’Ik wil weten hoe de pedofiel in elkaar zit, waarom hij op kinderen valt’

Ireen van Engelen (61) doet al zestien jaar fulltime, op eigen houtje, onderzoek naar pedoseksuelen. Ze manifesteert zich ook als klokkenluider: pedofielen krijgen van haar een brief, hun werkgevers soms ook. Bij de commissie- Samson bracht ze de Burgerweeshuisaffaire opnieuw onder de aandacht.

Ze is zelf geen slachtoffer van kindermisbruik, benadrukt pedagoge Ireen van Engelen. En ze is ook geen pedofielenjager: „Aan dat woord heb ik een hekel. Het is te hetzerig.” Liever noemt deze dame met haar beschaafde, zachte stem zichzelf onderzoeker. Haar onderzoeksobject: de pedoseksueel.

Al zestien jaar wijdt Van Engelen al haar tijd en creatieve denkkracht aan die studie. „Het is een soort hobby”, zegt ze. „Ik wil weten hoe de pedofiel in elkaar zit, waarom hij op kinderen valt.”

Haar fascinatie begon in 1994 met de toevallige vondst van de correspondentie tussen twee pedoseksuelen. Een van hen werkte als groepsleider in een Amsterdams crisiscentrum en beschreef omstandig hoe hij daar kinderen verkrachtte.

Van Engelen – die na een arbeidsconflict met een uitkering thuis was komen te zitten – beet zich vast in deze affaire (zie hoofdartikel). Maar ze deed meer: ze las alle mogelijke boeken en krantenartikelen over pedofilie en volgde tientallen mannen dagelijks op internet. „Al gauw kende ik al hun nicknames, wist ik wie met wie omging”, zegt ze. „Ik heb dossiers van honderden pedofielen.”

Haar research blijft niet beperkt tot papier en internet. Van Engelen gaat vaak kijken op het woon- of werkadres van een pedofiel, die ze bijvoorbeeld via internet getraceerd heeft. Ze loopt een rondje in de buurt, bestudeert het prikbord van de school waar hij werkt. „Zo kan ik me meer bij hem voorstellen.”

Liefst nadert Van Engelen haar onderzoeksobject nog dichter. Ze belt hem op, stuurt hem een brief, probeert met hem in gesprek te komen. Omdat ze vindt dat een man die kinderen misbruikt, of op een andere manier van zijn pedoseksuele voorkeur getuigt, moet weten dat hij in de gaten wordt gehouden.

Geregeld manifesteert ze zich ook als klokkenluider. Zo stuurde ze een brief naar de directeur van een school waaraan een pedofiel als docent verbonden is. „Ik zou zelf niet willen dat mijn kind les krijgt van een pedo”, zo motiveert ze die actie.

Van Engelen legde een deel van haar onderzoek vast in twee boeken, die verschenen bij uitgeverij De Geus: ’En ze noemen het liefde’ (1999) en ’Jij mag nablijven. Ouders van misbruikte kinderen aan het woord’ (2006).

Momenteel werkt ze aan haar derde boek, over twaalf academici die in geschriften pleitten voor de acceptatie van pedofilie. Onder wie de bekende PvdA-senator Edward Brongersma (1911-1998) en de psycholoog en seksuoloog Frits Bernard (1920-2006).

Die lectuur geeft haar inzicht in de psyche van de pedoseksueel, zegt Van Engelen. Haar voorlopige hypothese: „Pedofielen zijn gekwetste kinderen. En opvallend vaak hadden die mannen een enorm slechte verhouding met hun vader”.

Ze maakt geen haast met haar studie van de pedofiel: „Hier kan ik tot ver na mijn pensioen mee aan de slag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden