“Ik wist technisch niets van het zwemmen & rdquo;

HARDINXVELD - Wat weet een discuswerper nu van zwemmen? Zo Erik de Bruin de vraag niet direct werd gesteld, dan voelde hij hem wel in de lucht hangen. Gewend als hij in zijn actieve sportcarrière was scepsis en onbegrip in zijn voordeel om te buigen, zo trotseerde hij als coach aan de rand van het bassin de tegenstroom met zijn gelijk.

Amper zes maanden had De Bruin de begeleiding van zijn Ierse vriendin Michelle Smith op zich genomen, of Ronald Gaastra, de Nederlandse directeur van de Vlaamse Zwemliga, kwam eens informeren hoe iemand met een atletiekachtergrond de zaken aanpakt. Een jaar later, tijdens de WK in Rome, kwam Frederik Deburghgraeve na zijn opvallende podiumplaats De Bruin bedanken. “Meneer, mede dankzij uw tips heb ik deze medaille gewonnen.” De Bruin verhult niet dat die erkenning hem goed doet. “Tijdens de EK in Wenen zeiden coaches, 'goh, wat is Michelle technisch beter geworden'. Daar ben ik best trots op.”

Het succes van De Bruin als trainer/coach - Michelle Smith won in de Oostenrijkse hoofdstad een zilveren medaille en twee titels - is niet zo opmerkelijk, al noemt hij zichzelf binnen het zwemmen “een groentje”. Als geen ander kent de Nederlander de voorwaarden om in een hoog ontwikkelde individuele sport de top te behalen. In zijn lange, door een schorsing op tragische wijze afgebroken loopbaan als discuswerper werkte hij die tot in de finesses uit, maakte hij van sport een levenswijze. In de discusring gold hij als een technische grootheid, als iemand met een ongeëvenaard gevoel voor bewegen. “Toen ik als zwemtrainer begon, wist ik technisch niets van die sport. Maar ik heb vrij hard gestudeerd. Ik heb altijd mezelf getraind en gecoached, was me heel bewust van de bewegingen die ik uitvoerde. Vanuit mijn discus-achtergrond kan ik de zwembewegingen interpreteren. Ik kijk, ik vergelijk, ik maak video-opnamen, gebruik onderwatercamera's, maak computeranalyses. De basis van het zwemmen heb ik wel door, nu komt het er op aan veel te kijken naar anderen.”

“Een atletiekcoach heeft op bepaalde gebieden een voorsprong, atletiek is ver ontwikkeld. Bovendien ben ik op een hoog niveau het zwemmen binnen gestapt. Ik praat met coaches die trainen op Olympische niveau; ik kijk naar de beste zwemmers van de wereld. Begin je onderaan, dan zie je alleen fouten. Ik zie de goede voorbeelden. Bovendien heb ik als voordeel boven de andere coaches dat ik maar één zwemster train. Ik snijd mijn programma's op maat; iemand met een groep werkt met de grootste gemene deler.”

De Bruin verslindt zwemliteratuur. Waarbij zijn indruk wordt versterkt dat hij voor zwembegrippen onorthodox bezig is. “Je hebt kennis en je haalt bij anderen nieuwe kennis. Dat is een wisselwerking. Gaastra kwam uit zichzelf informeren wat ik op het gebied van kracht en periodisering deed. Dat vind ik leuk, dan sta ik daar voor open. Hij was laaiend enthousiast en heeft de moed gehad de gok te nemen om mijn periodisering over te nemen.”

Wat Gaastra leerde, was dat het ingeburgerde 'eindeloze baantjes trekken' een averechts effect kan hebben. De Bruin: “Ik werk met korte, intensieve cycli. De truc van het trainen is het lichaam voor de gek houden. Je moet het met schokken wakker houden. Geef je constant dezelfde prikkel, dan zal het effect steeds minder worden. Dan treedt de wet van de verminderde meeropbrengst in werking. Vanuit het zwemmen gezien trainen wij op een gekke manier. Natuurlijk zijn er vele wegen die naar Atlanta leiden. Maar bij Michelle werkt mijn aanpak.”

Zelf zocht hij als discuswerper altijd de juiste wegen naar perfectie, zonder zich afhankelijk van anderen op te stellen. Als eenling bereikte hij de wereldtop, vergaarde hij een schat aan kennis. Zo verwonderlijk was het niet dat KNAU's vakgroeptrainer Charles van Commenee hem graag als ondersteunende kracht wilde. Technisch directeur Bert Paauw informeerde afgelopen zomer al bij De Bruin of hij oren had naar een adviserende functie binnen de topsportsectie. De wonden van de lange, slopende dopingaffaire waren nog vers, maar bij de atletiekunie heeft eindelijk de overtuiging postgevat dat ze zo'n inspirerende bron van kennis en inspiratie niet onaangeboord mocht laten. “Ik heb positief gereageerd en toen is het balletje gaan rollen.”

De Bruin wijst erop dat het discuswerpen al enige jaren hèt paradepaardje is van de atletiekunie. Zijn zus Corrie en Jacqueline Goormachtigh vertegenwoordigden Nederland op de internationale seniorenkampioenschappen; de jeugdigen zijn succesvol op internationaal juniorenniveau. “Die situatie is mede ontstaan door de medailles van mij. Er ontstond zoiets van, als hij het kan, kan ik het ook. Ze zien wat ik als junior kon en ze verbeteren die records. Er zit toekomst in. Dat is prettig, het werpen krijgt ermee steeds meer aandacht.”

Met de verzoening met de KNAU draaide de schijnwerper terstond weer richting de voormalig discuswerper, die zelf liefst de luwte koestert. Voor hem was het een bevrijding dat hij zich tijdens de lange nasleep van zijn positieve dopingcontrole op het trainerschap kon storten èn lange tijd anoniem in Ierland kon wonen. “Daar kan ik gewoon de straat op, niemand kent daar die oen van een De Bruin. Het valt nu in Nederland wel mee, maar ik houd m'n kop van de tv.” Ook op andere interviews zit hij niet echt te wachten en als hij al instemt met een vraaggesprek is het onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat over sport wordt gepraat.

“De afgelopen tweeënhalf jaar kon ik mijn energie kwijt in het zwemmen. Het was een ondersteuning en uitweg. In het begin heb ik me in Ierland enorm gestoord aan de manier van leven. De mensen zijn er relaxed, gaat het vandaag niet, dan morgen maar. Ik ben gaan inzien dat daar wel wat inzit. De mensen zijn er ook zo aardig, ze doen dingen voor je zonder enig eigenbelang. Voor de Spelen willen we in Arizona trainen. Een fax sturen was voldoende voor een uitnodiging om er twee maanden bij Ieren in huis te mogen wonen. Zo trots zijn ze op hun land. Aan de andere kant zijn ze sterk geneigd het Ier-zijn als excuus voor falen te gebruiken. Zo van: dat ik niet presteer is logisch want ik kom uit Ierland. Dat is Michelle altijd voorgehouden. Die houding zal voortkomen uit de overheersing van de Engelsen. Ik heb Michelle voorgehouden dat ze het moet omdraaien: laat zien waartoe een Ier in staat is. Daarom was het voor haar beter om in Nederland te zwemmen. Maar ik had na twee weken al terug gewild. Ik was gewend op de bergen uit te kijken als ik 's morgens mijn bakje muesli at. Nu zie ik voor, achter en opzij huizen.”

Het gevoel opgesloten te zitten, dat moet De Bruin hebben sinds de discusring voor hem tot verboden gebied werd verklaard. De kans dat hij er ooit in terug keert noemt de Hardinxvelder gering. Vier jaar inactiviteit, dat valt bijna niet bij te spijkeren, al voelt De Bruin zich “fitter dan destijds. Dat komt omdat ik ook andere dingen doe, lopen, fietsen. Ik heb wel het idee dat ik in korte tijd op een aardig niveau terug kan komen.” Nu probeert hij zijn gedrevenheid als coach over te brengen op zijn vriendin. “Het zwemmen is een uitdaging. Ik gaf als sporter alles, dat doe ik nu als trainer en ik verwacht dat van de sporter ook. Dat ligt nu eenmaal in mijn karakter. Ik ben geen coach die mensen er met hun haren bijsleept als ze eigenlijk niet willen. Dat geldt ook voor de atleten en hun trainers die ik bij de KNAU adviseer.”

Totale overgave en fixatie, ze hebben De Bruin tijdens zijn succesvolle carrière wel eens verrast. “Michelle ging in Wenen op de 100 meter vlinderslag als favoriet de finale in, maar ze werd vijfde. Die nederlaag was misschien wel de grootste winst op de EK, dat overkomt haar niet meer. Ze zwom haar eigen race niet, ze was te veel met tegenstandsters en dingen om de finale heen bezig. Toen heb ik haar het verhaal verteld van de EK waar ik zilver won. Ik kwam thuis en mijn vader speelde de video nog eens af. Toen zei ik ineens, goh, wat is dat een prachtig stadion. Ik kon me niet herinnering hoe het er uit had gezien. Dat vond ik vreemd, belachelijk. Nu ik coach ben, denk ik meer na over dat soort zaken. Ik was intens geconcentreerd bezig. Alles buiten het werpen was niet interessant. Een dag voor de WK zwemmen in Rome lagen de Ierse zwemmers vijf uur in de zon te bakken, ze gingen de Trevi-fonteinen bekijken. Wij niet, we waren er niet als toeristen. Maar vanwege dat soort zaken worden we in Ierland gezien als rebellen. Zij hebben de instelling dat ze het maximale al met de limiet hebben gehaald. Dat is bij ons niet zo. Wij gaan voor de top.”

Atletiek en zwemmen, atleet en coach. Het zijn werelden die verschillen. Waar De Bruin atletiek een individuele bezigheid noemt, is binnen het zwemmen groepsvorming belangrijk. “De clubcompetitie is heilig, ik kan nauwelijks uitleggen dat een kringtraining een individueel schema doorkruist. De beleving van atleet en coach is ook anders. Emotioneel zijn de successen te vergelijken. Ik werd tweede in Tokio, Michelle in Wenen Europees kampioene. In beide gevallen heb ik gejankt. Tokio, dat was heel intens. Het was een ander gevoel, een andere beleving. Tokio was honderd procent Erik de Bruin. Wenen was tien procent Erik de Bruin en negentig procent Michelle. Als je zelf sport, doe je dat ten koste van alles, nou ja, van heel veel. Dat is nu niet zo. Zij wil iets bereiken, ik wil erbij helpen. De mentaliteit van het willen winnen komt overeen. Waarbij de atleet op de eerste plaats staat. Ik doe dit niet om met Michelle te scoren, om mijn eigen ego te strelen. Te vaak zie je dat die situatie is omgekeerd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden