Roeka. Bovendien: sommige 'nieuwkomers' zijn wel erg ruim vertegenwoordigd. Zo zijn Lenette van Dongen en Jeroen van Merwijk ieder met maar liefst vier liedjes terug te vinden en dat is meer dan het repertoire dat bij voorbeeld Karin Bloemen, Seth Gaaikema, Liselore Gerritsen, Fons Jansen, Harrie Jekkers of Frits Lambrechts toebedeeld kregen. Door méér zangers en vertellers op evenredige wijze aan bod te laten komen, zou er een veel ruimere en evenwichtiger keuze gemaakt zijn uit honderd jaar cabaret en chanson.

Verder had je van de beide samenstellers mogen verwachten dat ze eens wat meer naar de verscheidenheid aan componisten en auteurs hadden gekeken en niet alleen de uitvoerenden centraal hadden gesteld. Dan zouden ze beter hebben beseft, dat ze ook andere importante namen nu erg veel onrecht aandoen. Zo is een vermaard auteur als Friso Wiegersma slechts met twee opnamen vertegenwoordigd, waarbij al zijn beroemde nummers voor Frans Halsema (zoals 'De sneeuwman') en Wim Sonneveld (zoals het genoemde 'Het dorp') ontbreken. Omdat producer Otto Vriezenberg voor deze box het label 'Nikkelen Nelis' had bedacht, moest hij er bij de samenstellers uiteindelijk zelfs op aandringen tenminste de eerbied op te brengen die Wiegersma-tekst (voor Wim Sonneveld) op te nemen. Sinds dat bekend is, denk ik: had Otto Vriezenberg Klöters & Van der Veer maar niet de vrije hand gegeven en zich wat meer met de keuze bemoeid!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden