Ik zag de glorie niet

Vanwege Willem Jan Ottens beschouwing afgelopen zaterdag in Letter & Geest geef ik me thuis nog een keer over aan 'The Tree of Life', de oogstrelende troostfilm van Terrence Malick uit 2011. Het is maandagochtend. De lente talmt, een poolwind buldert door de straat. De gordijnen gaan dicht, de speler slikt de dvd in. We beginnen.

In beeld verschijnt eerst een passage uit het boek Job. 'Waar waart gij toen Ik de aarde grondvestte? Terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods tezamen jubelden?'

Boek 38, vers 4 en vers 7. Een prachtig, dichterlijk boek. Degenen die de vragen stelt, is de Heer zelf. En de vragen zijn machtig, groots, ootmoedig makend. 'Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats aangewezen?' Vers 12. 'Zijn de poorten des doods voor u onthuld, en hebt gij de poorten der diepe duisternis aanschouwd?' Vers 17. 'Heeft de regen een vader?' Vers 28.

Het is bijna een goddelijk pochen.

Maar Malicks film is een terugvragen.

Een menselijk terugvragen van drie rouwenden: een vader, een moeder, een broer. Uit hun midden viel een jongen weg, negentien jaar pas. Hij viel in Vietnam.

'Waar was U?'

Een van de mooiste waarnemingen in Willem Jan Ottens artikel staat tussen haakjes. Hij beschrijft hoe de ouders zich in hun wanhoop vastklampen aan 'voorgevormde restantjes religieuzerige kitsch' en noemt dat vertederend en aangrijpend -- voor wie niet afhaakt. Want daar is die zin tussen haakjes: 'Dit is een film waar bovengemiddeld veel toeschouwers briesend bij weglopen, tot op het merg gekwetst in hun zorgvuldig ontkerstende goede smaak.'

Die goede smaak die na zorgvuldige ontkerstening resteert, is een vondst; ik heb het zelf ook gezien, destijds in de bios, dat weglopen na een half uurtje, als de film in hallucinerende beelden de wording van het heelal en de wereld laat zien. Stof, gas, vuur, water.

'Kunt gij de banden der Pleiaden binden, of de boeien van de Orion slaken? Doet gij de tekens van de Dierenriem te rechter tijd opgaan, en bestuurt gij de Beer met zijn jongen?' Vers 31-32, in godentaal. Maar de mens Malick laat vragen: 'Hoe raakte ik u kwijt? Vergat ik u? Was ik leugenachtig tegen u? Heer, waarom? Wat zijn wij voor u?'

Willem Jan Otten houdt tot het bijbelse enige distantie, hij kent de goede smaak. Hij spreekt van het biddend bewustzijn als in de film de mensen worstelen met hun verdriet, hun gemis, hun tekort. De film is zo mooi.

Ik onderga hem opnieuw, deze ochtend. Die wervelende camera, die groene woonwijk in Texas, dat gezin, de jongens, de muziek, Mahler, Brahms, Bach. 'Eén weergaloos verbeeld kyrie', schrijft Willem Jan.

En hij eindigt in een Agnus Dei van Berlioz. Qui tollis peccata mundi. 'Ik geef hem aan u. Ik geef u mijn zoon', zegt de moeder.

Ik ga naar boven in het stille huis, zie de omwoelde bedden van mijn dochters, de chaos in die puberkamers, en denk aan de berouwvolle woorden van de vader in de film:

'Ik zag de glorie niet.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden