'Ik zie met afgrijzen hoe het schip zinkt'

Hij groeide op in Roermond, in een atheïstisch gezin in een katholieke omgeving. Zijn grootvader was omgekomen in Buchenwald, maar in het gezin Verhasselt was dat onderwerp taboe. In zijn kinderlijke fantasie kwam Ruben tot de conclusie dat ze dan wel joods zouden zijn, al wist hij niet precies wat dat was, joden.

Hij las de hele bibliotheek leeg, als het maar over Israël ging, en hij wilde naar de kibboets, ook toen het hem duidelijk werd dat ze helemaal niet joods waren. De vakanties bracht hij in Israël door, zijn kandidaats scheikunde deed hij nog, maar toen schakelde hij over naar Hebreeuws, alle waarschuwingen ten spijt dat je daarmee je brood niet kon verdienen. Als het dan al zonodig moest, lag Chinees veel beter in de markt.

Via een beurs kwam hij voor iets langere tijd in Israël terecht en vertaalde hij zijn eerste boek uit het Hebreeuws naar het Nederlands. Alleen liet de uitgever hem zitten, het boek kwam nooit uit. De intifada, de Palestijnse opstand, haalde vervolgens een streep door zijn plannen om meer boeken te vertalen. “Ineens had geen uitgever belangstelling. Eentje zei expliciet dat het nu niet opportuun was met Israël aan te komen.”

Ruben Verhasselt (36) heeft intussen zijn zoete wraak kunnen nemen als topvertaler van een hele lijst Israëlische auteurs. Zelf geeft hij liever het krediet aan Oscar van Gelderen van uitgeverij Vassallucci, die een omvangrijk Israëlisch fonds heeft opgebouwd. Vaak liep Nederland zelfs voorop met de vertalingen, al is de golf van belangstelling voor de Israëlische schrijvers wereldwijd.

“In Nederland bestaat natuurlijk buitengewoon veel belangstelling voor Israël, maar het land telt ook echt buitenproportioneel veel goede schrijvers”, meent Verhasselt. “Je kunt er de traditionele verklaring voor geven: de joden als 'het volk van het boek'. Er is ook een tweede verklaring: ik weet niet of het waar is, maar ik had een geschiedenisleraar die beweerde dat oorlog goed is voor cultuur. Hij zei dan altijd: 'Kijk eens wat de Zwitsers voortgebracht hebben: de koekoeksklok'.”

In de vroege Israëlische literatuur worstelen de hoofdpersonen met de zionistische waarden, met het conflict met de Arabieren. De laatste tijd is er een nieuw genre in opkomst, de 'etnische literatuur'. Auteurs beschrijven het leven in hun - doorgaans - Arabische geboorteland, vóór hun verhuizing naar Israël. Verhasselt ziet er een dubbele reactie in. “Het is een reactie op hun gevoel achtergesteld te zijn bij de westerse joden in de Israëlische maatschappij; en tegelijkertijd is het een reactie op een bepaald soort mythe die joden uit de Arabische landen, de sefardische joden, zelf verspreiden wanneer ze het hebben over de warme sefardische gezinnen en hoe goed en mooi alles was tot hun komst naar Israël, toen de boze zionisten hun alles afnamen en hun kinderen aan de drugs brachten. Want in die boeken komt juist ook al het vuil in hun land van geboorte aan bod, de wreedheid, de incest en noem maar op. Als je dat leest, denk je toch wel 'het is maar goed dat jullie hier zijn gekomen'.”

“Vrouwen! Dat is nog een groep in opkomst. Ze krijgen zelfs een hoger voorschot, omdat ze beter verkocht worden. Daarbinnen bestaat dan weer een sub-groep van orthodoxe vrouwen. Het begon met orthodoxe vrouwen die zich van hun milieu hadden losgemaakt en dat wilden beschrijven. Nu zijn er ook orthodoxe vrouwen die nog wel in de gemeenschap zitten, die stiekem schrijven, onder schuilnaam.”

“Ik moet nog iets noemen: de opkomst van de pulp-literatuur. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat Israël een normaler land aan het worden is. De waarden en smaken veranderen, het is makkelijk om te lezen. Alleen zijn dit wel de nieuwe waarden. Er is zo een enorme tweedeling in dit land: de ene helft interesseert zich alleen nog maar voor Nikes en McDonalds en de andere helft is fel orthodox aan het worden en die mogen dus geen boeken lezen, dit soort boeken. De schrijver A.B. Jehoshua heeft het veel over die tweedeling. Hij is altijd jaloers op de Nederlanders die in ieder geval bepaalde waarden gemeen hebben. Kijk naar Nederland, je kunt er jood zijn, maar we hebben allemaal iets calvinistisch meegekregen: 'je gedeisd houden, niet opscheppen, sparen'. Israël kent helemaal geen gemeenschappelijke waarden.”

Sinds tweeënhalf jaar woont hij in Israël. Maar op de vraag bij welke helft hij dan hoort in die tweedeling, barst hij in lachen uit: “Nee, niet bij de Nikes en zeker niet bij de orthodoxen. Ik zit bij dat steeds kleinere groepje van mensen die zich de situatie veel te veel aantrekken.”

“Onder Rabin vond ik het erg leuk. De sfeer was optimistisch. Het was ook een van de redenen waarom ik hier kwam. Na al die jaren was er eindelijk weer hoop, hoop op vrede. Het ging goed, het hele land bloeide op, ook economisch. Je kunt van Rabin en Peres zeggen wat je wilt, maar ze hebben een soort evolutie tot stand gebracht.”

“De schok kwam voor mij niet bij de verkiezingen; die was er al eerder. Ik stond met mijn neus op de moord op Rabin, helemaal vooraan op het plein. Vrienden hadden me vantevoren gewaarschuwd dat het best eens gevaarlijk kon zijn. Maar zij bedoelden een aanslag van de Hamas. Ik vroeg nog, bedoelen jullie de fascisten. Nee hoor, die bestonden niet. Ik heb tien jaar geleden drie jesjieves (joodse leerscholen, red.) versleten - en wat je daar hoorde. . . Toen al. Doodmaken van Rabin, dat mocht, en gojim (de niet-joden) hebben geen ziel. Je moest Gods toorn uitstorten over de gojim.”

“Dat verhaal vertel ik al tien jaar en niemand gelooft me. Maar dat is de aard van het fascisme, het begint met de buitenstaander en het werkt door, dan gaat het verder met links. Ik had toen bij de moord meteen het idee dat we de verkiezingen zouden verliezen. Ik zei ook: 'Als de Likoed aan de macht komt, vertrek ik'. Iedereen zei: 'Ah joh, stel je niet aan, het is politiek en het valt wel mee'. Maar het valt niet mee. Het is vervelend, maar ik krijg wel gelijk. . .”

“Ik was een paar maanden geleden in Hebron met een groepje van de vredesbeweging. Wat me echt verbijsterde: er komt daar bij de Palestijnen in Hebron zomers dus geen water uit de kraan. Mensen krijgen er allerlei ziektes. Dat is vorig jaar in de pers geweest, en toen heeft Rabin er wagens met watertanks heengestuurd. Maar onder Bibi geen tankwagens, hoor. En toen Merets, een linkse partij, besloot op eigen initiatief een watertank erheen te brengen, werden ze door de kolonisten voor verraders en jodenhaters uitgemaakt. Dat is ongeveer het niveau.”

“Wat mij verschrikkelijk tegen de borst stuit is dat 150 000 Arabieren daar worden uitgedroogd, terwijl echt maar een paar honderd meter verderop het praalgraf van Baroech Goldstein (de kolonist die 29 moslims doodschoot, red.) met het gras er omheen en de bloemetjes wordt besproeid. Daar is wél water voor.”

“Dan voel ik een bepaald afgrijzen: ik kan hier een biertje drinken in Tel Aviv en de accijns gaat naar de regering, terwijl die nog geen honderd kilometer verderop een hele bevolking uitdroogt.”

“Ik heb er tot nu toe tegen gevochten, maar dat is tegen de bierkaai. En daar komt nog bij dat ik hier zonder burgerrechten zit, omdat ik niet joods ben. De kant waarbij ik me betrokken voel, gaat het verliezen. Kijk maar naar het onderwijs, nog maar 51 procent volgt normaal onderwijs, de rest zit op religieuze scholen en de leugens die ze daar leren, die heeft Jigal Amir ook geleerd.”

“Ik zal je nog iets vertellen, over de waarden die in opkomst zijn. Een tijd geleden, vlak voor Grote Verzoendag, zag ik een advertentie in de krant van een worstfabriek. In de advertentie stond het hoofd van Kadoeri, de 103-jarige kabbalist en amulettenschrijver. Wat was nou de stunt: als je een worstje kocht, dan kon je een formuliertje invullen, en rabbijn Kadoeri nam dan meteen al jouw zonden weg, van het hele jaar.”

“Of het wordt hier een Iran, of het hele land wordt verteerd door het vuur. Ik bedoel, we krijgen gewoon oorlog.”

“Ik zie echt met afgrijzen hoe hier het schip zinkt, want ik ben heel erg verknocht aan dit land. Misschien te verknocht om hier te blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden