Ik wilde niet meer alleen met mijn vader zijn

Trauma's waar veteranen na hun uitzending naar conflictgebieden nog mee worstelen, komen morgen ter sprake op Veteranendag. De problemen waar familieleden mee te maken krijgen, blijven vaak onbelicht. Kinderen van veteranen zoeken daarom sinds enkele jaren steun bij elkaar. 'We proberen het doorgeven van trauma's naar een volgende generatie te stoppen.'

Hun moeders zaten in een praatgroep voor partners van getraumatiseerde veteranen. 'En wij dan?' vroegen Sharon Dulfer (17) en Ciska (21) en Marijke (19) de Weerd, dochters van Libanonveteranen, zich af. Voor hen was er geen hulp geregeld en daarom organiseerden zij begin 2008 een jeugddag voor veteranenkinderen. De bijeenkomst was kleinschalig, maar de uitwerking groot.

De moeder van Ciska en Marijke legde aan de deelnemende kinderen uit wat het Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS, zie kader) is en maakte met hen een lijst van de gedragskenmerken van hun vaders. De kinderen ontdekten dat dit gedrag veel overeenkomsten vertoonde, tegelijkertijd zagen ze tot hun verbijstering in diezelfde lijst hun eigen probleemgedrag terug. Die dag konden ze met leeftijdgenoten hun zorgen en problemen hardop delen, dat nam wat spanning weg. Na deze bijeenkomst waren de Anjerkinderen geboren.

Getraumatiseerde veteranen zwijgen thuis meestal over hun ervaringen tijdens hun uitzending naar een conflictgebied. Maar de kinderen zien een vader (of moeder) die niet meer dezelfde is als vroeger. Hun vaders werpen zich plat op de grond zodra ze ergens van schrikken, lijden aan stemmingswisselingen, controleren dwangmatig gaskranen en deursloten of zijn geobsedeerd door vuur. Hun vaders krijgen hevige driftbuien, worden soms opgenomen of gebruiken drank en drugs. Pas nu, dertig jaar na Libanon, meldt een grote groep Unifil-veteranen zich uiteindelijk met klachten bij hulpverleners. Onduidelijk is hoeveel gezinsleden de afgelopen decennia op hun beurt door de voortdurende invloed van spanning en thuisgeweld getraumatiseerd raakten.

Anjerkinderen lijken innerlijk sterk en zijn hulpvaardig. Terwijl vrienden hierdoor gemakkelijker met moeilijkheden op hen af stappen, voelen ze zichzelf eenzaam. Ze zijn ondanks alles meestal erg trots op hun vader. 'Omdat hij daar destijds naartoe ging om andere mensen te helpen'. Zelf weten de kinderen niet meer wat ze voelen en willen ze ook niets meer voelen.

Sharon: "Vroeger waren mijn moeder, vader en ik een hartstikke gezellig gezin. Wel kon mijn vader om de gekste dingen plotseling woedend worden, daar snapte ik niets van. Ik gaf mezelf dan de schuld. Voordat hij de diagnose PTSS kreeg, probeerden mijn moeder en ik zijn woedeaanvallen te voorkomen door hem te pleasen. Ik liep de hele dag voor hem op mijn tenen, als hij tv wilde kijken keek ik met hem mee, hield mijn mond, maakte koffie voor hem. Maar de spanning thuis werd aldoor erger, ik moest steeds voorzichtiger worden. Na ruzies sliep ik slecht, werd ik huilend wakker omdat mijn vader weer eens doodging. Ik kon hierdoor soms dagenlang niet naar school."

De vader van Ciska en Marijke werd destijds in Libanon gegijzeld. Marijke: "Jaren later kwam pas de neerslag. Zijn woedeaanvallen had hij niet in de hand, achteraf had hij daar heel veel spijt van. Ik heb zelf ook last van driftaanvallen en ik slaap slecht. Papa was constant erg alert, ik moest oppassen hem niet boos te maken en werd net zo alert. Op school kon ik me slecht concentreren en ik durfde geen vrienden mee naar huis te nemen, je wist nooit hoe zijn bui was. Ik sloot me op in mezelf."

Ciska: "Soms wilde ik niet alleen met hem thuis zijn, belde mijn moeder en zei dat ik haar miste en wou dat ze naar huis toe kwam."

Iris (15), dochter van een Libanonveteraan die wel haar verhaal wil doen maar niet met achternaam in de krant: "Na een ruzie thuis kan ik zo agressief zijn. Wie op school, goed bedoeld, vraagt wat er met me is, krijgt alles over zich heen. Ik heb daar zelfs met tafels en stoelen gegooid. Die drift zit in mij, ik denk omdat ik dat bij mijn vader heb gezien. Mijn ouders gingen scheiden toen ik acht was. Maar ik had een enorm lieve vader, veel liever dan andere vaders. Papa staat nog steeds onafgebroken voor mij klaar, ik kan altijd met alles naar hem toe komen en met hem praten. Op mij is hij nooit heel boos geweest. Hij heeft me met geen vinger aangeraakt, mijn moeder en zus wel, maar als ik zijn drift zag aankomen vertrok ik, zo klein als ik was, snel naar mijn kamer. Toch heb ik met mijn vader en moeder heel leuke dingen, zoals vakanties, beleefd. Alleen zat papa vaak met zijn hoofd ergens anders."

Toen Iris twaalf was barstte haar vader, na een zoveelste driftaanval, plotseling in tranen uit. "Hij probeerde me uit te leggen wat er met hem aan de hand was". Langzaam realiseerde ze zich dat hij misschien ziek was. "Tegenwoordig geeft hij het aan: 'Ik heb weer onrust in mijn kop'. Dan denk ik: Oké, oppassen. Rustig doen."

Onaangepast gedrag, regelmatig conflicten op het werk, agressief rijgedrag, risico's tarten, of juist met een enorme boog om iets heen rijden omdat het een bermbom kan zijn, ze kennen het maar al te goed van hun vaders. Iris: "Wat is er, wat is dat? Dat ga je zelf op den duur ook denken als je iets ziet liggen. Mijn vader was vroeger erg bang dat mij iets overkwam, daardoor durfde ik weinig, bang dat er iets gebeurde, dat dingen ontploften."

Sharon: "Op vakantie ging het juist goed, de spanning kwam terug zodra we thuiskwamen. Op een zeker moment ging het niet meer. Hij was naar een Libanonreünie geweest, mijn moeder en ik stonden hem op te wachten, maar zodra hij uit de auto stapte zag ik dat het mis was. Zijn ogen, die blík... Hij werd toen opgenomen, daarna is hij op het terrein van zijn vader in een caravan gaan wonen. Ik spreek hem soms twee maanden niet, daarna spreken we weer af en komt hij thuis langs, maar dat gaat nooit lang goed. Ineens wordt hij een ander, maakt hij ruzie om niets. Als hij normaal is, weet ik zeker dat hij mij nooit wat zal doen. Toen het mis met hem ging is hij zelf uit huis weggegaan, bang dat hij mij of mijn moeder iets zou aandoen. Dat vind ik knap van hem, daar was ik blij mee, nou ja, het was verschrikkelijk dat hij vertrok. Ik mis hem erg, wil juist voor hem zorgen en er altijd voor hem zijn."

Sharon en haar moeder zochten contact met de vroegere commandant van haar vader. Hij vertelde hen over Libanon. "Mijn vader is daar beschoten. Er waren in het pikkedonker allemaal wilde honden om hem heen die hij dood moest schieten, hij weet dus niet of hij ook mensen heeft gedood."

Iris: "Mijn vader heeft een vriend zien sterven en veel mensen zien doodgaan terwijl ze het van angst in hun broek deden. Ik heb vaak nachtmerries over mijn vader gehad, over oorlog met veel wapens en geweld."

Tot op heden ontvangen de Anjerkinderen alleen vanuit de veteranenwereld wat financiële ondersteuning. Ze klopten meerdere malen bij Defensie aan om hulp, voor het eerst in 2008 bij toenmalig defensieminister Van Middelkoop. Maart 2009 trokken de Anjerkinderen opnieuw bij Defensie aan de bel. Ze spraken met enkele Tweede Kamerleden, zochten contact met de pers en benaderden De Basis, een gespecialiseerde stichting in maatschappelijk werk voor dienstslachtoffers en hun systeem. Ze konden er terecht.

Dat jaar was er ook voor het eerst de officiële Anjerkinderen ontmoetingsdag. Er kwamen vijftien kinderen tot 23 jaar van Libanon- en Bosniëveteranen. Sommigen werden door hun ouders tegengehouden. "De vuile was hang je niet buiten."

Sharon: "Wij willen onze vaders absoluut niet in een verkeerd daglicht stellen. Ik ben dol op hem. Wat hij ook zou doen, ik zal altijd van hem houden." Iris: "Als ik over hem praat denk ik nog steeds: kan papa dit niet horen?"

Defensie reageerde daarna toeschietelijker, maar draaide vervolgens de kraantjes weer dicht. Sharon: "Daar hoeven we niet aan te kloppen. Ik ben teleurgesteld dat Defensie onze problematiek niet echt onder ogen wil zien. Hun steun zou fijn zijn, nog beter zou het zijn geweest als ze zelf initiatief hadden getoond. Als er geen Anjerkinderen waren zou ik nog steeds verschrikkelijk met mezelf in de knoop zitten. Toen we in 2009 tijdens een bijeenkomst op het Veteraneninstituut aan defensieafgevaardigden hulp en ondersteuning vroegen, was hun reactie: "Maar dat is er al." Nou, voor ons helemaal niet! Ik ben nog gebeld door een defensiewoordvoerder, die heb ik in vertrouwen uitgebreid over mijn thuissituatie verteld. Daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord. Dat voelt slecht. We hebben destijds ook met voormalig staatssecretaris van defensie, Jack de Vries, gepraat. Hij zei: 'We gáán er wat mee doen'. Maar verder kwam er niets van. Eigenlijk ben ik daar nog steeds onthutst over."

Bij navraag antwoordt Defensie dat het ministerie geen subsidie aan veteranendoelgroepen verstrekt. Men verwijst naar het door hen gesubsidieerde Veteraneninstituut en opname van het thuisfront in de Veteranennota. Het Veteraneninstituut zegt bij stichting De Basis begeleid lotgenotencontact in te kopen, de Basis meldt met subsidie van het Fonds voor Vrijheid en Veteranenzorg enkele weekenden voor lotgenotencontact en één laagdrempelig, creatief gezinsweekend per jaar te kunnen organiseren.

Sharon: "We willen nog steeds in contact met Defensie komen, dat is in verband met de toekomstige nazorg toch nuttig voor hen? Bovendien, als je het gezin sterk maakt, maakt dat de veteraan sterk. We proberen het doorgeven van trauma's naar de volgende generatie te stoppen. Het is zwaar, maar het maakt ons rijker."

Meer informatie: www.deanjerkinderen.nl

Post Traumatisch Stress Syndroom
Nederland telt ruim 110.000 militaire veteranen. Velen werden tijdens vredesoperaties blootgesteld aan dreiging, gevaar en oorlogsgeweld, een deel van hen ontwikkelde na terugkeer ernstige psychische en fysieke klachten (het Post Traumatisch Stress Syndroom - PTSS). In 2000 werd het Veteraneninstituut geopend, maar ondanks erkenning, status en dienstverlening blijken getraumatiseerde veteranen niet snel geneigd tot het zoeken van professionele hulp. Pas wanneer de gevolgen van PTSS desastreus worden, wenden zij, of hun partners, zich tot de betreffende hulpinstanties. Dat kan tien, twintig, dertig jaar duren. Of het gebeurt nooit. Bovendien kan PTSS zich soms pas vele jaren later openbaren. Bij 98 procent van de veteranen met PTSS strandt het huwelijk.

Anjerkinderen
Tijdens de Dodenherdenking in Naarden in 2010 stapte Sharon Dulfer met een witte anjer in het haar naar voren: "Mijn anjer symboliseert het verzet van de Nederlandse bevolking in de Tweede Wereldoorlog en is tevens het teken van respect voor onze veteranen. Ik ben kind van een veteraan, een Anjerkind. Mijn vader werd in 1981 naar Libanon uitgezonden. Hij heeft na zijn inzet voor de vrede een stuk van die oorlog nooit kunnen loslaten. Zijn oorlog begon pas toen hij weer thuis kwam, de vrijheid waarvoor hij streed werd in ons gezin een strijd. Veel Anjerkinderen zitten thuis in dezelfde, vaak verborgen en verzwegen, strijd." Hoeveel Anjerkinderen er precies zijn is onbekend.

Korte Lontjes
Hoe is het om te leven met de oorlogservaringen van je vader? Een van de Anjerkinderen, Nicole Jongman, schreef er samen met schrijver Chris Bos, een boek over. Ook de vader van Nicole werkte mee door over zijn tijd als militair in Bosnië te vertellen. 'Korte Lontjes' is onlangs verschenen bij uitgeverij Querido (in de Slash-jeugdserie, ISBN 9 789045111858, prijs 13,95). Chris Bos schreef meerdere kinderboeken en jeugdromans, waaronder 'Eigen Schuld'en 'Een Broeierige avond'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden