Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen, spreekt de Heer

Hoe kon een zwerm vogels vorige week zomaar dood uit de lucht vallen? Sommige christenen zien er een teken in: het einde der tijden is nabij. Dat dachten ze in februari 1598 ook.

Nee, ze had werkelijk geen idee wat er aan de hand kon zijn. Gehuld in een gebreid vest, wollen muts diep over de oren, deed Faye Moore uit het dorp Beebe in de Amerikaanse staat Arkansas haar verhaal voor de tv-camera’s. Het was Oudejaarsavond en ze had nog even haar hondje naar buiten gelaten om hem zijn behoefte te laten doen. „Opeens hoorde ik ’poef! poef!’ en een soort gefladder.” Ze keek speurend naar de lucht, zegt Moore. „Maar ik zag geen vuurwerk, en er was ook geen onweer. En toen hoorde ik het weer: ’Poef! Poef!’ Ik begreep er niets van en ben snel weer naar binnen gegaan.”

De volgende ochtend keek haar man Charles uit het keukenraam. „Ik zag zwarte dingen in de tuin liggen. Het leken me geen vuurpijlen van Oudejaarsavond. Ik liep naar buiten en zag nog twaalf, vijftien van die zwarte dingen. Ik dacht: wat is dit? Het bleken dode vogels te zijn. Merels, niet een leefde er nog. Ik kon het niet geloven.”

Faye Moore knikt als haar man zegt: „Toen zag ik dat de hele straat bezaaid lag met dode vogels. Ik heb ze niet aangeraakt, want ik wist niet wat er gebeurd was.”

Binnen een paar uur, zeggen Faye en Charles, zag het anders zo rustige Beebe eruit als het decor van een sciencefictionfilm: mannen in witte pakken met gasmaskers op, die duizenden vogellijkjes opruimen.

Al snel vond het nieuws van de dode vogels in Beebe zijn weg naar de rest van de wereld. Daarmee begon het zoeken naar een verklaring: hoe kan een zwerm vogels zomaar uit de lucht vallen? Door vuurwerk? Door een verstoring van het elektromagnetisch veld als gevolg van een door mensen niet waargenomen aardbeving?

Waar sommigen zochten naar een oorzaak van de vogelsterfte, probeerden anderen de betekenis ervan te doorgronden. Op christelijke weblogs weet men die wel: het is een teken van het einde der tijden. Dat staat immers in het bijbelboek Sefanja, hoofdstuk 1 vers 3: ’Mens en dier zal ik wegvagen. Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen en de vissen in de zee, alles wat de zondaars ten val heeft gebracht. En ik laat de mensen van de aardbodem verdwijnen – spreekt de Heer’. Die tekst wordt alleen maar betekenisvoller als je bedenkt dat de afgelopen week niet alleen vogels stierven in Arkansas, maar ook vissen – en niet alleen daar in Amerika, maar ook in Groot-Brittannië, Brazilië en Nieuw-Zeeland. „We leven in een vreemde tijd”, noteerde de christelijke schrijfster Elizabeth Prata. „Het laatste oordeel komt steeds dichterbij.”

Die overtuiging leeft ook in Nederland. „Lees even Sefanja 1 uit de Bijbel...”, twitterde Edith Baptiste uit Den Haag bijvoorbeeld.

Ook de website Bijbelactueel.nl verwijst naar de oudtestamentische profeet Sefanja. Beheerder Johan de Vos (43) van de website zegt dat hij mensen bewust wil maken van opvallende overeenkomsten tussen de actualiteit en de Bijbel. Vos: „Jezus Christus heeft in detail aangegeven wat de ontwikkelingen zullen zijn rond het einde der tijden. De signalen zijn er. Je hoeft alleen maar de tekenen bij elkaar op te tellen: aardbevingen, epidemieën, werkloosheid, de munteenheid zal veranderen, er komt een wereldreligie. Dan mag je wel lichtelijk concluderen dat de eindtijd is aangebroken. Het gaat steeds sneller.”

De woorden van Baptiste en Vos klinken als een echo van vijfhonderd jaar geleden. In zijn boek ’Overvloed en onbehagen’ beschrijft de Britse historicus Simon Schama hoe er op 3 februari 1598 een vijftien meter lange potvis aanspoelde op het strand tussen Katwijk en Scheveningen. Schama haalt Hugo de Groot aan, die bij het samengestroomde publiek rond het kadaver twee verschillende soorten reacties opmerkte. „De ontwikkelder mensen interesseerden zich het meest voor de oorzaken van de benarde positie van het dier; ze vroegen zich af of stormen het misschien het strand op hadden gedreven. Maar anderen, uit het gewone volk, hadden het over de voorspellende betekenis ervan en ’spelden door dit voorspook dat hen swaere rampen booven ’t hooft hingen’.”

De gestrande walvis, stelt Schama, werd gezien als vervulling van de voortekenen van naderend onheil en als boodschapper van de voorzienigheid. Het dode dier was een symbool voor actuele gebeurtenissen – hetzij positief (de walvis stond voor de vijand die Maurits zojuist verslagen had), hetzij negatief: God waarschuwde tegen het sluiten van „een onverantwoordelijk bestand en een zondig compromis met de legers van de antichrist”.

Kerkhistorica Jo Spaans van de Universiteit Utrecht deelt Schama’s opvattingen. Gelovigen, zegt zij, hebben bijbelse onheilstijdingen altijd naar hartelust in verband gebracht met natuurverschijnselen in hun eigen tijd: misgeboorten, vallende sterren, bloedregens of massale sterfte onder beesten.

„Rond 1740 maakte men zich grote zorgen over de veepest. Rond die tijd vrat ook paalworm de dijken op. Die gebeurtenissen werden gezien als Gods slaande hand.”

Wanneer mensen menen dat het laatste oordeel aanstaande is, denkt Spaans, zegt dat meer over het heden dan over de eindtijd. „De huidige tijd is eng en chaotisch. Er zijn oorlogsdreigingen, het is crisis en er is angst voor de islam. Mensen spiegelen de eindtijd zoals de Bijbel die beschrijft aan wat nu in de krant staat. Wat doemdenkers zich niet realiseren: alle tijden zijn eng en chaotisch als je erin leeft.”

Bovendien, zegt de Utrechtse oudtestamenticus Bob Becking, moet de profeet Sefanja niet verkeerd begrepen worden. Als de profeet zegt dat God ’de vissen in de zee en de vogels in de lucht’ zal wegvagen, dan worden er niet letterlijk vogels en vissen bedoeld. „Het betekent zoiets als ’met huid en haar’. Het is een stijlvorm, bedoeld om compleetheid uit te drukken. Sefanja zegt dat God zo boos is dat hij de hele schepping ongedaan wil maken. Als mensen nu denken dat het einde der tijden is aangebroken omdat vissen en vogels sterven, betekent dat dat ze in de tekst lezen wat ze erin willen lezen.” Deze manier van bijbellezen maakt duidelijk wat voor beeld zulke gelovigen hebben van God, meent Becking. „Als een soort ingenieur in een controlekamer drukt hij op knopjes en schuift hij aan palletjes.”

Godsdienstpsychologe Joke van Saane van de VU in Amsterdam ziet eindtijddenken als een manier om angst te bezweren. „Bij dit denken hoort de overtuiging dat het kwaad jou niet zomaar kan treffen. Want naar eigen idee staan de doemdenkers altijd aan de goede kant. Als jij niet door het kwaad zult worden opgeslokt, is dat goed voor je zelfvertrouwen. Het maakt je immuun voor kwaad.”

Oudtestamenticus Becking: „Een onheilsprofetie heeft de functie van een ultimatum. De bedoeling van het arsenaal aan ellende is mensen aan te zetten tot ander gedrag.”

Voor de massale vogelsterfte in Beebe hebben deskundigen een verklaring gevonden. Een dorpsgenoot van Faye en Charles Moore zou zwaar vuurwerk hebben afgestoken, waardoor de vogels in paniek en gedesoriënteerd raakten. De gevonden dode vissen zijn ook onderzocht: waarschijnlijk zijn ze bezweken aan de kou.

Op Twitter nemen gelovigen geen genoegen met die verklaringen: „Dus vogels gaan dood van te veel lawaai en vissen sterven in te koud water? En dat moeten wij geloven??”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden