'Ik wilde géén slachtoffer zijn'

Eline (38) werd als studente verkracht terwijl ze lag te slapen. Haar enorme veerkracht heeft haar overeind gehouden. Zonder terughoudendheid vertelt zij haar verhaal. Deel 1 van een serie.

Ik dwing mijn eigen geluk af. Als kind al. Toen ik zes was gingen mijn ouders scheiden. Mijn moeder was heel verdrietig. Ze vond het leven ingewikkeld, alles was bedreigend en moeilijk voor haar. Ze voelde veel wrok, was niet levenslustig. Mijn broer en ik hielden de boel draaiende. Onze relatie was heel hecht. Hij was mijn beste vriend. Dat is hij nog steeds.

Hij was de verantwoordelijke oudste zoon, die probeerde alles bij elkaar te houden. Ik dartelde eromheen. Als mijn moeder verdrietig was, of ik het moeilijk had met de slachtofferrol waar ze in zat, ging ik naar buiten om te fietsen of in bomen te klimmen. Van de ellende trok me niet zoveel aan.

Ik bleef flierefluiten tot mijn puberteit. Ik was een depressieve puber, heel erg op zoek naar iemand die tegen me zei: 'Kom maar hier, meisje. Het komt allemaal goed.' Dat begon te veranderen toen ik het huis uit ging, op mijn zeventiende. Ik had geen zin meer in ellende en verdriet. Ik wilde een vrolijk leven.

Dat was natuurlijk niet altijd even gemakkelijk. De eerste jaren van mijn studietijd vond ik het leven best ingewikkeld. Mijn broer niet, die vloog zo, hup, de homoscene in, lekker feesten, helemaal op zijn plek. Maar ik moest mijn leven nog helemaal vormgeven. Ik voelde me ontheemd; iedereen had relaties, en dat wilde ik niet. Ik vroeg me af wat er mis met me was. Later bleek ik gewoon lesbisch te zijn, maar dat wist ik toen nog niet. Ik was zoekende.

Mijn omslagpunt kwam toen ik van opleiding wisselde. Ik was begonnen met een studie Nederlands, maar na een jaar stapte ik over naar Engels. Daar was ik helemaal op mijn plaats. Echt, als een vis in het water. Ineens zag ik mezelf in een ander licht. Alles viel op zijn plek, mijn gevoel voor eigenwaarde nam toe.

In het derde jaar van mijn studie werd ik verkracht. Het was op Oudejaarsavond, een koude avond. Ik herinner me nog dat het heel erg glad was, want het had geijzeld; er waren veel glijpartijen op straat. Zelf voelde ik me niet zo lekker, omdat ik ziek was geweest, grieperig. Maar een vriendin gaf samen met nog iemand een feest, met allemaal hippe mensen. Dus besloot ik toch te gaan.

Omdat ik ziek was geweest, viel de alcohol niet helemaal lekker. Ik begon me naar te voelen, en mijn vriendin stelde voor dat ik even in haar bed zou gaan liggen. Daar viel ik meteen in slaap, helemaal van de wereld van de griep en de drank.

Ik werd wakker omdat er iemand op me lag, en me van achteren verkrachtte. Zodra ik bij mijn positieven kwam begon ik te gillen. Het duurde even voordat mijn vriendin me hoorde, want op het feestje stond de muziek nogal hard. Ze kwam aangerend, trok die man van me af en schopte hem, met haar hoge hakken, letterlijk de trap af en het huis uit. Ik heb hem nooit meer gezien.

Het feest stopte en de politie werd gebeld. Al gauw bleek dat de man die me had verkracht een partycrasher was. Mijn vriendin dacht dat hij hoorde bij het meisje waarmee ze het feest had georganiseerd, en dat meisje dacht hetzelfde over haar.

De politie kwam, en ik deed aangifte. Eigenlijk wilde ik niet, want ik voelde me beroerd van de griep, en mijn lichaam deed pijn van de verkrachting. De agenten waren een beetje boos op me, omdat ik voordat ze kwamen naar de wc was geweest. Door te plassen zou ik sporen kunnen hebben vernietigd. Maar ja, hoor eens, dacht ik: als je moet, dan moet je.

Daarna kwam de HIV-test. Het was halverwege de jaren negentig, en aids speelde toen heel erg. Dat heeft me behoorlijk beziggehouden, vooral omdat je pas na een half jaar uitsluitsel krijgt of je het hebt of niet. Dat halve jaar blijf je je toch afvragen: zou ik...? Dat vond ik ingewikkeld, die onzekerheid.

Medelijden
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik verkracht ben. Mijn broer reageerde heel lief. De reactie van mijn ouders was anders, heel warrig, ze konden er niet mee omgaan. Mijn moeder dook zelf in de slachtofferrol: 'Ach ja, kind, ik weet hoe het is'. Dat is niet bepaald troostend. En mijn vader bleef maar doorvragen op de feiten, als een soort rechercheur. Wat gebeurde er precies, wilde hij weten, en hoe zag hij eruit?

Wat ik ook moeilijk vond, was het medelijden van sommige van mijn vriendinnen. Die meteen op zo'n speciale toon zeiden: 'Ach, arme meid toch.' Daar kon ík dan weer niet mee omgaan, want door dat medelijden werd ik afgeschilderd als zwak, maar dat was ik helemaal niet. Ik dacht: ik heb niets gedaan, hij heeft iets gedaan!

Het Nederlandse woord zegt het eigenlijk heel goed: ver-kracht. Iemand gebruikt zijn kracht om jou iets aan te doen. Je bent out-powered.

Eigen ruimte
Ik wilde het gewoon van me afschudden. Bovendien, mijn tante was in die periode aan het overlijden, en dat was veel belangrijker voor me dan die stomme verkrachting. Dus sloeg ik met mijn vuist op tafel: ik ga géén slachtoffer zijn, want dan geef ik hem zoveel macht, dat verdient hij niet. Dat gaat niet gebeuren, dat gaan we niet doen.

Toch heb ik er veel aan gehad, dat ik er zo open over praatte. Ik was eens in Engeland aan het lunchen met een groep vrienden, en toen realiseerde ik me: iedereen hier aan tafel is verkracht of misbruikt. Het komt zo vaak voor. En je was misschien de macht kwijt, maar je bent niet de enige en het is niet jouw schuld. Ik wilde dat mensen zouden kappen met 'je was dronken', en ik wil geen woord meer horen over korte rokjes. We moeten met zijn allen de verantwoordelijkheid leggen waar die hoort. Ik geloof niet in stilte.

Wat het wel met me heeft gedaan: ik ben nog meer mijn eigen ruimte gaan bewaken. Nou was ik altijd al van de ruimte; je moet bij mij niet te snel te dichtbij komen. In Engeland greep een jongen me in een kroeg bij mijn borsten, en een ander bij mijn kont. Ik heb hem meteen een stoot in zijn gezicht gegeven. Zo van: dat gebeurt me niet nog een keer.

Ik was in die periode ook helemaal niet bezig met seks of seksualiteit, en dat werd door wat er was gebeurd nog versterkt. Totdat ik een half jaar daarna verliefd werd op een meisje. Op een feestje waren we ineens met elkaar aan het zoenen. Oh ja, tuurlijk, dacht ik, er valt iets op zijn plaats. Ontdekken dat ik lesbisch ben ging vanzelf, ik heb me er nooit druk om gemaakt.

Dat heeft de verkrachting in me los gemaakt: ik wil me niet meer druk maken. Nadat ik een poos in Engeland had gewoond, kwam ik terug naar Nederland. Daar heb ik een tijdje aangerommeld, ik had geen eigen huis, geen vaste plek. Toen dat eenmaal was geregeld, dacht ik: klaar. Vanaf nu gooi ik alle gekken mijn leven uit, ik ga geen energie meer steken in mensen die niet goed voor me zijn. Vanaf nu ga ik goed voor mezelf zorgen, zodat ik ook goed voor anderen kan zorgen.

Terug naar de basis
Daarna liep alles lekker, mijn leven was fijn. Ik begon met mijn carrière, ik had geen ellende meer van mijn familie. Twee katten en verder niet al te veel verantwoordelijkheden. Vijf jaar later ontmoette ik mijn lief, heel cliché, bij het COC - een toevalstreffer, want zo vaak kwam ik daar niet.

Natuurlijk maak ik ook weleens nare dingen mee. We hebben een zoontje van vier, en wilden graag nog een tweede kindje. Maar dat lukte niet en er moest een onderzoek komen, waarbij ze contrastvloeistof in mijn baarmoeder gingen inbrengen om te kijken of alles wel goed werkte. Dat doet hartstikke zeer, er staan veel mensen om je heen, en de arts was heel technisch. En dan lig je het daar maar te ondergaan. Toen kwam dat gevoel weer terug, van die verkrachting. Die machteloosheid.

Dat tweede kind gaat er trouwens niet komen. Ja, natuurlijk, dat is heel verdrietig, dat voel ik ook wel. Maar ik kan niet lang verdrietig blijven. Al snel ga ik op zoek naar iets anders, naar meer vrolijkheid. Ik bedoel: we leven in zo'n rijk land. We hebben alles, we kunnen alles, we zijn bijna nooit bezig met overleven. Maar op de momenten dat je iets heel ergs of verdrietigs meemaakt verandert dat. Dan word je teruggeworpen op de basis. Voor mij is dat mijn vrolijke inborst, en mijn ongeduld. Kom op, niet zo zeuren, zeg ik dan tegen mezelf. Verman - of eigenlijk: vervrouw - je een beetje.

Die veerkracht, zo ben ik nu eenmaal. Ik heb een enorme drang om gelukkig te zijn. En dat ben ik dus ook.

De cijfers
Eén op de negen Nederlandse vrouwen is ooit in haar leven verkracht. Meer dan een kwart is tegen haar zin onder haar kleren betast. Alles tezamen maakt één op de drie vrouwen seksueel geweld mee. De dader is maar zelden de archetypische enge serieverkrachter die in een donker steegje op de loer ligt. In de overgrote meerderheid van de gevallen is de dader een bekende: vaak een partner of ex-partner, een familielid, een buurtgenoot of een vage kennis. Slechts één op de zes verkrachte vrouwen doet aangifte.

Aanleiding voor deze serie
'Zijn hand gaat mijn onderbroek in, waar hij wat rondwroet en zijn vingers bij me naar binnen steekt. Met zijn andere arm houdt hij me stevig vast. Ik zeg dat ik dit niet wil. Hij maakt toch zijn gulp open.' Dat schreef Asha ten Broeke op 21 januari 2013 in haar column. Op haar achttiende werd ze verkracht door de vriend van haar vriendje. De column maakte veel los. Sommigen vonden dat het haar eigen schuld was. Ze had eerder weg moeten gaan, of duidelijker 'nee' moeten zeggen. Maar er waren ook vrouwen die door haar verhaal de moed kregen om zelf, soms voor het eerst, hardop te zeggen: dit gebeurde ook met mij. Niet alleen de verkrachting, maar ook het schuldgevoel, de schaamte en de stilte die volgt op zo'n gebeurtenis. Vijf van hen doen in deze serie hun verhaal. Onder hun eigen naam, omdat er eigenlijk niets is om je voor te schamen. De verhalen gaan niet alleen over hun verkrachting. Ze gaan over hun hele leven. Want evenmin als deze vrouwen schuld hebben aan wat hun overkwam, zijn ze eeuwige slachtoffers. Het zijn complete vrouwen, met wensen, dromen, ambities. Vrouwen die niet alleen seksueel geweld meemaakten, maar ook verliefd werden, kinderen kregen, op reis gingen, carrière maakten. Bijzondere en tegelijkertijd heel gewone vrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden