Ik zelf ben het kunstwerk

Net als de schrijver zelf beschouwt biograaf Rüdiger Safranski Goethe's leven als zijn grootste schepping. Maar klopt dat wel?

Op mijn middelbare school, in de jaren negentig, was 'Die Leiden des jungen Werthers' nog net verplicht leesvoer. Of dat nu nog zo is? Zeker in Nederland lijkt Goethe al lang en breed bijgezet in het pantheon van stoffige literatoren.

In Duitsland heeft Goethe natuurlijk een canonieke status. Dankzij zijn enorm lange leven (1749-1832), grote productie en het immense succes dat hij al bij leven genoot, kunnen Duitse docenten niet om deze godfather heen. Dat maakt hem voor de generatie van nu ook verdacht. Goethe heeft iets onmogelijks. Te veel, te groot, te oud, te 'goedburgerlijk'.

Toch is dat jammer. Als zijn Geistesblitzen verfrissend worden gepresenteerd, heeft hij ons nog veel te bieden. Daarom is het goed dat Rüdiger Safranski opnieuw zo'n afstofpoging waagt. Hij is de onbetwiste Meisterbiograf van Heidegger en schreef boeken over de Romantiek en over de vriendschap tussen Goethe en Schiller.

Zeker is dat Goethe in zijn tijd echt geniaal was. Zijn 'Werther' stond aan de wieg van de moderne ik-roman. Alvorens deze jongeman zelfmoord te laten plegen, laat Goethe de lezer delen in diens ongebreidelde hartstochtelijke gevoelens voor zijn onbereikbare geliefde. Talloze jongeren zouden destijds, rond 1774, net als Werther blauwe jassen en gele vesten gekocht hebben, om daarna de hand aan zichzelf te slaan.

Meteen na deze vroege roman was Goethe een gigantische ster. Hij werd belaagd door vrouwen van allerlei rangen en standen. Dat effect had hij niet alleen in zijn eigen tijd; ook later bleef hij steeds nieuwe generaties aanzuigen. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werden Goethe's citaten bijvoorbeeld graag aangehaald om de vrije natuur en het effect van drugs te bezingen: "Wat kunnen mensen in hun leven meer bereiken dan dat de God-Natuur zich aan hen openbaart?" Typeringen die nu aandoen als cliché ('Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt') werden door Goethe bedacht.

Goethe was zogezegd de Kurt Cobain van zijn tijd. Hij zou zijn eeuwige roem kunnen hebben verzilveren wanneer hij zijn kunstenaarsleven vroegtijdig had afgebroken, zoals in zijn tijd wel vaker gebeurde. In plaats daarvan koos hij ervoor om afstand te nemen van al die dwaze hartstochten. Zijn volgelingen in verwarring achterlatend, accepteerde hij in 1775 het aanbod van de hertog van Weimar om ambtenaar te worden aan diens hof. De Sturm und Drang-schrijver werd minister en toezichthouder op landbouw, mijnen en allerlei andere buitengewoon aardse, concrete projecten. Ook liet hij zich omarmen door de goedburgerlijke en adellijke elite van Weimar. Zo zwengelde Goethe, samen met Friedrich Schiller, een nieuwe periode aan, die van de Weimarer Klassik. Opnieuw publiceerde hij internationale bestsellers, zoals 'Wilhelm Meisters Lehrjahre'.

Hoe moet je zo'n rijk leven ordenen? Zat er lijn in Goethe's explosies van vakmanschap en genialiteit? Wat moet een biograaf met ruim zestig jaar aanhoudende publicatiedrift? Natuurlijk hebben die problemen de biografen nooit van hun werk weerhouden; er zijn nog steeds talloze Goethebiografieën beschikbaar: van duizend pagina's waarin elk boodschappenlijstje van Goethe vermeld staat, tot handzamere, haast roddelachtige boeken die de tand des tijds heel aardig hebben doorstaan. Maar zoals dat gaat bij genieën wil elke tijd een eigen monument voor Goethe oprichten.

Rüdiger Safranski vond dat ook de eenentwintigste eeuw zo'n standbeeld behoeft. En dan niet een uit hard en ongenaakbaar marmer, maar uit warm en soepel zandsteen, de steensoort waar Goethe zelf van hield en waar hij graag over schreef.

Safranski's opzet is geniaal: hij belicht Goethe's leven vanuit de invalshoek die de schrijver gebruikte wanneer hij het over zichzelf had - wat hij uitvoerig deed - en die het beste wordt samengevat in een citaat uit een van Goethe's eigen brieven, uit 1811: "'Ik herinnerde me aan een vleiend verwijt dat ik eens kreeg van een schoolvriend die mij zei: je leeft beter dan je schrijft. Datgene wat je leeft is beter dan dat wat je schrijft. En wat mij betreft zou dat nog steeds zo moeten zijn." Safranski spiegelt zich dus aan Goethe's eigen ambitie: hij wilde van zijn leven een kunstwerk maken, een rijke creatie waarin de kunsten, maar ook de natuur, de wetenschap en de politiek een rol speelden. Goethe drukte zich dus niet in de eerste plaats uit in de kunst en offerde zich al helemaal niet op voor de kunsten. Waarom zou hij? De kunst stond in dienst van hemzélf, van zijn eigen leven als meesterwerk dat constant in beweging was en dat hij al bewegende zelf vervolmaakte.

In soepele zinnen en in bondige, spitse hoofdstukken laat Safranski zien hoe Goethe dat kunstwerk vormgaf, en hoe vroeg hij zich al van zijn eigen scheppingskracht bewust was.

Als de grote Duitser zich depressief, gefrustreerd of ellendig voelde, was dat niet omdat hij niet in zijn creatieve kracht geloofde, maar omdat hij bang was dat zijn boeken, gedichten en andere werken nog niet helemaal uit de verf kwamen en zijn leven nog niet zo eigenmachtig vorm gaven als hij wenste.

Die gedachte is cruciaal voor Safranski's boek, al blijft ze impliciet: voor een 'geslaagd leven', een 'gelukt kunstwerk' is een bewonderend publiek nodig. Die erkenning diende voor Goethe het liefst ook neer te dalen vanaf de hoogste toppen van de politieke en literaire macht. Toen de filosoof Herder hem lange tijd zeer kritisch behandelde en op afstand hield, ergerde hem dat bovenmate. Ondanks zijn meer of minder oprecht koketteren met isolement en een 'mystiek binnenleven', was Goethe altijd met de buitenwereld bezig.

In diepste afzondering bleef hij zijn genialiteit uitproberen in versvormen, nieuwe begrippen, woorden, spitsvondigheden en grapjes - maar wel door middel van brieven aan vrienden. Dat was hét moderne genre in die dagen - en het was zijn ijdele persoonlijkheid op het lijf geschreven.

Een voorbeeld van Goethe's onbehagen als hij naar de marge wordt gedwongen, blijkt uit zijn onlangs heel mooi in het Nederlands vertaalde verslag van de Pruisische Campagne tegen Napoleon in Frankrijk in 1792. Tegen zijn zin sleepte Goethe's hertog, Carl August, hem mee naar de slagvelden, alwaar hij de wederwaardigheden verplicht moet vastleggen voor het nageslacht. De veldslagen en gevechten worden nogal zakelijk en sober genoteerd, niet als historisch episch verslag, maar in karige dagboekvorm en ietwat onsamenhangend. Pas als Goethe begint uit te weiden over bezoekjes in de omgeving, of over de bezichtiging van een verzameling gegraveerde edelstenen, komt hij los. Dan zit hij weer op zijn praatstoel in het middelpunt van de salon en weet hij oud en jong, dame en heer te bekoren met zijn kennis en creatieve uitleg bij de snuisterijen.

In feite was Goethe een ongelooflijk monomane narcist. Het is vreemd dat Safranski nauwelijks lijkt op te merken wat de geniale Duitser al door vrienden en familie werd verweten. Zijn moeder, die hij toch heel welwillend en positief in 'Dichtung und Wahrheit' beschrijft, bezocht hij in twintig jaar tijd maar vier keer. Zij leed daar zeer onder. Ook zoon August werd het slachtoffer van zijn vaders egoïsme. Goethe drong hem een vrouw op die hij helemaal niet wilde. Toen het huwelijk op springen stond, beklaagde hij zich over het geschreeuw en gebonk van het ruziënde echtpaar boven zijn hoofd en vluchtte hij naar zijn buitenhuisje. August stierf kort daarna op een reis naar Rome, waar hij obsessief trachtte zijn vader te evenaren. Over de kleinkinderen horen we bij Safranski verder nauwelijks iets.

Natuurlijk zijn heel veel schrijvers en kunstenaars in het echte leven onuitstaanbaar, maar in een boek dat zo nadrukkelijk Goethe's leven zélf als maatstaf neemt voor diens geniale Schaffen is het toch vreemd dat zijn verwaarlozing van huis en haard geen rol speelt in de eindafweging. En dat terwijl Goethe er juist zoveel over heeft geschreven en er dus literair wel degelijk waarde aan hechtte.

Zo is het hilarisch om te lezen hoe hij op 74-jarige leeftijd nog denkt dat de 19-jarige Ulrike von Levetzow, met wie hij in Marienbad veel optrekt, daadwerkelijk verliefd op hem is. Zijn officiële huwelijksaanzoek wordt door het arme kind onthutst verworpen. Maar of Goethe's avances het 'kunstwerk van zijn leven' nu verfraaide of bezoedelde, hij verwerkte zijn teleurstelling wel in de 'Marienbader Elegie' waarvan Wilhelm von Humboldt schreef: "Dit gedicht evenaart niet alleen het mooiste wat hij ooit gemaakt heeft, maar het overtreft dat misschien nog wel."

Dat roept de vraag op of we zo'n aantoonbaar genie als Goethe moeten afrekenen op zijn egocentrische karakter.

Misschien moeten we zo eigenwijs zijn om Goethe's eigen maatstaf, en die van de bewonderende Safranski, terzijde te leggen. Niet Goethe's leven, maar zijn kunst, zijn briljante invallen en vormvaste gedichten zijn het ware meesterwerk. Zelfs in een van de laatste brieven voor zijn dood ontvouwt hij nog inzichten die verrassend actueel klinken: "Het bruisende handelsleven, het ritselen van het papiergeld, het opzwellen van de schulden om schulden te betalen; dat zijn de ontzagwekkende elementen [van de toekomst]."

Over die lichtflitsen schrijft Safranski wel, maar in de volheid van Goethe's leven komen zowel diens romans, brieven en gedichten als de analyse daarvan wel wat te kort. "Wil je aan je eigenwaarde vreugde beleven, dan moet de wereld je die waarde eerst verlenen." Van die stelling is deze biografie opnieuw het bewijs, althans voor een nieuwe generatie. Laten we hopen dat ook de Goethelectuur hierdoor weer een impuls krijgt.

Rüdiger Safranski: Goethe. Kunstwerk des Lebens. Carl Hanser, München; 748 blz euro 27,90

Johann Wolfgang von Goethe: Campagne in Frankrijk 1792. (Campagne in Frankreich). Vertaald door Wilfred Oranje. Hoogland & Van Klaveren, Hoorn; 281 blz. euro 29,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden